Ze zou je buurmeisje kunnen zijn, zoals ze je aankijkt met haar grote blauwe ogen. ‘Dag buur, alles goed?’ Gera is haar naam, ze is nog geen 20 jaar oud, een jonge vrouw uit Voorburg, of Forum Hadriani, zoals het heette in haar tijd. Want ze kijkt ons aan vanuit een lang vervlogen periode: de Romeinse tijd, zo’n 2000 jaar geleden. Hoe was het om Gera te zijn, hoe was het als vrouw in de Romeinse tijd? Een reconstructie.
Zuid-Holland, uithoek van het Romeinse rijk
Gera leefde in de tweede of derde eeuw na Chr. Nederland ten zuiden van de Rijn was toen onderdeel van het Romeinse rijk. De rivier de Rijn vormde de grens, de limes, in ons land. Langs de Rijn bouwden de Romeinen forten en wachttorens om de grens te bewaken en ze legden wegen aan om troepen en goederen snel te kunnen verplaatsen. De Rijn zelf was natuurlijk ook een uitstekende transportader, want vervoer per schip was vaak makkelijker dan over land.
In Zuid-Holland lagen forten bij Katwijk, Valkenburg, Leiden, Alphen aan den Rijn, Zwammerdam en Bodegraven. Bij de forten lagen vici, kampdorpen, waar de mensen woonden die werkten voor het leger: ambachtslieden, kroegbazen, handelaren, de vrouwen en kinderen van de militairen. Bij Voorburg was zelfs een echte stad te vinden: Forum Hadriani, de enige stad in de wijde omtrek; de eerstvolgende was Nijmegen. Verspreid in het achterland stonden de boerderijen van de inheemse boeren, die hun akkers bebouwden en vee hielden zoals al vele generaties voor hen.
Dit was Gera’s wereld, aan de rand van het Romeinse rijk. Wie was zij? Hoe zou het leven toen geweest zijn voor een jonge vrouw? Wat waren haar mogelijkheden en bezigheden? Zou het heel anders geweest zijn dan voor vrouwen nu?
Een Romeinse vrouw?
In Zuid-Holland waren in de Romeinse tijd veel verschillende groepen mensen te vinden: ‘echte’ Romeinen uit Rome en Italië, de inheemse bevolking die er al woonde voordat de Romeinen kwamen, handelaren die met hun handelswaar uit verre (of dichtbije) landen kwamen, soldaten van de hulptroepen die doorgaans ver van huis werden gestationeerd, slaven* die uit het hele Romeinse rijk (en daarbuiten) afkomstig konden zijn en ‘barbaren’, volgens de Romeinen iedereen die van buiten het Romeinse rijk kwam. Bij welke groep zou Gera gehoord hebben?
Haar skelet is tijdens opgravingen in 1828 gevonden tussen de muurresten van de Romeinse stad. Dat is opmerkelijk, want volgens Romeins gebruik werden doden altijd langs uitvalswegen buiten de stad begraven. De opgravers dachten daarom dat ze een inheemse vrouw was, van de West-Germaanse stam van de Cananefaten die toen in deze streken leefde.
Met moderne onderzoeksmethoden, zoals DNA- en isotopenonderzoek, zouden archeologen van nu meer te weten kunnen komen over haar afkomst. Maar helaas is haar skelet niet bewaard gebleven. Er is alleen nog maar een gipsen afgietsel, waardoor Gera’s familiegeschiedenis een mysterie zal blijven.
