Tuindorp Vreewijk is een unieke wijk in Rotterdam-Zuid. Het onderscheidt zich met andere omliggende wijken door het dorpse karakter en het vele groen, met voornamelijk eengezinswoningen. In dit ingestuurde verhaal van Marian Groeneweg lees je meer over deze Rotterdamse wijk.
Het ontstaan van het 'Eerste Rotterdamsch Tuindorp'
Rond 1900 was de binnenstad van Rotterdam overbevolkt. Grote gezinnen woonden in kleine, vaak onhygiënische huizen zonder riolering, waar armoede heerste. Om deze schrijnende woonsituatie te verbeteren, werd in 1901 de Woningwet ingesteld, met als doel de bouw van betere woningen te stimuleren.
Onder leiding van enkele vooraanstaande Rotterdammers, zoals mr. K.P. van der Mandele en L.J.C.J. van Ravesteyn, werd in 1913 de 'Naamloze Vennootschap Eerste Rotterdamsch Tuindorp' opgericht. De missie van deze vennootschap was ‘het stichten en exploiteren van een of meer tuindorpen, met name ten behoeve van de minder gegoede bevolkingsklasse’. Zij zocht naar een geschikte locatie zonder paalfundering en waar de grond goedkoop was. Deze lap grond werd gevonden op de linker Maasoever: in de Polder Karnemelksland, een uitgestrekte kleivlakte die destijds werd gebruikt voor de teelt van bieten, haver en aardappelen.
De missie van deze vennootschap was ‘het stichten en exploiteren van een of meer tuindorpen, met name ten behoeve van de minder gegoede bevolkingsklasse’.
Hoop op vrede en financiering
Oorspronkelijk was het de bedoeling om het tuindorp volledig met eigen middelen te financieren. Echter veroorzaakte de Eerste Wereldoorlog een stijging in bouwkosten en lonen, en de rentestand werd ongunstig. Hierdoor werd particuliere financiering moeilijk. Daarom werd besloten gebruik te maken van de financiële mogelijkheden die de Woningwet bood.
Op 8 juni 1916 werd hiervoor de stichting 'NV Maatschappij voor Volkshuisvesting Vreewijk' opgericht. De naam Vreewijk werd gekozen als een symbool van hoop op vrede tijdens de wereldwijde oorlog. De gemeente gaf pas toestemming voor het project nadat Van der Mandele zich had teruggetrokken uit de discussie over alkoofwoningen. Deze woningen, die drie verdiepingen hoog waren en ook bekend stonden als 'voor-tussen-achter' woningen, werden door sommigen nog steeds als voldoende beschouwd voor de Rotterdamse bevolking, met de gedachte dat 'goede woningen luie werkers maken'. Echter, alkoofwoningen waren ongezond, met name door de tussenkamers zonder ramen die niet geventileerd konden worden en waar mensen sliepen.
Ruimte, licht en de terugkeer naar de natuur
De woningen in Vreewijk waren revolutionair van opzet: lage eengezinswoningen met aparte verdiepingen voor wonen en slapen. Dit ontwerp zorgde voor een overvloed aan licht en lucht, met hygiëne en gezondheid als speerpunten. Het tuindorpconcept ging immers uit van het idee dat de mens de ongezonde, benauwde en donkere stad moest verlaten en terugkeren naar een natuurlijke omgeving.
Deze 'terug-naar-de-natuur'-gedachte kwam ook tot uiting in de aanleg van speelvelden voor jonge kinderen, vaak onder toezicht van moeders. En de mogelijkheid om ze als bleekveld of voor groenteteelt te gebruiken.
De beroemde Amsterdamse architect Dr. H.P. Berlage werd gevraagd voor het stratenplan. Hij baseerde zijn ontwerp op het oorspronkelijke sloten- en greppelpatroon van de voormalige polder. Zo was de fraaie Langegeer ooit een brede sloot uit de 15e eeuw, en de bestaande wetering 'De Lede' werd verbreed. Berlage ontwierp het westelijke deel van het stratenplan met prachtige stadsstraten en architectonische accenten, goed zichtbaar in de straatjes achter de Brinkpoort, zoals de Donk, Voordonk en Achterdonk.
Het eerste pand in tuindorp Vreewijk
Berlage wilde met zijn stratenplan een dorps karakter nastreven. Dit kwam ook tot uiting in de straatnamen; geen enkele straatnaam eindigt op -straat.
De woningen aan de Lede, nummers 22, 24 en 26, werden als eerste opgeleverd op 23 november 1917. Twee weken later konden de eerste bewoners hun intrek nemen.
Museumwoning
Een leven zonder douche; kunnen we ons dat nog voorstellen in de 21e eeuw? De huisbaas Havensteder ontdekte in 2008 een woning in originele staat: zonder centrale verwarming, zonder douche en een kelder als koelkast. Het betrof de woning aan de Lede 40, waar de oorspronkelijke bewoner, de heer Arends, niets had veranderd sinds hij er met zijn ouders woonde. Na zijn overlijden bleek de woning nog precies zoals in 1917.
