Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies om filmpjes van YouTube te tonen en social mediaknoppen van Facebook, Twitter en Pinterest (third party cookies). Als je deze cookies niet wil, dan kun je dat hier aangeven. De betreffende functionaliteit wordt dan uitgeschakeld. Wij plaatsen zelf wel altijd functionele cookies voor de werking van onze website en (anonieme) analytische cookies om onze site te verbeteren.

Ontdek de verhalen van Zuid-Holland

De aanleg van de Deltawerken

Het antwoord op de Ramp: een indrukwekkend en complex project

De Nederlandse regering handelde snel. Binnen 3 weken na de ramp, op 21 februari 1953, was er een Deltacommissie ingesteld, onder leiding van directeur-generaal Maris van Rijkswaterstaat. De commissie, met vertegenwoordigers van de overheid, de wetenschap en het bedrijfsleven, kreeg als opdracht antwoord te geven op de vraag welke waterstaattechnische voorzieningen er dienden te worden getroffen met betrekking tot “de door de stormvloed geteisterde gebieden.” 

undefined
Installatie van de Deltacommissie (Foto: Rijkswaterstaat)

Deltaplan en Deltawet
Minister Algera van Verkeer en Waterstaat had aangegeven dat er moest worden gekozen tussen het verhogen van bestaande dijken en het afsluiten van enkele zeegaten. Een voorwaarde was wel dat de Westerschelde en de Rotterdamse Waterweg open moesten blijven voor de scheepvaart. Op 26 mei 1953 kwam de Deltacommissie met de eerste adviezen over het verhogen van de dijken op Schouwen en de veiligheid van de Randstad. Later in het jaar werd gestart met de voorbereiding van het eerste Deltawerk, de stormvloedkering in de Hollandse IJssel bij Capelle aan den IJssel.

Het derde advies dat de Deltacommissie uitbracht, op 27 februari 1954, ging nader in op de vraag van minister Algera. Door de armen af te sluiten zou de kustlengte verkort worden en zou de zee op minder plaatsen direct invloed uitoefenen. Het afdammen zorgde er bovendien voor dat er in de zeearmen geen hoge vloedstanden meer konden ontstaan. Het afsluiten van de zeegaten had nog meer voordelen ten opzichte van het verhogen van de dijken. Het was niet alleen veiliger en goedkoper, maar ook effectiever, aldus de Commissie. Het ging verzilting tegen en de dammen tussen de eilanden zorgden voor goede verbindingen met de rest van Nederland. Bovendien zouden de dammen landwinst opleveren, terwijl dijkverhogingen land zouden kosten (door binnendijkse verbreding). Tot slot zou door de uitvoering van het Deltaplan een uniek recreatiegebied ontstaan.

Deltahoogte
Een belangrijke kwestie voor de Deltacommissie betrof de hoogte van de dijken. Hoe hoog zouden de dijken moeten zijn om voldoende veiligheid te bieden? De commissie koos uiteindelijk voor een basispeil van 5 meter boven NAP. Dit werd Deltahoogte genoemd. Alle dijken, dammen en duinen in Nederland moesten tot op Deltahoogte verhoogd worden. Na het vierde advies, het zogenaamde Drie-eilandenplan, waarbij het Veerse Gat en de Zandkreek werden afgedamd, verscheen op 18 oktober 1955 het vijfde en laatste plan van de Deltacommissie. Hierin stond een uitgebreide beschrijving van het Deltaplan, een beschrijving van de voor- en nadelen, en een overzicht van de kosten.

undefined
Dit kaartje met een kostenoverzicht van de Deltawerken verscheen op 4 oktober 1986 in het Algemeen Dagblad. 

Het Deltaplan zou in 25 jaar uitgevoerd kunnen worden en de kosten circa 1,5 tot 2 miljard gulden. Het plan werd omgezet naar een wetsvoorstel, en op 16 november 1955 ging het wetsontwerp naar de Tweede Kamer. Het zou meer dan twee jaar duren voordat de wet aangenomen werd. Op 8 mei 1958 werd de Deltawet door de koningin Juliana ondertekend.

