Deze website maakt gebruik van geanonimiseerde cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren en voor de analyse van onze website. Deze cookies kun je niet uitzetten. Bij het tonen en afspelen van YouTube video's worden cookies van derden geplaatst. Deze cookies van derden kun je wel uitzetten. Klik op "Akkoord" als je akkoord gaat met dit gebruik van cookies, klik op "Aanpassen" voor meer informatie en om zelf te bepalen welke cookies deze website plaatst.

Deze website maakt gebruik van geanonimiseerde cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren en voor de analyse van onze website. Deze cookies kun je niet uitzetten. Bij het tonen en afspelen van YouTube video's worden cookies van derden geplaatst. Deze cookies van derden kun je wel uitzetten. Klik op "Akkoord" als je akkoord gaat met dit gebruik van cookies, klik op "Aanpassen" voor meer informatie en om zelf te bepalen welke cookies deze website plaatst.

Ga naar content

André van Duin: "In een andere huid voel ik mij meer thuis"

Jurryt van de Vooren Naar overzicht

André van Duin is de beroemdste komiek van ons land. Zijn wortels liggen in de provincie Zuid-Holland. Wat weten we over zijn Rotterdamse jaren?

Het geboortehuis van André van Duin stond op 20 februari 1947 geboren in de Rotterdamse Watergeusstraat. Hij kwam ter wereld onder de naam Adrianus Marinus Kloot, roepnaam Adri. In februari 1965 besloot vader Adriaan om die achternaam te veranderen in Kyvon. Nadat de Staatscourant dit officieel had aangekondigd, kregen enkele kranten inspiratie voor wat korte stukjes.

Het Parool merkte op dat de Staatscourant altijd boeiende lectuur was. ‘De echtscheidingen bijvoorbeeld, bijna altijd taboe in de gewone kranten.’ De naamsveranderingen trokken ook altijd de aandacht. ‘De spot drijven met namen is goedkoop,’ oordeelde de Amsterdamse krant. De gezinnen Aap, Bloot, Kloot en Kots hadden er blijkbaar toch last van en gingen voortaan door het leven als respectievelijk Waas, Blook, Kyvon, en Kortes.

In 1977 keek vader Kyvon nog eens terug op die tijd. “Ik heb nooit last gehad met m'n naam. Ja, er heeft eens een zak onder het naambordje gehangen, maar dat is alles. En toen de vaste melkboer op vakantie was, heeft zijn invaller een keer een toespeling gemaakt, maar verder niet. Natuurlijk gebeurde het wel, dat ze je je naam twee keer lieten zeggen, maar ach, dat is zo onschuldig. We zijn er ook nooit nijdig om geworden, ben je gek. Ik heette toch zo.”

Adriaan vond zijn achternaam juist leuk, omdat hij, net als zijn zoon later, altijd de lachers op zijn hand had. “Ik had mijn naam mee.” Die wijziging was alleen maar bedoeld voor zijn zoon. “Aan het begin van zijn carrière, Kloot, dat kon niet. Hij heeft er toen zelf Van Duin van gemaakt en ik Kyvon. Hij blij, ik blij.”

Toch heeft Van Duin in ieder geval één keer met zijn oorspronkelijke naam in de krant gestaan. In Het Vrije Volk van 24 september 1963 plaatste hij een advertentie: ‘Aangeboden i.p.s.z. BATAVUS BILONET brommer met 2 versn. Te bevr. A.M. Kloot, Watergeusstraat 11A.’

Over die voorkeur om te sleutelen aan bromfietsen heeft Van Duin regelmatig verteld. Zijn vader beaamde dat in dat interview uit 1977. “Als hij maar kon prutsen aan oude radio’s en aan brommers, dan had je geen kind aan hem.”

Als hij maar kon prutsen aan oude radio’s en aan brommers, dan had je geen kind aan hem.

Tonny Kyvon

Blijft alleen de vraag over hoe Adri Kyvon op het idee is gekomen van zijn artiestennaam. Gedurende zijn loopbaan heeft hij hierover enkele keren uitleg gegeven. Zo vertelde hij tijdens een radio-interview in 1987 dat hij als kind hoe dan ook een artiestennaam wilde hebben. Dat hoorde er gewoon bij, dacht hij.

Van Duin weet niet exact meer wanneer hij dat bedacht, maar vermoedelijk was hij toen 12 of 13 jaar oud. Het oudste visitekaartje met die naam is uit 1962, stelde Rijnmond in 2022 vast in een reconstructie.

Hij koos voor die naam, vanwege de jaarlijkse vakanties met zijn ouders naar Hoek van Holland. “Daar heb ik toen mijn artiestennaam verzonnen,” zei hij in 1979 in Elseviers Magazine, “waarschijnlijk omdat daar duinen zijn.”

