Deze website maakt gebruik van geanonimiseerde cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren en voor de analyse van onze website. Deze cookies kun je niet uitzetten. Bij het tonen en afspelen van YouTube video's worden cookies van derden geplaatst. Deze cookies van derden kun je wel uitzetten. Klik op "Akkoord" als je akkoord gaat met dit gebruik van cookies, klik op "Aanpassen" voor meer informatie en om zelf te bepalen welke cookies deze website plaatst.

Deze website maakt gebruik van geanonimiseerde cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren en voor de analyse van onze website. Deze cookies kun je niet uitzetten. Bij het tonen en afspelen van YouTube video's worden cookies van derden geplaatst. Deze cookies van derden kun je wel uitzetten. Klik op "Akkoord" als je akkoord gaat met dit gebruik van cookies, klik op "Aanpassen" voor meer informatie en om zelf te bepalen welke cookies deze website plaatst.

Ga naar content

Humor uit Rotjeknor

Herco Kruik Naar overzicht
— 3 reacties

Rotterdamse humor: direct, relativerend, hard, plat, grof, recht voor z’n raap, droog, zonder franje, met zelfspot, kortaf, bot, to the point, ad rem, nuchter, ironisch, sarcastisch, en vooral... echt, eerlijk en geestig. Rotterdam-kenner en schrijver Herco Kruik neemt ons mee langs wat typisch Rotterdamse humor is. 

Bovenstaande, dat is 'humor uit Rotjeknor' allemaal! Een flinke opsomming die de aard van de Rotterdamse humor het beste weergeeft. Die specifieke stadshumor beschrijven komt vooral neer op het duiden van de volksaard van de Rotterdammers. Tegenwoordig bestaat de bevolking uit circa 170 nationaliteiten, dus 'divers' is eigenlijk het eerste label wat je erop zou moeten plakken. De stad bestaat uit veel verschillende typen wijken: traditionele arbeiderswijken, migrantenwijken, chiquere wijken, gegentrificeerde wijken, studentenbuurten, geannexeerde dorpen; ze hebben allemaal hun eigen karakter en de humor van de bewoners reflecteert dat. 

Dat gezegd hebbende, een nadere duiding van Rotterdamse humor is zeker wel te geven. Met de kanttekening dat er dan wel een zweem nostalgie om de hoek komt kijken en dat er wordt teruggegrepen op vroegere (haven)tijden. De tijd waarin de mannen nog van staal waren en de boten van hout...

Nico Haasbroek – de voormalig hoofdredacteur van het NOS Journaal en oprichter van Radio Rijnmond – kwam met een treffende typering van dit oer-Rotterdamse gevoel toen Hans van Vliet – dé trendsetter als het gaat om over-enthousiast voetbalcommentaar geven – in 2019 overleed: 'Hans van Vliet klonk als een oer-Rotterdammer. Hij sprak de taal die je in kroegen en op de tribunes hoorde. Nuchter, humorvol, met soms een schuine mop en het conservatief soort socialisme waar veel Rotterdamse mannen patent op hebben.'

Nuchter, humorvol, met soms een schuine mop en het conservatief soort socialisme waar veel Rotterdamse mannen patent op hebben.

Hard, maar warm van binnen

Het staat buiten kijf, er wordt veel gescholden in het Rotterdamse. Want heel hard schelden wordt hier gezien als een vorm van amusement. Treffend is het bijvoorbeeld als goede vrienden, die elkaar enige tijd niet gezien hebben, elkaar als volgt begroeten:

  • Hee ouwe teringlijer, leef jij ook nog! 
  • Krijg nou tieten, ja natuurlijk achterlijke gladiool. Hoe issut met jou dan gozer?

U ziet, een Rotterdammer beledigt vaak juist de mensen die hij aardig vindt. Niet uit gemeenheid, maar als teken van kameraadschap. Door een informant werd in dit kader gewezen op het wonderlijke gebruik tussen haar man en zijn neef. Als beide familieleden, die het goed met elkaar kunnen vinden, afscheid nemen, zegt de een steevast 'Nou, de hokpok' en de ander 'Ja, de touwtyfus'. Dat doen ze al zeker 25 jaar.

