Naar overzicht

De middelbare meisjesschool

Ingrid van der Vlis

Een ‘school voor mevrouwen’, zo staat de in 1968 opgeheven middelbare meisjesschool (mms) in het geheugen van veel mensen gegrift. Zo’n opleiding alleen maar voor meisjes heeft toch een wat nuffige bijsmaak. Maar dat is bij de oprichting ervan zeker niet het geval. In de tweede helft van de negentiende eeuw is de middelbare meisjesschool zelfs de inzet van een heftige feministische strijd.

Compromis

School bestaat eeuwenlang vooral uit lager onderwijs. Een beetje lezen, schrijven en rekenen wordt lange tijd voldoende geacht voor de meeste mensen. De Latijnse school en de universiteit – het hoger onderwijs – zijn alleen bedoeld voor kinderen uit de elite. En alleen voor jongens. Meisjes volgen vaak niet meer dan lager onderwijs, vanaf het midden van de negentiende eeuw soms met wat extra vakken in het ‘meer uitgebreid lager onderwijs’, de mulo. In 1863 wordt de Wet op het Middelbaar Onderwijs aangenomen, waarin de nadruk ook weer op scholing voor jongens ligt. De nu opgerichte hogere burgerschool (hbs) biedt een aantrekkelijke onderwijscarrière. Burgerjongens krijgen na de lagere school op de hbs een brede vervolgopleiding, waarmee ze uiteindelijk zelfs door kunnen leren op de nieuwe Technische Hogeschool in Delft of de Landbouwhogeschool in Wageningen. Veel steden haasten zich om zo’n school op te richten, jongens kunnen in Zuid-Holland al snel terecht op een Rijks- of een gemeentelijke hbs.

Vroege feministen in het hele land smeden plannen voor een vergelijkbare opleiding voor meisjes uit de burgerij. Ze hebben daar verschillende ideeën bij. Sommigen pleiten voor beroepsopleidingen, zoals die ook voor jongens bestaan. Ze willen dat vrouwen ook zelf de kost moeten kunnen verdienen. Dat gaat veel andere voortrekkers te ver. Die willen dat zo’n nieuwe school de vrouwen klaarstoomt om hun gezinstaak zo goed mogelijk te verrichten. De middelbare meisjesschool is het voorlopige compromis. Meisjes krijgen er apart les en er is veel aandacht voor ‘typisch’ vrouwelijke gezinstaken. Tegelijkertijd biedt een mms-diploma vrouwen wel de kans om daarna naar de kweekschool te gaan en wellicht les te geven op een mms. Zo snijdt het feministische mes aan twee kanten, want op deze manier leren generaties meisjes dat het heel gewoon is als vrouwen aan het roer van een onderwijsinstelling staan. Particulieren richten in Haarlem in 1867 de eerste ‘hogere burgerschool voor meisjes’ op, zoals de middelbare meisjesscholen dan bekend staan. Verspreid over het land komen er in ruim tien jaar tijd nog eens dertien bij. Dat gaat vaak niet vanzelf. 

De vroege feministe Mienette Storm-van der Chijs (1814-1895) is fel voorstander van meisjesonderwijs. Foto: Laura Lasinsky. (Collectie: Stadsarchief Delft 71788)

Debat in Zuid-Holland

In diverse steden ontstaan heftige discussies over middelbaar onderwijs voor meisjes. Burgers vragen om zulke scholen, gemeenteraden buigen zich in bochten om vóór of tegen te stemmen en feministen bestoken de pers. De vooruitstrevende Delftse Mienette Storm-van der Chijs bijvoorbeeld, hamert al jaren op betaald werk voor vrouwen en praktische scholing voor meisjes. De ideeën daarvoor heeft ze in de Verenigde Staten opgedaan, waar ze op één van haar vele reizen was. Als er in Den Haag in 1868 plannen ontstaan voor een mms, klimt zij direct in de pen. Storm-van der Chijs benadrukt in een ingezonden brief dat het schandalig is om meisjes zo’n opleiding te ontzeggen, waardoor ze een ‘nutteloos’ en een ‘slecht voorbeeld gevend nietig levend’ leiden. Een meisjesschool zou een ‘parel van eerste grootte in ’s-Gravenhage’s lauwerkroon van nuttige inrichtingen’ zijn.

Diverse kranten schrijven in 1869 over het verschil tussen de lessen aan de Haarlemse meisjesschool en de hogere burgerschool: 23 uur wiskunde, 8 uur natuurkunde en 8 uur scheikunde voor de jongens tegenover respectievelijk 8 uur, 2 uur en 1 uur voor de meisjes. Vakken als kosmografie, aardkunde, werktuigkunde, staatsinrichting, handelswetenschappen en lijntekenen komen op de meisjesschool helemaal niet voor. Dit overzicht wordt niet aangehaald door tegenstanders, maar juist door voorstanders van meisjesonderwijs. Ze willen hiermee laten zien dat het niet te ‘eng’ of te ‘mannelijk’ is. De Nieuwe Rotterdamsche Courant doet een extra duit in het zakje en schrijft dat men niet bang moet zijn dat meisjes aan hun eigen kring worden ontrukt. Het is niet de bedoeling ‘de vrouw te ontvrouwelijken’, zij moet juist vrouw blijven. ‘Maar de vrouw is mensch’, en moet dus ook ‘ordelijk leeren denken, regelmatig leeren werken’.