Eerlijk gezegd hebben we ook geen idee hoe ze werkelijk heette. Archeologen hebben haar de naam Gera gegeven. Dankzij oude teksten en inscripties weten we wel een paar echte vrouwennamen uit onze streken. Zo deed Julia Secunda in het jaar 29 na Chr. zaken in Friesland, zoals blijkt uit een tekst op een schrijfplankje dat bij Tolsum is gevonden. Mucronia Marcia richtte een altaarsteen op voor haar overleden dochter Rufia Materna bij Millingen aan de Rijn. Salvia Fledimella, een vrijgelaten slavin van Germaanse afkomst, kreeg ook een mooie grafsteen, die bij fort Vechten is teruggevonden. Op het militaire diploma van Marcus Ulpius Fronto uit het jaar 113 na Chr. staan de namen van Marcus’ Bataafse vrouw Mattua en hun dochters Vagatra, Sureia en Sata. Vitilia, tot slot, maakte zich helaas zeer ongeliefd bij iemand. Haar naam vinden we terug op een vloektablet uit Nijmegen, waarop ze dood wordt gewenst…
*Het woord ‘slavernij’ betekent een onvrijwillige toestand van vrijheidsberoving en uitbuiting van de ene mens door een andere. De term ‘tot slaaf gemaakten’ zegt hetzelfde met meer woorden, maar maakt het helaas onmogelijk om er een goedlopende Nederlandse tekst mee te schrijven. Vandaar de keuze voor ‘slaven’ in deze tekst over de oudheid.
Ze zorgde voor het huis, ze spon wol
Hoe zou Gera haar leven hebben ingevuld? Wat deed ze zoal op een dag? Teksten van klassieke schrijvers en inscripties op grafstenen vertellen ons wat het ideaalbeeld was van de rol van de vrouw in de Romeinse tijd:
‘Hier ligt Amymone, de voortreffelijke en heel mooie vrouw van Marcus. Ze spon wol, was toegewijd, zedig, ingetogen en kuis. Ze bleef thuis.’
(inscriptie op een grafsteen uit Rome, 2e eeuw na Chr.) (uit: E. Hemelrijk 2025)
Zoals wel vaker in het leven kwamen ideaal en werkelijkheid echter niet altijd met elkaar overeen. Weinig vrouwen verkeerden in een positie dat ze thuis konden blijven en niets hoefden te doen behalve wol spinnen. Welgestelde vrouwen hoefden weliswaar niet buitenshuis te werken voor de kost, maar ook zij zaten niet de hele dag te spinnen. Vrouwen uit de elite bezaten vaak landerijen, huizen en bedrijven die ze beheerden, ze stuurden hun slavenpersoneel aan, organiseerden ontvangsten en diners en vervulden vele sociale verplichtingen.
Minder rijke vrouwen werkten vaak mee in het bedrijf of op de boerderij van hun man en namen de zaak soms zelfs over als hij overleed. Een grote bevolkingsgroep in het Romeinse rijk had geen andere keuze dan te werken: de vele tot slaaf gemaakte vrouwen en mannen. Volgens schattingen was zo’n 20-30% van de inwoners van het Romeinse rijk slaaf. Onwillige inwoners van overwonnen gebieden, krijgsgevangenen, door (zee)rovers gekidnapte reizigers, vondelingen en in slavernij geboren kinderen werden op slavenmarkten in het hele Romeinse rijk te koop aangeboden. Hun werk was onmisbaar om mijnen, boerderijen, bedrijven en huishoudens draaiend te houden. Niet alleen de elite bezat slaven, maar ook ‘gewone’ Romeinen, en er waren zelfs slaven die slaven hadden.
Vrouwelijke tot slaaf gemaakten werkten vaak in het huishouden als dienstmeisje, spinster, naaister of in de keuken. In rijke huishoudens konden ze ook specifiekere taken hebben, zoals kledingopvouwster, kinderverzorgster of spiegelophoudster. Voor het werk van kapsters, vroedvrouwen en vrouwelijke artsen was scholing nodig. Vaak kregen ze die in het huishouden waar ze te werk waren gesteld.
Het bijzondere aan het Romeinse slavernijsysteem was de redelijk veel voorkomende manumissie, het vrijlaten van slaven. Slaven konden zichzelf vrijkopen of hun eigenaar kon ze vrijlaten. In de praktijk viel deze eer vooral de hoger opgeleide slaven te beurt, die een persoonlijke band hadden met hun meester(es). Na hun vrijlating oefenden ze als beroep vaak het vak uit dat ze in slavernij hadden geleerd. Op grafstenen van vrijgelaten vrouwen komen we de meest uiteenlopende beroepen tegen: voorlezers, goudsmeden, loodgieters, handelaren in wijn, olijfolie en parfum, muzikanten, danseressen en managers van werkplaatsen.
