Naar overzicht

De Watermolen van J.W. Ooms: molenaar Engeltje is te goed in haar werk

Marloes Wellenberg

Romantiek, religie, molens, drama maar ook feminisme en een vleugje gothic novel: de streekroman ‘De Watermolen’ (1940) van J.W. Ooms heeft het allemaal. En dat alles opgeschreven in het dialect van de Alblasserwaard. Een aanrader, zeker voor molen- en streektaalliefhebbers.

Ongelukken en verlangen

Je moet je aandacht er wel bij houden op een molen. In het eerste hoofdstuk van ‘De Watermolen’, dat zich afspeelt in de tweede helft van de negentiende eeuw in de Alblasserwaard, verongelukt molenaar Gilf van der Zouwe op de dag van zijn vaders begrafenis. Een rukwind wordt hem fataal, juist als hij bovenaan de trap van de standerdmolen ‘zwaar over de dood van zijn vader stond te peinzen’. Daarmee is de toon in deze bijzondere streekroman gezet. 

Engeltje van der Zouwe is twaalf als haar vader Gilf overlijdt en ze met haar moeder Trijntje de molen verlaat en in een diaconiehuisje in het dorp terechtkomt. Terwijl Trijntje de rest van haar leven angstig blijft voor molens, mist Engeltje het leven op de molen en ook de molen zelf. ‘Dan zag ze de donkere hoekjes weer, waar ze als brakkie (kind, red.) gespeeld had. En in haar oren klonk als voorheen het geruis van het scheprad, de spoeling van het water. Een geruis waar nimmer een end aan kwam.’ Ze ziet nog voor zich hoe de wieken voorbij scheerden. ‘Ze raakten bekant de grond. Vaders had ze op volzeil gezet, wat gong het ontaard hard; de kop dreunde er van, de ganse molen trilde op de fundamenten.’ 

Engeltje blijft verlangen naar de molen waar ze opgroeide. Als jongvolwassene ‘fladdert er al volop jonk goed achter haar aan’, maar ze wijst de een na de ander af. Zelfs als er een boerenzoon naar haar gunsten dingt – heel bijzonder, want een trapje hoger op de maatschappelijke ladder dan watermolenaars, dagloners en ‘huurboeren’ (pachters, red.) - heeft de knappe en flinke Engeltje geen interesse. Al snel komt de aap uit de mouw: Ze wil een watermolenaar, in het dialect ook wel een ‘waterpezer’ genoemd. Het is de enige manier om weer op een molen terecht te komen. Tot groot verdriet van haar moeder, die haar dochter een beter bestaan toewenst en doodsbang is voor nog meer ongelukken. 

Poldermolen van de polder Quakernaak en Arkelse Hoeven in Meerkerk, 1880. (Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Romantiek en potroeden

De Alblasserwaard loopt niet over van de jonge vrijgezelle watermolenaars met passie voor hun vak en het duurt dan ook even voordat onze hoofdpersoon beet heeft. Adriaan van Gils uit Nieuwpoort, ‘waterpezersjonk’, moet het wezen. Als de molenaar die Engeltjes vader destijds opvolgde komt te overlijden – ziet u het patroon? – trouwen de jongelieden en verkassen naar de molen. Het kersverse echtpaar is gek op elkaar en op de molen. Het was een krap bestaan, maar ze wonen knus en ‘wat zou een mens, die vreugde vindt in huwelijkseenheid en een poldergemaal, dan nog meer nodig hebben?’ 

