Susanne du Plessis. De naam van deze plantage-eigenares komt amper voor in schoolboeken, maar wel in gefluisterde archieven, met huiver uitgesproken. Hilde Neus hoorde de verhalen van haar toenmalige Surinaamse vriend, inmiddels al bijna dertig jaar haar echtgenoot. Iets in die wrede verhalen liet haar niet los. Eenmaal in Suriname begon Hilde te zoeken.
Geen weg terug
Hilde Neus deed jaren diepgaand archiefonderzoek naar vrouwen in de 18e eeuw en legde talloze verrassende verhalen bloot. Haar passie voor literatuur en vrouwengeschiedenis deelt zij wekelijks op de literaire pagina van krant De Ware Tijd in Suriname en als spreker op (inter)nationale conferenties. Daarnaast doceert zij en doet ze promotieonderzoek naar vrije creoolse vrouwen aan Anton de Kom Universiteit.
In het hart van Hilde Neus’ onderzoek ligt geen afstandelijke archiefdoos of abstracte geschiedenis, maar een rauwe, persoonlijke realiteit. Die van een vrouw, een moeder, een witte Surinaamse onderzoeker die via de wreedheden van een andere vrouw, Susanne du Plessis, haar weg vond in het slavernijverleden.
Du Plessis was plantage-eigenares. Haar naam komt amper voor in schoolboeken, maar wel in gefluisterde archieven, met huiver uitgesproken. Het verhaal hoorde Hilde niet in Suriname, maar aan de andere kant van het continent. In Tanzania. Van haar toenmalige Surinaamse vriend, inmiddels haar echtgenoot van bijna dertig jaar. 'Ze sneed de borst af van de tot slaaf gemaakte vrouw Alida,” vertelt Hilde. “En onderweg naar Commeijne zou ze een slavenkind hebben verdronken.' Twee verhalen. Meer was er niet. Niet van McLeod, niet van Loor. Alleen het ongemak van onvoorstelbare wreedheid.
En toch: iets in die verhalen liet Hilde Neus niet los. Eenmaal in Suriname begon Hilde te zoeken. Naar bevestiging. Naar betekenis. Wat begon als nieuwsgierigheid, groeide uit tot een levenswerk.
Wat begon als nieuwsgierigheid, groeide uit tot een levenswerk
Een vergeten vrouwengeschiedenis
Hilde’s missie werd helder: het vinden van vergeten stemmen, vooral die van vrouwen. 'Onderzoek naar Suriname werd jarenlang gedomineerd door mannen,' zegt ze. 'Het leek wel alsof vrouwen er nauwelijks toe deden. Behalve als het om slaafgemaakte vrouwen ging en dan door de blik van de koloniale man. Niets als het ging om witte vrouwen of vrije zwarte en gekleurde vrouwen.'
Ze besloot het roer om te gooien. Volgde een lerarenopleiding, daarna een master Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam. In 2003 studeerde ze af. Haar onderzoek kreeg vleugels. 'Ik vroeg me af: was Susanne du Plessis een uitzondering? Of waren er meer vrouwen die plantages runden, huwelijkse voorwaarden opstelden, of andere vrouwen manumitteerden?'
Die waren er. Veel zelfs. En de verhalen die ze vond, bleken gelaagder dan de zwart-witte kaders waarin ze vaak zijn geperst. Hilde ontsloot oude bronnen en boeken voor musea en onderwijsinstellingen in Suriname, waardoor er nieuwe vensters op het verleden werden geopend. De resultaten publiceerde ze in onder meer dit artikel.
De dochter en het verleden
'Dat mijn dochter afstamt van een tot slaaf gemaakte vrouw wist ik natuurlijk allang,' zegt Hilde zacht. 'Ze is een trotse, krachtige zwarte vrouw.' Maar de realiteit van kleur werd scherp toen Hilde en haar partner in 1986 aan de grens van Tanzania stonden. Ze mocht het land niet in. Niet als witte vrouw met een zwarte man. Daar stond ik dan met een baby’tje in mijn armen.