Van Duin was al lang en breed een beroemde Nederlander toen hij terugkeek op zijn besluit als kind dat een artiestennaam vereist was. “Ik had beter mijn eigen naam kunnen houden,” oordeelde hij op 20 juni 1987 in het VARA-radioprogramma Hallo hier Hilversum. “Daar maak je dan bijvoorbeeld Tonny Kyvon van. Maar ik dacht dat het heel interessant was om een eigen artiestennaam te hebben.”

Met terugwerkende kracht had Nederlands bekendste volkskomiek dus liever Tonny Kyvon geheten dan André van Duin! Meer dan twintig jaar na zijn doorbraak was wéér een nieuwe naam alleen geen optie meer.

Vorige
Volgende

Artiest

Van Duin weet niet beter dan dat hij artiest wilde worden. Uit pure beleefdheid was hij nog wel naar de Ambachtsschool gegaan om een beroepsopleiding voor te volgen, maar daar kwam hij heel snel op terug. Bij het afscheid op zijn lagere school had hij al gezegd dat hij veel liever bij het theater wilde. “De Ambachtsschool interesseerde me niet,” zei hij in 1985 in het tv-programma Klasgenoten tegen Koos Postema, óók een Rotterdammer. Hij volgde nog wel de andere jongens van de zesde klas, maar hield het een jaar vol.

Al in de vijfde klas was Van Duin begonnen met het geven van voorstellingen, meestal op verjaardagsfeestjes van familieleden of een leraar. Zijn eerste optreden met mensen in de zaal was als tienjarige jongen, bij hem om de hoek in buurthuis en jeugdhonk Piet Hein. “Ze moesten wel lachen natuurlijk, maar ik was destijds niet zo heel erg met de toeschouwers bezig. Ik was allang blij als ik die hele tekst eruit kreeg.” Het ging goed en vanaf dat moment kwam Van Duin twee per week in Piet Hein, onder meer om een jaarlijks optreden te geven op de grote feestavond.

Als inspiratie luisterde hij urenlang naar de radio, zei hij tegen De Havenloods. “Ik luisterde de Bonte Dinsdagavondtrein, Showboat, Koek en Ei. Je had vroeger heel veel comedyprogramma’s. Ik zat daar met rooie oortjes naar te luisteren.”

Tom Manders was één van zijn favorieten, alias Dorus. Een liedje als Twee Motten behoorde ook tot het repertoire. “Met een hoedje en een snorretje. Ik had zo’n stukje bont afgeknipt en op m’n bovenlip geplakt. En dan een plaat opzetten en playbacken. Zo’n verhaaltje van de radio navertellen.” De buurt kon meegenieten, want door het raam zagen de buurtbewoners dat Van Duin oefende bij spiegels in zijn kamer, uren en uren achter elkaar.

Je had vroeger heel veel comedyprogramma’s. Ik zat daar met rooie oortjes naar te luisteren.

Nationaal debuut

Van Duin kon in die begintijd nog niet zijn geld verdienen als artiest en daarom rolde hij van het ene baantje in het ander: kantoorbediende, verzekeringsagent en magazijnbediende. Zijn bekendheid was simpelweg niet groot genoeg, omdat die niet heel veel verder reikte dan Delfshaven, zijn eigen woonwijk.

Hij probeerde het wel, onder meer met een brief aan de VARA, zo bleek op 20 juni 1987 bij Hallo hier Hilversum. In de archieven had presentator Hans Zoet die weer gevonden, geschreven door de vijftienjarige Van Duin.

Mijne heren,

Hierbij deel ik u mede dat ik vijftien jaar oud ben en dat het mijn ideaal is om conferencier te worden. Ik vraag u derhalve beleefd of ik voor uw omroepvereniging een proef van bekwaamheid mag afleggen.

Mijn repertoire bestaat onder andere uit conferences, liedjes, imitaties, mimiek met platen, en dergelijke.

Uw antwoord gaarne tegemoetziende verblijf ik hoogachtend,

André van Duin.

De volkskomiek had in die tijd alle omroepen aangeschreven, zei hij in de uitzending, maar die vonden hem allemaal te jong. “Heb je eigenlijk ooit nog antwoord van de VARA gekregen?”, wilde Zoet daarop weten. “Ja, deze week,” zei Van Duin, “want bij die omroep zit ik nu.”

De grote doorbraak kwam op 24 juni 1964 toen Van Duin zijn tv-debuut maakte bij het AVRO-programma De Nieuwe Oogst. Hij had daarvoor zes maanden geoefend met geluidsbanden. “Die maakte ik zelf met een armoedige recorder.”