Tussen de romantische ontwikkelingen, de groeiende angsten van moeder Trijntje, de dorpsroddels, en af en toe een ongeluk krijgt de lezer de nodige details mee over de molens in de Alblasserwaard. Want Engeltje en Adriaan zijn duidelijk niet de enige met een zwak voor molens. Auteur J.W. Ooms geeft de lezer een inkijkje in de technologische ontwikkelingen in molenland, zoals de introductie van de gietijzeren roede. We lezen hoe de naastgelegen polder Ottoland zich ijzeren roeden laat verkopen door de ‘Kinderdijkse molenbouwers’ – molenkenners herkennen hier onmiddellijk de firma van de gebroeders Pot in Elshout. In Braank, de fictieve polder waar het verhaal zich afspeelt, zijn ze niet meteen overtuigd, die ijzeren roeden waren immers veel zwaarder. ‘Wie kreeg het nou in z’n hersens geprakkezeerd, om ijzeren roeien instee van houten roeien aan een molen te zetten? (…) Die manlui [in Ottoland] hadden zich er tussen laten nemen.’ 

De lezer krijgt zo en passant een molenkundige geschiedenisles, en niet alleen in grote lijnen. Zo wordt precies uitgelegd waarom de ijzeren variant beter werkt: ‘De houten roeden (…) gongen bij een stevige wind achterover buigen, waardoor het spanvlak, dat de wind moest opvangen, naar achteren afliep en dan had de wind er weinig vat meer op. Maar de ijzeren gevaarten bogen niet door. (…) Vanaf die tijd wieren de houten roeden vanwege het doorbuigen bij forse wind ‘bedriegers’ genoemd en dat is tot op den dag van vandaag zo gebleven.’ Waarvan akte.  

De cover van streekroman De Watermolen (1940) van J.W. Ooms

Beroepstrots

Engeltje is trots dat ze op haar manier in de voetsporen van haar vader en opa kan treden. Ze ondersteunt Adriaan bij het malen en als de nood aan de man komt neemt ze zijn werk ook over. Dat laatste leidt tot gefronste wenkbrouwen in de omgeving, maar omdat ze goed werk levert wordt er pragmatisch een oogje dichtgeknepen. Want goede waterpezers liggen niet voor het oprapen.

Het geluk van de jonggehuwden duurt helaas niet lang. Adriaan komt te overlijden – was dit wat moeder Trijntje al die jaren al voorvoelde? Engeltje, inmiddels moeder van een zoontje, benadert het polderbestuur met een ongehoord voorstel. Kan zij het molenaarschap niet overnemen? Ze komt uit een molenaarsgeslacht, ze heeft laten zien dat ze het werk aankan en op deze manier kan zij de molen in de toekomst overdragen aan haar zoon, de volgende generatie. Hoewel een flink deel van de ingelanden van de polder het maar niks vindt (‘Geen wijf op de molen’) wordt het haar toch gegund. Het grasland staat immers blank en nou ja, beggars can’t be choosers. In de Alblasserwaard wordt er collectief schande van gesproken. Als vrouwen het werk van mannen gaan uitvoeren, dan is het einde nabij en is Braank hard op weg het Ninevé uit de Bijbel te worden, zo is de gedachte.

Engeltje trekt zich er niet te veel van aan. Op haar eerste officiële werkdag komt het polderbestuur kijken – ‘een oud gebruik’- en ook zij zien al snel dat het goed is. Het is wel een uitdaging om als alleenstaande moeder met de molen te malen, maar multitasking is Engeltjes middle name. ‘Ze hielp haar keind (sic) als het nodig was, ze suste het jonkie zoet op de linkerarm, de rechterhand aan het vangtouw. Als ze het mannetje zijn voedsel gaf, was haar blik beurtelings op den kleinen Gilf en op de wentelende wieken gericht.’ Als het nodig is maalt ze twee of drie dagen en nachten door, tot genoegen van de boeren in de polder. 

Detail van de Broekmolen in Streefkerk, 2009. (Foto C.S. Booms / Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

De kift

Eind goed al goed? De rust in de polder is weergekeerd, als een nat en herfstig voorjaar roet in het eten gooit. Het blijft maar regenen, de sloten zitten vol en het grasland is ‘dras en klonterig’. De wind laat het echter afweten en dat betekent dat de molens niet kunnen malen. Als er na weken wachten eindelijk zicht is op een ‘noordwester’ is het Engeltje die alles al heeft voorbereid en meteen gaat malen als de gelegenheid zich voordoet.