Harde humor dus, maar warm van binnen. En geregeld iets anders zeggen dan je bedoelt. Stadstroubadour Arie van der Krogt meldde er in regiokrant De Havenloods over: 'De humor zit hem er ook in dat we er altijd een positieve draai aan geven, een combinatie van afgeven op de stad, maar er ook van houden. Voortdurend niet weten of iemand iets meent of niet, dat is typisch Rotterdams. Dubbel en ironisch.' Daarmee bedoelt hij dat Rotterdammers vaak mopperen op hun stad of op elkaar, maar tegelijk juist enorme trots en genegenheid voelen. Die tegenstelling - klagen én houden van – ziet Van der Krogt als typisch Rotterdams.

Rotterdams leesplankje. Tekening: Hans Vermeer

Grappig chagrijnig

Rotterdamse humor is daarmee op een grappige manier chagrijnig. Een soort gemoedelijke azijnpisserij. Loop een schoenenzaak binnen en zeg 'Goedendag, ik ben op zoek naar nieuwe schoenen' en de kans is groot dat de verkoper zal zeggen 'Oh, maar die heb ik niet'. En dat kurkdroog en serieus uitgesproken, zodat de klant even van z'n apropos raakt. Het is als een test om te kijken hoe iemand hierop reageert en wat voor vlees men in de kuip heeft. Een echte Rotterdammer zal ad rem iets zeggen als 'Oh, ik zie ut ja. Dan ga ik wel ff verder kijken.' Geslaagd voor de test, en dan komt de joviale aard van de Rotterdammer naar boven en wordt de klant verder uiterst joviaal en liefdevol bejegend. 

Havenhumor

Rotterdamse humor is sterk verbonden met de havenarbeiderscultuur die decennialang dominant was in de stad. In de haven moest hard gewerkt worden en er was weinig ruimte voor gevoeligheid. Zo werden bijvoorbeeld boerenjongens, die van het platteland naar de stad kwamen om in de havens te gaan werken, 'krulstaarten' genoemd om ze te pesten met hun afkomst. De havenarbeiders pestten elkaar voortdurend, maar dat hoorde erbij. Wie niet tegen een grapje kon, kon het zwaar te verduren krijgen. 

Ook is men niet zo snel onder de indruk en relativeert de havenarbeider makkelijk. De allergrootste containerschepen worden droogkomisch 'dozenbootjes' genoemd. Het laden en lossen van die schepen: 'hozen met die dozen', 'tikken met die blikken' of 'prakken met die bakken'. De oude traditionele kraanmachinisten worden aangeduid als 'stokkentrekkers', omdat de kranen vroeger werden aangestuurd met stuurstokken. De nieuwe generatie kraanmachinisten, die alleen nog maar op kantoor hoeven te zitten en met een joystick de kranen besturen, worden dan weer 'havendivas' genoemd.

De oud-directeur van Shell, Jeroen van der Veer, liet in bedrijfsblad Shell Venster (mei 2013) hierover treffend optekenen: 'Ik zat daar tussen de onderhoudsmensen en heb diep respect gekregen voor de mensen die met de uitvoering bezig zijn. Ik maakte kennis met de wat sarcastische ironie die bij Rotterdam en bij mij past.'

Foto: Danny Cornelissen

Verschillen met Nederlandse humor

Die harde, soms botte havenhumor leeft nog steeds voort in de stad. Het is humor die ontstaat uit werken, aanpakken, overleven en vooral: niet te moeilijk doen. Rotterdamse humor is geen humor van lange verhalen. Het is kort, raak en vaak meedogenloos eerlijk. Daarin verschilt het ook van de humor in de rest van Nederland die vaak wat gemoedelijker of gezelliger is. En het verschilt zeker met de humor in Amsterdam – door Rotterdammers meestal aangeduid met 020, Abcoude Noord of Volendam Zuid – die nogal breedsprakig kan zijn en waar de bravoure nooit ver weg is. Een Amsterdammer kan een heel verhaal vertellen voordat de clou komt. Een Rotterdammer zegt liever in één zin iets vernietigends grappigs. En van kapsones moeten we sowieso niets hebben; iemand die 'een end omhoog is gevallen' zal al snel te horen krijgen: 'Hee krotekoker, je mot niet naast je schoene gaan lope, want daar krijg-ie vuile sokke van!'