Het is niet de bedoeling ‘de vrouw te ontvrouwelijken’, zij moet juist vrouw blijven. ‘Maar de vrouw is mensch’, en moet dus ook ‘ordelijk leeren denken, regelmatig leeren werken’.

Tegelijk met Den Haag komt ook in Delft het onderwerp in de gemeenteraad ter sprake. H. Hartogh Heys van Zouteveen snijdt een ander belangrijk punt aan. Hij laat weten verbaasd te zijn dat er veel meer overheidsgeld wordt uitgegeven aan jongens dan aan meisjes, terwijl mannen én vrouwen belasting betalen. Zijn voorstel voor een meisjesschool is echter kansloos. Drie raadsleden stemmen voor, veertien stemmen tegen. De burgemeester vindt het onnodig omdat er twee jaar eerder al een vrouw aangenomen is voor een Delftse meisjesschool. Dat dit geen middelbaar onderwijs is, maakt voor de meeste raadsleden niet uit. Raadslid Jan Soutendam vindt het zelfs beledigend, want zo’n school zou betekenen dat vrouwen blijkbaar dom zijn. Dat laatste doet hem overigens niet zoveel. Hij ‘wenschte geene geleerdheid, maar lieftalligheid bij de vrouw. Hij vreesde voor blauwkousen’.

Succes

Terwijl veel gemeentebesturen nog huiveren, boekt de Haarlemse school succes. Daar hebben zich na één jaar al zo’n tachtig meisjes aangemeld. Er klinken daar geluiden dat er zelfs burgers naar die stad verhuizen vanwege de school. ‘Dat heeft men ervan als een gemeentebestuur met zijn tijd weet mee te gaan’, snoeft een Haarlemse journalist. ‘Om de snuggerheid van den Delftschen gemeenteraad lagchen we hier in ons vuistje.’ Zou Delft binnenkort het spoorwegstation afbreken en weer overstappen op de trekschuit? De schimpscheuten sorteren geen effect. Delft kiest niet voor een meisjesschool, en ook Den Haag durft er voorlopig nog niet aan. Geld speelt ook een rol. Zolang de landelijke overheid niet meebetaalt, zijn veel gemeentebestuurders tegen. Het is de gemeente Arnhem die in 1870 als tweede stad een ‘hbs voor meisjes’ opricht.

In zo’n tien jaar tijd worden er verspreid over het land veertien middelbare meisjesscholen opgericht. Ook in Zuid-Holland boeken de feministen vooruitgang. De Dordtse gemeenteraad koopt een huis in de Steegoversloot, waar vanaf januari 1872 een middelbare meisjesschool het licht ziet. Tegelijkertijd gaat in Rotterdam een hbs voor meisjes van start. Directrice Maria van der Burg begint ook in een woonhuis, op de Scheepmakershaven, maar verhuist twee jaar later met haar pupillen naar nieuwbouw in de Witte de Withstraat. In de jaren daarna krijgen ook Leiden en Den Haag een middelbare school voor meisjes. De scholen zijn populair en bieden tot 1900 steeds meer plek aan burgermeisjes. Daarna stokt de groei en daalt het aantal leerlingen zelfs. Niet omdat het feminisme is uitgedoofd, maar juist omdat het initiatief voorbij wordt gestreefd door andere feministische idealen.

Toch samen naar school / Emancipatiewinst

Want waarom een aparte meisjesschool als er gemengde alternatieven zijn? Zo zijn er steeds meer meisjes die toestemming vragen om een ‘gewone’ jongens-hbs te mogen bezoeken, Aletta Jacobs in 1872 voorop. Het opent in veel gemeenten opnieuw de discussie, zoals in Schiedam. Daar verzoekt de directeur van de hbs in 1883 om ook meisjes toe te mogen laten. Vooral de confessionele partijen zijn tegen. Zij hebben verschillende redenen daarvoor. Sommigen vinden dat gezamenlijk onderwijs schadelijk is, anderen zijn principieel tegen zolang er geen overheidsgeld beschikbaar is voor confessioneel onderwijs. Een jaar later gaat de Schiedamse gemeenteraad toch akkoord, tot tevredenheid van de Schiedamsche Courant die noteert: ‘Op den staat rust de plicht, gelijkelijk te zorgen voor het onderwijs der beide seksen.’