Ze beheerst het ambacht als geen ander en presteert op de toppen van haar kunnen. Ze houdt het peil, de wind, de geluiden van de molen en het water in de gaten, let erop dat de assen gesmeerd blijven, de molen niet te hard gaat en zorgt tegelijkertijd ook nog voor haar kind. Aangemoedigd door het zakken van het peil gaat ze dag en nacht door. En met succes. Niet eerder heeft een molenaar drie duim van het peil gemalen in een etmaal. Het is ‘meer dan merakels’ en haar naam wordt opgetekend in het polderboek. De boeren zijn trots op hun molenaar, maar de collega-molenaars in de Alblasserwaard komen in opstand. 

De mannen gunnen haar het succes niet. Dat Engeltje een capabele molenaar is die gewoon haar werk wil doen legt geen gewicht in de schaal. Hier speelt iets anders. Wat als op meer molens vrouwen worden aangesteld? ‘Ik vraag je, mannen: Is een vent geschapen om sokken te stoppen en kost te koken? Neeë ommers, daar is het wijf voor, ’t staat helderop in de bijbel, zal ik maar zeggen. Als wij zomaar toelaten dat aan een frommes (vrouwmens, red.) het bestuur over een watermolen gegeven wordt, kommen wij aan de grond te zitten.’ 

De rancune van haar mannelijke collega's zit diep en waait niet over. Het leven van Engeltje wordt op dramatische wijze ontwricht. Gelukkig hoeft haar moeder het niet meer mee te maken. 

Het bleef nog lang onrustig in de polder. 

 

Over J.W. Ooms

Meer weten over auteur J.W. Ooms (1914-1974)? De J.W. Oomsstichting beheert deze informatieve website over Johannes Willem Ooms. In Museum Het Voorhuis in Bleskensgraaf is een Oomskamer ingericht.

Met dank aan Rob van Zijll, molenaar van de Groeneveldse Molen in Schipluiden, die me op het bestaan van dit boek wees. 

Over de auteur

Marloes Wellenberg is historicus en werkt als adviseur voor Erfgoedhuis Zuid-Holland. Zij werkte mee aan onder meer de Canon van Zuid-Holland. Zuid-Holland in 50 verhalen (2011), de Atlas van de Trekvaarten in Zuid-Holland (2021) en was projectleider van het oral historyproject Molenverhalen (2018-2022) , dat tot doel had het dagelijks leven en werken op de Zuid-Hollandse poldermolens vast te leggen.

0 reacties

Plaats een reactie

Ontdek meer

Heb jij een verhaal over de Zuid-Hollandse geschiedenis?

Welk verhaal mag volgens jou niet ontbreken op deze website? Deel je verhaal of tip met de redactie! Lees de voorwaarden en tips voor het schrijven van een verhaal.

Ontvang de laatste verhalen in je mailbox

Wil je op de hoogte gehouden worden van nieuwe publicaties? Abonneer je dan op onze nieuwsbrief!

Deze website maakt gebruik van geanonimiseerde cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren en voor de analyse van onze website. Deze cookies kun je niet uitzetten. Bij het tonen en afspelen van YouTube video's worden cookies van derden geplaatst. Deze cookies van derden kun je wel uitzetten. Klik op "Akkoord" als je akkoord gaat met dit gebruik van cookies, klik op "Aanpassen" voor meer informatie en om zelf te bepalen welke cookies deze website plaatst.

Deze website maakt gebruik van geanonimiseerde cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren en voor de analyse van onze website. Deze cookies kun je niet uitzetten. Bij het tonen en afspelen van YouTube video's worden cookies van derden geplaatst. Deze cookies van derden kun je wel uitzetten. Klik op "Akkoord" als je akkoord gaat met dit gebruik van cookies, klik op "Aanpassen" voor meer informatie en om zelf te bepalen welke cookies deze website plaatst.