Goeree-Overflakkee
De verschillende onderdelen van de Deltawerken konden niet tegelijkertijd worden voltooid. Rijkswaterstaat koos er voor om een logische volgorde aan te houden: van klein naar groot en van eenvoudig naar ingewikkeld. Op deze manier kon er tijdens de bouw zoveel mogelijk geleerd worden en kon ervaring worden opgedaan voor de meer ingewikkelde onderdelen. Ook werd rekening gehouden met het aanwezige materiaal en de beschikbare mankracht. Verder was voor Rijkswaterstaat van belang dat het gebied zo snel mogelijk veilig zou zijn voor stormvloeden. Voor Goeree-Overflakkee betekende dit dat het eiland in tien jaar tijd op vier verschillende plekken met het vaste land en met Schouwen-Duiveland werd verbonden.

1965 Grevelingendam
In 1958 werd gestart met het werk aan de Grevelingendam en na zeven jaar hard werken was deze voltooid. De dam was met zes kilometer beduidend langer dan de Zandkreekdam of de Veerse Gatdam.

undefined
Bouw van de Grevelingendam (Collectie Nationaal Archief)

Caissons bleken voor dit karwei minder geschikt en daarom werd voor een deel van de dam een revolutionaire techniek gebruikt: via kabelbanen werden grote betonblokken in het water gestort. Voor de rest van de dam werd gebruikt gemaakt van bekende technieken als het opspuiten van zand en het afzinken van caissons.

Wat de dam verder bijzonder maakt is dat hij niet in de eerste plaats diende om te beschermen tegen overstromingen. Zijn dammen dan niet altijd bedoeld om water tegen te houden? Ja, maar het gaat niet altijd om water uit de zee. Aan de westkant van de Grevelingendam bevond zich namelijk de Haringvlietdam. De bouw hiervan was gestart in 1956, maar zou tot 1972 duren. De Grevelingendam moest de bouw van de Haringvlietdam, de Brouwersdam en de Oosterscheldekering makkelijker maken. Als men eerst de Brouwersdam had gebouwd, dan was het niet ondenkbaar geweest dat het water uit het Grevelingenmeer via de Haringvliet (in het noorden) of de Oosterschelde (in het zuiden) terug naar zee probeerde te stromen. Die extra stroming was niet gewenst.

1966 Volkerakdam
De Volkerakdam is een secundaire dam. Dat betekent dat de dam bedoeld was om andere primaire dammen, zoals de Oosterscheldekering, de Brouwersdam en de Haringvlietdam mogelijk te maken.

undefined
De bouw van de Volkerakdam (Afbeelding uit particuliere collectie)

De Volkerakdam heeft zowel een verbindende als een scheidende functie. Aan de ene kant verbindt de dam Noord-Brabant, Goeree-Overflakkee en de Hoekse Waard, aan de andere kant scheidt de dam het Hollandsch Diep, het Haringvliet en het Volkerak. In feite bestaat de dam uit drie delen die samenkomen op het Hellegatsplein. Het geheel ziet eruit als het Mercedes-teken:

1. Een dam van het Hellegatsplein naar Goeree-Overflakkee.
2. Een dam inclusief sluis van het Hellegatsplein naar Noord-Brabant.
3. Een brug van het Hellegatsplein naar de Hoekse Waard.

Na uitgebreide proeven in het Waterloopkundig laboratorium werd in 1957 begonnen met de bouw van de Volkerakdam.

(Collectie: Instituut voor Beeld en Geluid)

Het eerste deel van deze dam bestond uit een dichte dam van Goeree naar de Hellegatsplaat. Voor dit stuk waren geen kabelbanen of caissons nodig, er werd net zolang zand in het sluitgat gespoten tot het dicht was. Het tweede deel van de Volkerakdam bestond uit een vast stuk dam met sluis dat de Hellegatsplaat met Noord-Brabant verbond. Het vaste stuk hiervan werd door middel van caissons gesloten.