Ook al blijken Romeinse vrouwen veel diversere bezigheden en beroepen te hebben gehad dan vaak gedacht, toch waren er grenzen aan hun mogelijkheden. Zij mochten niet werken in de politiek, het leger, het bankwezen of de rechterlijke macht en ze hadden geen stemrecht, ook de vrouwen uit de elite niet.
Was Gera een werkende vrouw? Of misschien een (ex-)slavin? Helaas zeggen de vondsten in haar graf daar niets over en een grafsteen is er niet. Gezien haar bescheiden begrafenis was ze in ieder geval geen rijke dame die een landgoed moest besturen.
Onvergelijkelijke echtgenote en goede moeder
De Romeinse schrijvers zijn het er allen over eens dat de belangrijkste roeping van een vrouw het huwelijk was en haar grote taak daarbinnen om kinderen te krijgen om de familielijn van haar man voort te zetten. De grafinscripties verwoorden het weer treffend:
‘Postumia Matronilla, onvergelijkelijke echtgenote, goede moeder en zeer toegewijde grootmoeder, zedig, godsvruchtig, hardwerkend, ingetogen, doeltreffend, waakzaam, zorgzaam, vrouw van één man en trouw aan haar echtelijk bed, een matrona vol ijver en betrouwbaarheid.’ (Inscriptie op een grafsteen uit Africa Proconsularis, 2e eeuw na Chr.) (uit: E. Hemelrijk 2025)
Volgens de Romeinse wet was een meisje vanaf 12 jaar huwbaar. In de praktijk werden vooral meisjes uit rijke families zo jong uitgehuwelijkt, bijvoorbeeld om strategische familiebanden te smeden. Ze trouwden dan met veel oudere mannen. Volgens Tacitus en Caesar, die schreven over de gewoonten in onze streken, trouwden Germaanse meisjes pas rond hun twintigste.
Kinderen krijgen was niet zonder gevaar in de Romeinse tijd. Complicaties tijdens de zwangerschap en bevalling leidden regelmatig tot de dood van moeder en/of kind. Zo zijn in het grafveld van Valkenburg (ZH) 176 kindergraven gevonden. In een groot deel hiervan lagen baby’s die tijdens of vlak na de geboorte waren gestorven. Onderzoek naar hun botjes leerde dat veel kindjes (dankzij hun moeders) leden aan loodvergiftiging, veroorzaakt door loden waterleidingen, loodhoudende make-up en loden pannen (want daarin werden gerechten lekker zoet!). Via de moeders kwam het lood bij de baby’s terecht.
Romeinse moeders (en vaders) kochten speelgoed voor hun kinderen, dat archeologen 2000 jaar later weer terugvinden: poppen, houten zwaardjes, dieren van klei en hout, ballen, bikkels, tollen. En op 1 maart was de Romeinse moederdag: Matronalia, een feest ter ere van Juno Lucina, de godin van vruchtbaarheid en geboorte. Die dag brachten moeders (en zij die dat wensten te worden) offers in Juno’s tempel en ze kregen bloemen, zoetigheid en sieraden van hun man. Maar geen ontbijt op bed. In plaats daarvan verzorgden zij een diner voor hun slavinnen, zodat die ook eens een dagje konden ontspannen.
Of Gera getrouwd en moeder was weten we niet. Sporen op de botten van het bekken kunnen laten zien of een vrouw een kind heeft gekregen, maar helaas is Gera’s bekken niet bewaard gebleven.
Laat geen wilde geit groeien onder je oksels…
Ook 2000 jaar geleden wilden vrouwen (en mannen!) graag mooi verzorgd door het leven gaan. Romeinse grafinscripties benadrukken dan ook vaak de schoonheid van de overledene:
‘…Dit is het niet zo mooie graf van een mooie vrouw. Haar ouders noemden haar Claudia…’ (Inscriptie op een grafsteen uit Rome, 1e eeuw v. Chr.) (uit: E. Hemelrijk 2025)
Niet alleen tijdens het leven, maar ook in het hiernamaals werd een verzorgd uiterlijk op prijs gesteld. Gera was begraven met een ketting van kleine glazen kralen, twee fibula’s (spelden om haar kleding bijeen te houden) en een dubbele bronzen armband. Elders in de provincie zijn nog meer sporen gevonden van persoonlijke verzorging: fragmenten van bronzen spiegels, spatels voor zalfjes, haarspelden van bot of metaal, bronzen pincetten en glazen olie- en parfumflesjes. Ook al lag Zuid-Holland in een uithoek van het Romeinse rijk, kennelijk deden de vrouwen hier toch hun best om mee te doen met de Romeinse mode.