Sinds 2010 is deze woning ingericht als museumwoning, met koffiemolen aan de keukenwand, granieten aanrechtblad en eettafel met kleed in het midden van de huiskamer. Bezoekers wanen zich in het Vreewijk van toen. Vrijwilligers houden de museumwoning open voor publiek. De tuin is teruggebracht in de sfeer van de jaren ’30. Voor actuele info ga je naar de website museumvreewijk.nl.
Het schandaal en de heropleving
Het oostelijke deel van het tuindorp werd ontwikkeld door architect Granpré Molière. Samen met Kok & Verhagen ontwierp hij de 119 woningen aan de Dreef, Voorde, Weipad en Heggepad. Het tweede complex, met 131 woningen aan de Dreef en het Manpad, werd ontworpen door De Roos & Overeijnder.
De bouw vorderde gestaag tot 14 juni 1922, toen een onverwacht schandaal opdook. Directeur J. Schalij bleek ƒ75.000 te hebben verduisterd. Hoewel aanvankelijk doodgezwegen door de Burgemeester en Wethouders, kwam de zaak bijna een jaar later aan het licht via een NRC-artikel. Schalij werd veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf wegens valsheid in geschrifte, verduistering en medeplichtigheid aan omkoping. Dit incident zorgde voor tijdelijke bouwstilstand.
In 1933 werd de N.V. 'Eerste Rotterdamsch Tuindorp' definitief geliquideerd en werd de NV Maatschappij voor Volkshuisvesting Vreewijk zelfstandig. De heer Koert nam de directeursfunctie over. Hij was altijd gekleed met een gleufhoed en souspieds (vilten kousen over sokken en schoenen) en liep kaarsrecht met zijn wandelstok. Hij stond erom bekend op zaterdagmiddagen door de achterpaden te kuieren en huurders aan te spreken over hun tuin. Onder zijn bewind was het ten strengste verboden om groenten of aardappelen te verbouwen, en ook een kippenhok was uit den boze.
'Is uw huis schoon?' De woninginspecties in Vreewijk
Tot ver in de jaren ’80 waren woninginspecties door woningbouwverenigingen in Vreewijk heel gewoon. Medewerkers staken letterlijk hun vinger langs plinten, keken in kasten en inspecteerden beddengoed om het onderhoud door bewoners te beoordelen. Tegenwoordig ondenkbaar, maar toen onderdeel van het toelatingsproces.
Een van de strengste inspecteurs was mejuffrouw De Bruin, maatschappelijk werkster bij Woningbouwvereniging Vreewijk. Veel oud-Vreewijkers hebben levendige herinneringen aan haar. Wie buiten Vreewijk woonde en een ‘huisje met tuintje’ wilde, kon zich inschrijven bij het kantoor van de woningbouwvereniging, tot 1980 gevestigd in een van de mooiste gebouwen van Vreewijk: Het Jagershuis.
Maatschappij Vreewijk: beheer en dienstverlening
In 1925 nam de N.V. Maatschappij voor Volkshuisvesting Vreewijk haar intrek in Het Jagershuis, met de heer Koert als directeur. Vanuit dit pand werd Vreewijk beheerd. Wekelijks ging een huurophaler huis-aan-huis om huur te innen; later kwamen er meer huurophalers bij toen ook de Dalenwijk en de Vaan werden gebouwd.
’s Ochtends hielden opzichters spreekuur voor huurders, meestal huisvrouwen met klachten zoals verstopte afvoeren, gebroken raamkozijnen of lekkende goten. Klachten werden schriftelijk doorgegeven aan vaklieden. Uitvoering en onderhoud verliepen in eigen beheer; later controleerden opzichters of alles naar wens was afgehandeld.
Een 'Huis-met-een-Tuintje' voor iedereen?
Hoewel het oorspronkelijke doel was ‘een of meer tuindorpen te stichten, met name voor de minder gegoede bevolkingsklasse’, bleek de praktijk anders. Veel woningen werden bewoond door middenklassers. In straten als de Lede, Dreef en Langegeer woonden advocaten, doktoren en notarissen. De minder gegoede klasse woonde in kleinere huisjes, onder andere in de Dalenwijk, met het gewaardeerde voordeel van een eigen tuin.
Monumentenstatus
Sinds 1997 is Vreewijk aangewezen als beschermd stadsgezicht, tussen Beukendaal en Groene Hilledijk. De woningen zijn kenmerkend voor de ontwikkeling van vooroorlogse volkshuisvesting. In februari 2012 werden 900 woningen als beeldbepalend aangemerkt en 35 woonblokken, ruim 200 woningen, als rijksmonument.
0 reacties