(Collectie: Instituut voor Beeld en Geluid)

De sluis was nodig om de scheepvaart tussen Rotterdam en Antwerpen mogelijk te maken. Tegelijk mocht er niet teveel zoet rivierwater van de Maas en de Waal het Zeeuwse water binnenkomen. Het derde stuk van de Volkerakdam was eigenlijk een brug waaronder het water van de grote rivieren de Haringvliet in kon stromen. Op de plek waar de drie delen elkaar ontmoeten werd een enorm verkeersknooppunt aangelegd. In 1969 was het Volkerak afgesloten.

1971 Haringvlietdam
In 1971 werden de sluizen van de Haringvlietdam in werking gesteld: zeventien openingen van elk bijna 60 meter breed. Er was 14 jaar lang gewerkt aan de dam die de 4,5 kilometer water tussen Goeree-Overflakkee en Voorne-Putten overbrugde. Op de Oosterscheldekering na, nam de bouw van de Haringvlietdam de meeste tijd in beslag. De Haringvlietdam had twee functies. Ten eerste moest de dam beschermen tegen een toekomstige watersnoodramp. Ten tweede moest de dam zorgen voor de afvoer van Rijn- en Maaswater in de Noordzee. Van een dichte dam kon daarom geen sprake zijn.

De zeventien openingen dienden ervoor om de hoeveelheid water te regelen die door de nieuwe Waterweg naar de Noordzee stroomt. Als de waterstanden in de buurt van Rotterdam te hoog dreigen te worden, dan kunnen de bijzondere spuisluizen extra veel rivierwater de zee in spuien. Er werd ook een schutssluis voor de scheepvaart gemaakt. Bij de afdamming van de rest van het gat werd onder andere gebruik gemaakt van de kabelbaanmethode. Om de natuur te ontzien werden in een aantal pijlers speciale tunnels gemaakt. Vissen kunnen die gebruiken om van de Haringvliet naar de Noordzee te zwemmen (of andersom), zelfs als alle sluizen gesloten zijn.

(Collectie: Instituut voor Beeld en Geluid)

1972 Brouwersdam
De Brouwersdam was een jaar later klaar dan de Haringvlietdam. Omdat de Grevelingendam de zeearm al aan de oostkant had afgesloten, ontstond door de bouw van de Brouwersdam het Grevelingenmeer. De Brouwersdam was geen makkelijke dam om te bouwen. Omdat het te dichten gat tussen Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duiveland maar liefs 6,5 kilometer lang was, vormde de bouw een goede oefening voor de nog complexere Oosterscheldekering. Net als bij de Grevelingendam werden voor de Brouwersdam zowel caissons als een kabelbaan gebruikt. Eerst werden twee zandplaten in het Brouwershavense Gat opgehoogd. Vervolgens werd het noordelijke gat met caissons gedicht. Tenslotte werd het zuidelijke gat gedicht door de heen en weer rijdende gondels die hun lading beton aan de zeebodem toevertrouwden. Begin 1972 was de dam klaar.

undefined
Arbeidersbarak, in gebruik tijdens de aanleg van de Haringvlietdam (Foto: Aart Klein, Nederlands Foto Museum)

Veiligheid versus leefbaarheid
Tijdens de aanleg van de Haringvlietsluizen en de Volkerakdam werd langs de benedenrivieren hard gewerkt om klaar te zijn voor de toekomstige situatie met minder getij. Uitwateringssluizen werden vervangen door gemalen en hellingen van scheepswerven zijn gereconstrueerd. Maar wat er zou gebeuren als het water zoet zou worden was moeilijker te voorspellen. Toen op 2 november 1970 minister Bakker van Verkeer en Waterstaat de Volkerakdam, Haringvlietsluizen en Rijnkanalisatie in bedrijf stelde, heerste er euforie. Het benedenrivierengebied was beter beveiligd en de scheepvaart zou minder last hebben van het getij.