Collectie Herco Kruik

Verdere verschillen in de Rotterdamse en Nederlandse humor worden wellicht duidelijker uit onderstaande citaten van enkele 'kenners'; mensen die hun sporen hebben verdiend in de entertainment-industrie en dus weten waarover ze praten:

'In iedere stad wordt anders gereageerd op acts. Het Rotterdamse publiek vindt humor belangrijk. Iets moet kapot of misgaan, dat valt goed.' Aldus Fernand Banning, 44 jaar dé drijvende kracht achter het Kerstcircus Ahoy dat voor het laatst werd gehouden in 2023. 

Programmeur en zakelijk leider Ray van Santen van het theaterfestival De Parade, dat elk jaar de vier grote steden aandoet, stelde in De Havenloods (juni 2012):

'Rotterdammers zijn zo leuk, die lullen zelfs tegen een lantaarnpaal. In Rotterdam geven de mensen het meeste fooi en drinken ze het meeste. Alleen: ze gaan het minst naar de voorstellingen, Rotterdammers komen vooral voor de gezelligheid naar de Parade. In Den Haag gaan ze juist wel naar de voorstellingen. In Utrecht komen veel studenten, om te feesten. En in Amsterdam zijn ze wat arrogant. Bij uitverkochte voorstellingen denken ze dat ze toch nog naar binnen mogen, omdat ze Amsterdammer zijn. Nee, Rotterdammers zijn het leukste.'

Komiek André van Duin aan het woord: 'Wat andere komieken ook weten: Rotterdammers lachen het hardst en het snelst. Ze zijn een lachgraag publiek, het beste publiek.' Voormalig Luxor-directeur Rob Wiegman kon dat beamen: 'Misschien heeft Amsterdam het beste gebouw (Carré), maar alle artiesten zeggen het: Rotterdam heeft de beste lach.'

Rotterdammers zijn zo leuk, die lullen zelfs tegen een lantaarnpaal.

Zelfspot om te overleven

Een Rotterdammer zet zichzelf te kakken. En de stad zelf ook, maar daaronder gaat een enorme trots schuil. Onze eigen stad afzeiken – en zeiken in het algemeen trouwens – is de Rotterdammer niet vreemd, maar van een buitenstaander kunnen we dat minder goed hebben. Dat komt voort uit de trots op de stad die zich opnieuw moest oprichten na het bombardement van mei 1940. Martin van Waardenberg verwoordde het zo in het Gers! Magazine (nr 2, mei 2013): 'De dynamiek, de chemie, de werklust, het chagrijnige. Ja heerlijk. Lekker kankeren op Feyenoord, het leukste wat er is. En dan tegelijkertijd apetrots zijn als het allemaal wel een keertje lukt. Als alles goed gaat, is het ook niet leuk. We moeten roeien met de riemen die we hebben, dat heb je als je platgebombardeerd bent. De volgende dag moet je puin gaan ruimen en opbouwen. Daar komt onze mentaliteit vandaan. Geen kapsones: Rotterdammers doen wat ze moeten doen en dat doen ze hard.

Deze zelfspot is eigenlijk een soort overlevingsmechanisme, want het leven was hier van oudsher niet altijd even makkelijk. Humor verzacht dan het leed en maakt het leven dragelijk. Dus als het tegenzit maak je er maar een grap over:

  • Kolere, ik waai haast uit me verschoning.
  • Ut waait hier toch altijd. Azzut in Rotterdam niet waait, dan bejje binnen.

De Rotterdamse journalist, presentator en 'Chief Ouwe Dibbes' Sander de Kramer verwoordde dat overlevingsmechanisme in een interview gepubliceerd op de website van Amnesty (okt 2023) als volgt: 'Ik heb het DNA van de stad in mijn bloed: niet zeuren, aanpakken, opbouwen. Lachen om te overleven.'

'Meneer, de kogels vliegen je hier om de oren'. 'Dan mojje bukke'.

