Over ‘t Huys Dever
Reinier d’Ever gaf in 1370 opdracht voor de bouw van de woontoren, die naar hem is genoemd. In de 14de eeuw bestond ’t Huys Dever uit een woontoren en een voorburcht, omgeven door een brede gracht. Dever werd bewoond door adellijke families als Van Matenesse, Van Schagen en Heereman van Zuydtwijk. Tussen 1630 en 1634 werd aan de woontoren een groter herenhuis toegevoegd. Daarna volgde een periode van leegstand en gebrekkig onderhoud. In 1848 stortte het voorhuis in en daarna het dak en de vloeren van de woontoren. De dikke buitenmuren bleven echter intact en zo stond Dever als een ruïne in het landschap.
Redding en restauratie van Dever
De gemeente Lisse was in 1948 eigenaar van het gebouw geworden. Rond 1970 kwam een burgerinitiatief van de grond om Dever te redden. De donjon werd gerestaureerd en weer van een dak voorzien. In het voorterrein zijn de funderingen van de verdwenen bouwwerken zichtbaar gemaakt en de gracht en de tuinen zijn in ere hersteld. In de toren zijn authentieke gewelven en haarden te zien. Op zolder zijn archeologische voorwerpen tentoongesteld die bij opgravingen rondom het kasteel zijn gevonden.