In de Biesbosch echter, een unieke zoetwatergetijdendelta, verminderde de getijslag per direct van 2 tot 0,2 meter. Het duurde niet lang voordat de eerste soorten verdwenen waren en ook de waterkwaliteit verslechterde doordat de afvoer van het vervuilde Rijn- en Maaswater stagneerde. Toen de Brouwersdam de verbinding met de Noordzee in 1971 volledig afsloot, kwamen de gevolgen van de afsluitingen scherper in beeld.

Het gezonde ecosysteem van de Grevelingen ging letterlijk ten gronde. Binnen drie weken stierven alle organismen op de slikken en dijktaluds boven het meerpeil. Onder water kwamen er schimmels op sponzen en anemonen. Steltlopers verdwenen. Geschrokken door de gevolgen voor het leefmilieu besloot minister Westerterp in 1974 een suatiesluis in de Brouwersdam te bouwen. De sluis kwam in 1978 gereed en herstelde de wateruitwisseling met de Noordzee.

undefined
Sluis in de Brouwersdam (Foto: Rijkswaterstaat)

Het ecosysteem in het Grevelingenmeer fleurde meteen op (Huisman, 2010, Land en Water). De discussie tussen veiligheid enerzijds en leefmilieu anderzijds liep ondertussen hoog op, tot in het kabinet. Visserijbelangen en natuurbescherming gingen hand in hand, beide groepen riepen op om de volledige afsluiting van de zeearmen te heroverwegen.

Kierbesluit
In 1986 pleitte Nederland met de slogan ‘De zalm terug in de Rijn’ voor ecologisch herstel van deze rivier. Dat betekende onder andere dat de scherpe zoet/zoutscheiding bij de Haringvlietsluizen in een geleidelijker overgang moest veranderen. Dit kan door de schuiven in de Haringvlietsluizen bij lage afvoer op een kier te zetten en beperkt zout water toe te laten. Maar sinds de afsluiting van het Haringvliet in 1970 hebben de drinkwater- en de landbouwwatervoorziening zich op het zoete milieu ingesteld. Het ondervangen van deze bezwaren is voorwaarde voor het kieren van de Haringvlietsluizen. 

In juni 2104 werd  de laatste handtekening gezet onder de samenwerkingsovereenkomst voor het uitvoeren van de Compenserende Maatregelen Kierbesluit. Deze maatregelen moeten uitgevoerd zijn voordat de Haringvlietsluizen op een kier gezet kunnen worden en het water dus zouter wordt. De sluizen worden afhankelijk van de waterafvoer van de Rijn zo bediend dat het zoute water niet verder komt dan de lijn Middelharnis – ingang Spui. Omdat dit deel van de Haringvliet zouter wordt, kan Waterbedrijf Evides de huidige inlaatpunten voor zoet water niet meer gebruiken. Daarom worden deze inlaten verder naar het oosten geplaatst. Voor Evides betekent dit een nieuwe inlaat op Goeree-Overflakkee en de aanleg van een nieuwe leiding die aansluit op het bestaande leidingnet naar drinkwaterzuiveringslocatie Ouddorp.

Veranderend eiland
De Deltawerken hadden niet alleen gevolgen voor dieren en planten, ook de mensen op Goeree-Overflakkee kregen te maken met veranderingen. Rotterdam was ineens vlakbij en met de afsluiting van het Haringvliet en de Grevelingen ontstonden grote recreatiegebieden die het toerisme een enorme boost gaven. Campings en bungalowparken schoten als paddenstoelen uit de grond en Ouddorp werd een waar vakantieoord. Ook in de landbouw veranderde veel. Door ruilverkaveling en schaalvergroting schaften boeren steeds meer landbouwmachines aan. Veel landarbeiders verloren daardoor hun werk en jongeren vertrokken. Langzaam veranderde Goeree-Overflakkee van een primaire landbouw- en visserij economie naar een diensteneconomie. De Deltawerken hebben het eiland uit haar isolement geholpen en de stijging van de recreatie en het toerisme brengen inkomsten met zich mee. Tegelijkertijd werd de eilandcultuur, de identiteit van Goeree en Flakkee, stukje bij beetje minder herkenbaar. Het eiland was immers geen eiland meer.