Deze tv-opname is een monument in de Nederlandse tv-geschiedenis, maar achter de schermen was er een hele strijd geweest om dit optreden te regelen. De Rotterdamse tekstschrijver John Collee blikte hier in 2022 op terug bij Rijnmond. Hij had Van Duin begin 1964 voor de eerste keer gezien op de feestlocatie Lommerrijk aan de Straatweg in Rotterdam. Het damestijdschrift Romance organiseerde daar een talentenjacht, die twee jaar eerder nog was gewonnen door Rob de Nijs. Van Duin wilde meedoen, maar er was een probleem. Van de deelnemers werd namelijk verwacht dat zij een liedje konden zingen, maar Van Duin deed alsof hij zong, waarbij hij gekke bekken trok. En dat was toch echt iets anders.

Gelukkig mocht hij een gastoptreden verzorgen, waar Collee met open mond naar keek. Meteen na afloop stapte hij op Van Duin af met de vraag of hij misschien op tv wilde. “Nou, graag mijnheer.” Na enigszins aandringen bij de AVRO, aldus Collee zelf, werd dat een half jaar later geregeld. In één klap was de status van Van Duin buiten zijn geboortestad gevestigd. Eindelijk kon hij met het artiestenbestaan zijn geld verdienen. De Rotterdamse komiek was een nationale komiek geworden.

Vorige
Volgende

Typetjes

De loopbaan van Van Duin bestrijkt het hele spectrum van theater, radio, tv, film en heel veel liedjes. Hij kroop het liefste in een andere huid. “Mijn karakter is juist helemaal niet om in de belangstelling te staan. Ik ben altijd erg op de achtergrond. Daarom doe ik zo graag typetjes. Dan kan ik gek doen en dan wordt het me niet kwalijk genomen. Niemand kijkt ervan op, want dat is een mal typetje, dat daar zit. In een andere huid voel ik mij meer thuis.”

Van Duin was daarin de absolute meester. Hij hield niet van voetbal en niet van carnaval, maar toch schreef hij een voetballied, dat als één van de grootste carnavalkrakers aller tijden de hitlijsten heeft bestormd. Begin 1980 bracht hij Nederland die heeft de bal uit, dat hij had opgenomen met de voetballers Simon Tahamata, Dick Nanninga, Kees Kist, Michel van de Korput, Tscheu la Ling, John Metgod en Jan Peters. “Ik zing van alles met carnaval,” zei Van Duin na de lancering. “Ik denk er nooit zo lang over na. Sommigen vinden mijn liedjes te simpel. Maar voor carnavalsmeedeiners moet je het simpel houden. Iedereen moet het mee kunnen zingen.”

Toch had hij vooraf serieuze twijfel gehad of hij dat wel wilde doen. “Ik zag het eerst helemaal niet zitten, toen de platenmaatschappij bij me kwam met het verzoek iets in de carnavalssfeer te doen met het Nederlands elftal. Ik houd helemaal niet van voetballen en heb er de ballen verstand van. Zoals altijd ben ik voor mezelf een beetje gaan klooien met m'n recordertje in de auto en toen kwam dit. Een gek typetje erbij en klaar is Kees".

Met één liedje had Van Duin twéé keer een andere huid aangetrokken: van de voetballer én van Koning Carnaval. En met succes, want Nederland die heeft de bal werd een hit - zelfs in België. Dat in tegenstelling tot het Nederlands elftal zelf, want dat was na de groepsfase alweer uitgeschakeld voor de Europese titel.

Dat toernooi zijn we bijna een halve eeuw later allang weer vergeten, maar het lied van André van Duin kennen we nog steeds – net als een groot deel van de rest van zijn repertoire. Al die Rotterdamse jaren vol oefening en optredens hebben zo een onuitwisbare indruk gemaakt op het Nederland van na de Tweede Wereldoorlog.

Bekijk

Over de auteur

Jurryt van de Vooren is journalist en historicus en gespecialiseerd in de geschiedenis van de sport. Hij is auteur van diverse boeken op dit gebied en oprichter van de website sportgeschiedenis.nl. Van de Vooren treedt regelmatig in de media op als commentator bij onderwerpen die met sportgeschiedenis te maken hebben.

0 reacties

Plaats een reactie

Ontdek meer

Heb jij een verhaal over de Zuid-Hollandse geschiedenis?

Welk verhaal mag volgens jou niet ontbreken op deze website? Deel je verhaal of tip met de redactie! Lees de voorwaarden en tips voor het schrijven van een verhaal.

Ontvang de laatste verhalen in je mailbox

Wil je op de hoogte gehouden worden van nieuwe publicaties? Abonneer je dan op onze nieuwsbrief!