De vrouwenbeweging heeft het tij mee: gelijkheid wordt de norm. Steeds meer steden stellen hun hbs en gymnasium open voor meisjes. Zo lukt het geleidelijk aan het mannenbolwerk van het middelbaar én het hoger onderwijs te betreden. Er ontstaan zelfs nieuwe schooltypen, speciaal voor meisjes: industriescholen voor nijverheidsonderwijs, vrouwenarbeidsscholen en huishoudscholen. De professionalisering van vrouwenberoepen is een feit, ook voor het vak van huisvrouw dat in die periode aan aanzien wint. De middelbare meisjesschool lijkt zo al snel na de oprichting ervan gedateerd. Het schooltype krijgt een wat tuttig imago, ook omdat meisjes er niet voor een specifiek beroep worden opgeleid. Ze zouden er alleen tot ‘mevrouwen’ worden gevormd. Omdat de scholen ook nog altijd geen overheidsfinanciering krijgen, lijkt het einde voor dit type onderwijs nabij.

‘Op den staat rust de plicht, gelijkelijk te zorgen voor het onderwijs der beide seksen.’

Doorstart en einde

In de twintigste eeuw neemt de vraag naar gescheiden onderwijs toch weer toe. Nu niet vanuit feministische hoek, maar vanuit katholieke kring. De middelbare meisjesschool sluit aan bij de wensen van ouders die hun dochters wel graag degelijk onderwijs geven, maar niet zo gecharmeerd zijn van een gemengde school. Er worden weer nieuwe middelbare meisjesscholen opgericht, die vooral na de Tweede Wereldoorlog korte tijd enorm populair worden. De school sluit aan bij het dan heersende gezinsideaal met een goed opgeleide huisvrouw aan het hoofd van ieder gezin. Een vrouw die de huishoudelijke taken onder haar hoede neemt en die de opvoeding van de kinderen organiseert. En niet onbelangrijk: de overheid betaalt vanaf 1948 mee aan dit type onderwijs, eindelijk is de middelbare meisjesschool officieel erkend. Het leidt tot afzonderlijke scholen en tot mms-afdelingen op de hogere burgerscholen – vaak de ‘M-stroom’ genoemd. Meisjes krijgen er minder wiskunde en natuurkunde dan de jongens, maar wel extra vakken, zoals muziek, maatschappijleer en opvoedkunde.

De nieuwe opleving van het meisjesonderwijs is van korte duur. In 1958 start de landelijke overheid met een herziening van het middelbaar onderwijs. Er gaat zoveel op de schop dat er al snel over een ‘Mammoetwet’ gesproken wordt. De bestaande opleidingen gaan in 1968 op in drie typen onderwijs. De mulo verandert in het middelbaar algemeen vormend onderwijs (mavo) en de middelbare meisjesschool vormt de basis van het hoger algemeen vormend onderwijs (havo). De hbs, het gymnasium en het lyceum komen samen in het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo). Het specifieke meisjesonderwijs verdwijnt dus, ook omdat de huishoudschool voortaan openstaat voor jongens. Daar is op dat moment vrijwel niemand rouwig om. Een school voor meisjes alleen raakt in de jaren zestig snel uit de mode; gelijkwaardigheid is de norm. Dat daarmee een ooit vooruitstrevend feministisch initiatief bijna geruisloos van tafel verdwijnt en de kansenongelijkheid van jongens en meisjes niet opeens is opgelost, is voer voor de nieuwe feministische golf die zich in de jaren zeventig aandient.

 

Over de auteur

Ingrid van der Vlis is historicus en werkt voor haar eigen onderzoeksbureau Tijdelijk. Zij doet onderzoek en schrijft boeken over verschillende onderwerpen binnen de sociale geschiedenis: van het slavernijverleden tot de nasleep van de Tweede Wereldoorlog, en van buurthistorie tot armen- en weeshuiszorg.

0 reacties

Plaats een reactie

Heb jij een verhaal over de Zuid-Hollandse geschiedenis?

Welk verhaal mag volgens jou niet ontbreken op deze website? Deel je verhaal of tip met de redactie! Lees de voorwaarden en tips voor het schrijven van een verhaal.

Ontvang de laatste verhalen in je mailbox

Wil je op de hoogte gehouden worden van nieuwe publicaties? Abonneer je dan op onze nieuwsbrief!

Deze website maakt gebruik van geanonimiseerde cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren en voor de analyse van onze website. Deze cookies kun je niet uitzetten. Bij het tonen en afspelen van YouTube video's worden cookies van derden geplaatst. Deze cookies van derden kun je wel uitzetten. Klik op "Akkoord" als je akkoord gaat met dit gebruik van cookies, klik op "Aanpassen" voor meer informatie en om zelf te bepalen welke cookies deze website plaatst.

Deze website maakt gebruik van geanonimiseerde cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren en voor de analyse van onze website. Deze cookies kun je niet uitzetten. Bij het tonen en afspelen van YouTube video's worden cookies van derden geplaatst. Deze cookies van derden kun je wel uitzetten. Klik op "Akkoord" als je akkoord gaat met dit gebruik van cookies, klik op "Aanpassen" voor meer informatie en om zelf te bepalen welke cookies deze website plaatst.