undefinedNa de opening van de Grevelingendam op 1 april 1965 traden T. Hogerwerf uit Herkingen (Goeree-Overflakkee) en A.C. Klaasse uit Dreischor (Schouwen-Duiveland) in het huwelijk in Herkingen. (Foto van Eric Koch, Collectie Nationaal Archief)

Toekomst en onderhoud
Het werk aan de Delta is nooit klaar. Met het oog op de verwachte zeespiegelstijging concludeerde in 2008 een nieuwe Deltacommissie, onder leiding van Cees Veerman, dat de veiligheidsopgave urgent was. De Commissie deed 12 aanbevelingen voor het verbeteren van de hoogwaterveiligheid. Per 1 februari 2010 werd een deltacommissaris aangesteld. Deze stelt jaarlijks een Deltaprogramma op en biedt deze op Prinsjesdag aan de regering aan. 

In maart 2015 spraken het Rijk, waterschappen en provincies af om het getij weer terug te brengen in de Grevelingen. De afspraken over het getij en de zoetwatervoorziening zijn vastgelegd in twee bestuursovereenkomsten en worden voorbereid in het programma Ontwikkeling Grevelingen en Volkerak-Zoommeer. De kosten worden geraamd op 168 miljoen euro, maar de financiering is nog niet rond. De waterkwaliteit in zowel de Grevelingen als het Volkerak-Zooommeer is laag. In de Grevelingen breiden zuurstofarme waterlagen zich steeds verder uit en het Volkerak-Zoommeer heeft veel last van blauwalg. Het terugbrengen van het getij via een doorlaat in de Brouwersdam en de Philipsdam biedt de meest duurzame oplossing voor deze problematiek. De verbeterde waterkwaliteit is niet alleen goed voor de landbouw en de natuur, maar heeft ook meerwaarde voor recreatie en toerisme en de schelpdierteelt. Een getijdencentrale in de Brouwersdam moet op termijn Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duiveland van groene stroom gaan voorzien.

Tekst: Tauw BV, met speciale dank aan Pieter Huisman, voormalig hoofd Waterkeringen van Rijkswaterstaat.
Delen van de tekst zijn overgenomen van deze website van de stichting Deltawerken Online.

Lees ook het verhaal over de Watersnoodramp op Goeree-Overflakkee, het verhaal over de Wederopbouw of bekijk de tijdslijn van de Watersnoodramp.

undefinedDe tijdslijn van de Watersnoodramp (Tauw bv) 

Het thema over de Watersnoodramp op Goeree-Overflakkee is een samenwerking van Erfgoedhuis Zuid-Holland, de gemeente Goeree-Overflakkee (waaronder het Streekarchief) en ingenieursbureau Tauw bv. 

Reacties

  1. anoniem

    Rijk zegde in maart 2018 een budget toe om de terugkeer van een mini-getij op de Grevelingen mogelijk te maken, niet in 2015. Kwaliteit water Grevelingen. Deze is goed. Zuurstofarme delen komen beperkt en tijdelijk voor op diepten groter dan 15 meter. De laatste jaren is geen sprake van uitbreiding (bron waterberichtgeving RWS). Over “dode” Grevelingen worden veel sprookjes verteld en nagepraat..... Martijn Verweijen

    15 maart 2019

Plaats reactie

Om spam te voorkomen, stellen wij u een eenvoudige vraag. Vult u alstublieft het antwoord hieronder in.