Teksten van Romeinse schrijvers vertellen ons veel interessants over de beautyroutine van rijke Romeinse dames. Ovidius, een Romeinse dichter die veel schreef over liefde en schoonheid, maande z’n lezeressen bijvoorbeeld: ‘…laat geen wilde geit groeien onder je oksels en laat je benen niet prikken van ruige haren.’
Romeinse schoonheden badderden in de badhuizen, gebruikten gezichtsmaskers en onthaarden met hars, pincetten of puimsteen. Rimpels bestreden ze met verzorgende crèmes van amandelolie of dierlijk vet, ze poetsten hun tanden met tandpoeders van zout, baksoda of fijngemalen glas, maakten zich op met loodwit, kohl en verpulverde edelstenen en geurden heerlijk naar exotische parfums op basis van mirre, saffraan, kaneel of rozen.
Vondsten van parfumflesjes laten zien dat ook in ons deel van het Romeinse rijk lekkere luchtjes werden gewaardeerd. Helaas is de oorspronkelijke inhoud niet bewaard gebleven en weten we niet waar de Zuid-Hollandse dames precies naar roken. Van een dame uit het Zuid-Spaanse Carmona weten we het wel. In haar graf lag een verzegeld bergkristallen flesje met inhoud. Na onderzoek daarvan in het laboratorium bleek het patchouli-parfum te zijn!
Dankzij munten met de afbeelding van de heersende keizerin en andere adellijke dames bleven de inwoonsters van de provincie op de hoogte van de nieuwste haarmode. Met kammen, krultangen, haarspelden, kunstige vlechten, knijpscharen, naald en draad konden geoefende kapsters de prachtigste creaties maken. Zelfs haarverf bestond al. Een speciale variant waarmee je haren kon blonderen, spuma Batava genaamd, werd uit onze streken naar Rome geëxporteerd!
Of Gera de tijd en het geld had om zichzelf elke dag zo uitgebreid te verzorgen weten we niet. Maar ze ging ongetwijfeld wel eens naar het badhuis in Forum Hadriani om te genieten van de warme, lauwe en koude baden en om de mooie muurschilderingen te bewonderen.
Vrouw zijn toen en nu
Gera en haar tijdgenoten hebben ons een klein inkijkje gegeven in hun tijd. Vrouw-zijn toen had zeker raakvlakken met nu, want veel persoonlijke thema’s zijn tijdloos: liefde en huwelijk, moederschap, werk binnen of buiten het huis, persoonlijke verzorging. In het publieke leven waren Romeinse vrouwen echter duidelijk achtergesteld: zij stonden grotendeels onder bewind van hun vader, man of voogd, waren uitgesloten van publieke functies en hadden geen stemrecht. Bovendien waren de verwachtingen van de maatschappij veel strikter dan in het hedendaagse Zuid-Holland. Wie weet wat Gera zou vinden van het leven van haar leeftijdsgenoten anno nu?
Meer weten?
-
L. Allason-Jones, 2005: Women in Roman Britain, British Museum Press.
-
E. Hemelrijk, 2021: Verborgen levens, publieke figuren. Romeinse vrouwen buiten Rome, Uitgeverij Athenaeum – Polak & Van Gennep.
-
E. Hemelrijk, 2025: Eindelijk vrij. Hoe vrouwen in het Romeinse rijk de slavernij achter zich lieten, Uitgeverij Balans, Amsterdam.
-
D. Olthof, M. Teunissen, 2017: Beauty en fashion, de laatste trends uit het oude Rome, Uitgeverij Sidestone, Leiden.
-
Podcast met Carol van Driel-Murray over leervondsten en wat zij ons vertellen over vrouwen in de Romeinse legerkampen
1 reacties
Wat een leuk en interessant artikel!