Geen poeha

Die zelfspot onderscheidt Rotterdam ook van andere steden, waar trots serieuzer wordt genomen. Rotterdammers zijn trots, maar willen niet pathetisch overkomen. Dus maken ze liever eerst zelf de grap. We houden absoluut niet van opsmuk, poeha of blabla. Cultureel ondernemer Rutger Wolfson - oud-directeur van het Internationaal Film Festival Rotterdam (IFFR) – zei ooit in de NRC-rubriek Mijn Rotterdam (2015) over zijn favoriete plekken in de stad: 'Daar waar een hoge concentratie van wederopbouw-Rotterdammers bij elkaar komen, leeftijd 60 tot 80 jaar. Zoals toen het nieuwe station werd geopend, dan gaan ze allemaal even kijken. Ze blijven de opbouw volgen. De sfeer onderling vind ik fantastisch, met van die botte humor. Alles wat leuk is, wordt negatief gekwalificeerd. Een leuke avond is een kutavond. Het totale gebrek aan poeha, dat vind ik mooi.'

Droog en bot

Rotterdamse humor wordt ook vaak 'droog' genoemd. Een grappige opmerking wordt gebracht alsof het een doodnormale opmerking is. Zonder glimlach, zonder theatrale intonatie. Een mooi voorbeeld van de Rotterdamse markt:

Klant: 'Mijnheer, heeft u een plastic zak?'
Marktkoopman: 'Mevrouw, ik heb een glazen oog en een kunstheup, dat vind ik al erg genoeg.'

Of deze:

  • Laat hem maar schuiven.
  • Ja, met ze kop over de keien.

En een treffend voorbeeld van Rotterdamse droogheid kon worden opgetekend in een uitzending van Powned TV in 2021. Een verslaggever ging op reportage in Rotterdam-Zuid waar kort na elkaar meerdere schietpartijen waren geweest. Tegen een voorbijganger riep hij: 'Meneer, de kogels vliegen je hier om de oren'. Waarop de reactie was: 'Dan mojje bukke'. Typisch Rotterdams: droogkomisch, relativerend en niet al te dramatisch doen. 

Altijd blijven lachen

Rotterdamse humor voelt echt, het komt niet bedacht of gemaakt over. Ze ontstaat spontaan uit situaties van alledag. Een Rotterdammer maakt geen grap om slim gevonden te worden. Hij maakt een grap omdat het leven anders veel te serieus wordt. Rotterdamse humor onderscheidt zich door directheid, droogheid, zelfspot en een diepgewortelde arbeidersmentaliteit. Waar andere delen van Nederland soms kiezen voor subtiliteit, woordgrappen of theatrale humor, kiest Rotterdam voor eerlijkheid zonder versiering. Humor die zegt: doe maar normaal, werk hard, klaag niet te veel. En als alles tegenzit, maak er dan in ieder geval een goeie grap over. Rotterdammers blijven dus lachen, of zoals dichter en bioloog Leo Vroman het ooit mooi typeerde: 'De stad met littekens, die toch altijd weer lijkt te lachen, zelfs als de regen valt.'

Tekening: Hans Vermeer

Over de auteur

Herco Kruik is auteur, bekend van Het Groot Rotterdams citatenboek (2025), Het Rotterdams ABC (2015) en Kejje da nie horih dan / Ruim 500 Rotterdamse uitdrukkingen (2020). Meer over zijn werkzaamheden en publicaties vind je op zijn website www.scheurmailrotterdam.nl.

3 reacties

Anoniem 26 juni 2026

Herco ìs de ware Rotterdammert!

m.bertsch-ferwerda 26 juni 2026

Dat ik genoten heb van je stukkie over het Rotterdams! Zo heb ik het ook altijd gevoeld om Rotterdammer te zijn, en dat ben ik inmiddels al 79 jaar, en voel het nog steeds! alleen kan ik het niet zo onder woorden brengen, daarom veel dank hiervoor!

Pilatus 09 juli 2026

het leven bestaat - voorzien van de nodige zelfspot - maar uit één ding; "Geen woorden, maar daden"

Plaats een reactie

De velden met een * zijn verplicht

Ontdek meer

Heb jij een verhaal over de Zuid-Hollandse geschiedenis?

Welk verhaal mag volgens jou niet ontbreken op deze website? Deel je verhaal of tip met de redactie! Lees de voorwaarden en tips voor het schrijven van een verhaal.

Ontvang de laatste verhalen in je mailbox

Wil je op de hoogte gehouden worden van nieuwe publicaties? Abonneer je dan op onze nieuwsbrief!