'Toen dacht ik: stel dat er ooit een wereldoorlog uitbreekt op basis van kleur. Aan welke kant sta ik dan?' Ze beantwoord zonder aarzelen haar eigen vraag: 'Dan kies ik zwart. Altijd.'
Toch is het complex. 'Nu, jaren later, zie ik dat ik als witte vrouw in dit veld steeds vaker bekritiseerd word: puur om mijn kleur. Maar ik kan niet meer opgeven. Het gaat niet om wie het schrijft, maar om wat er geschreven wordt. Zolang je maar kritisch naar jezelf blijft kijken en bewust bent van je positie.'
De nuancezoekers
Voor Hilde gaat onderzoek niet over gelijk hebben, maar over het aandurven van nuance. 'Veel wordt herhaald zonder dat mensen zélf onderzoek doen. Orale geschiedenis is belangrijk, maar die staat soms haaks op archiefstukken. Dan moet je je afvragen: waar kies je voor?'
Ze noemt professor Lamur, die aantoonde dat ook tot slaaf gemaakten zelf tot slaaf gemaakten bezaten. 'Maar dat verhaal wordt nauwelijks verteld. Onderzoekers Hoogberge en Ten Hove onderzochten dat er meer gekleurde dan witte slaveneigenaren waren. Toch past dat niet in het dominante narratief en dus wordt het vaak genegeerd.'
Volgens Hilde verliezen we zo belangrijke inzichten. 'Als we erkennen hoe complex het systeem was, kunnen we ook beter begrijpen waarom mensen zich nu zo profileren. Slavernij was verwerpelijk. Maar binnen dat onmenselijke systeem zochten en vonden mensen ruimte. Voor agency. Voor verbinding. Voor liefde.'
Een brug van liefde
'Inter-etnische relaties zijn niet van nu. Ze zijn van altijd,' zegt Hilde. 'Liefde overwint veel. Ook binnen een koloniaal systeem vol geweld en hiërarchie.'
Die mensen, zegt ze, vormden bruggen. Ze bewogen zich tussen systemen door. Tussen culturen, tussen machtsverhoudingen. En dat deden ze vaak met gevaar voor eigen leven, maar met vastberadenheid.
Hilde is onder de indruk van de huidige digitale tijd. 'Dankzij digitalisering kunnen nu álle groepen in Suriname hun familiegeschiedenis verder uitdiepen. Dat is empowerment. Mensen moeten dat beseffen.'
'Door het onderzoek en vooral ook door bijdrages aan projecten zoals Our HERitage, heb ik gezien hoeveel andere onderzoekers openstaan voor alternatieve perspectieven,' vertelt Hilde. 'Meer dan ik dacht. En we leren van elkaar: over andere groepen, andere tijden. Mijn blik is verruimd.'
Wat hier naar voren komt is het belang van wederzijdse erkenning. Dat je, ook als je anders kijkt of van een andere plek komt, elkaar kunt vinden in de zoektocht naar nuance. 'De oprichter van Our HERitage, met wie ik dit gesprek voer, is daar een goed voorbeeld van,' zegt Hilde glimlachend. 'Soms moet je je boodschap aanpassen zonder aan de kern te komen om gehoord te worden en het publiek niet te overweldigen, of klappen opvangen. Dan dreig je jezelf te verliezen. Maar vrouwen? Vrouwen hijsen elkaar weer overeind. Soms met veel gekibbel, ja, maar we tillen elkaar ook op.'
Zoals Madeleine Albright ooit zei: 'There’s a special place in hell for women who don’t help other women.' Hilde lacht erom, maar de boodschap is serieus: vrouwen moeten elkaar blijven optillen en respecteren in elkaars verschillen, zelfs met wat gekibbel erbij.
0 reacties