Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies om filmpjes van YouTube te tonen en social mediaknoppen van Facebook, Twitter en Pinterest (third party cookies). Als je deze cookies niet wil, dan kun je dat hier aangeven. De betreffende functionaliteit wordt dan uitgeschakeld. Wij plaatsen zelf wel altijd functionele cookies voor de werking van onze website en (anonieme) analytische cookies om onze site te verbeteren.

Ontdek de verhalen van Zuid-Holland

Vestigingsmigratie voor en na 1900

Zuid-Holland heeft altijd al mensen van buiten de landsgrenzen getrokken

Zuid-Holland heeft altijd al mensen van buiten de landsgrenzen getrokken. Wel verschilde de aard van deze vestigingsmigratie in de loop van de tijd. Tussen 1500 en 1800 besloten ongeveer 1,4 miljoen mensen definitief naar Holland te verhuizen. Tussen 1600 en 1800 kwam meer dan de helft van hen kwam van buiten de grenzen van de Republiek. De meeste immigranten kwamen naar Zuid-Holland om hun sociaaleconomische positie te verbeteren. Ze kwamen voornamelijk uit Duitsland, maar ook uit de Zuidelijke Nederlanden, Engeland en Frankrijk.

Maar onder de nieuwkomers waren ook vluchtelingen: omstreeks 1600 calvinisten uit de Zuidelijke Nederlanden, rond 1700 protestantse hugenoten uit Frankrijk en in de loop van de zeventiende en achttiende eeuw joden uit heel Europa. Veel van hen vestigden zich in de grote steden als Den Haag, Leiden, Rotterdam en Delft.

Stagnatie
Begin negentiende eeuw stagneerde de vestigingsmigratie. Pas na het economisch herstel in de tweede helft van die eeuw vestigden zich weer buitenlanders in Zuid-Holland. Door de aantrekkende economie in hun vaderland waren daar relatief weinig Duitsers bij. Uitzondering vormde Rotterdam tussen 1870-1890. De havenstad bood veel mogelijkheden aan Duitse ondernemers die zich op de handel tussen Duitsland en Engeland wierpen.

Na 1900
Tijdens de Eerste Wereldoorlog kwamen verschillende groepen vluchtelingen naar Zuid-Holland, onder wie veel Belgen. Na 1934 daalde de Duitse werkloosheid en nam het aantal immigranten daarvandaan af. Ook na de Tweede Wereldoorlog bleef Nederland een immigratieland. Eerst kwamen duizenden repatrianten uit Indië, vanaf de jaren zestig gastarbeiders uit Griekenland, Italië, Spanje, Turkije en Marokko, gevolgd door Surinamers, Antillianen en asielzoekers.

De naoorlogse migratie vormde een duidelijke breuk met het verleden. Het ging om grotere groepen, wier cultuur verder van de Nederlandse afstond. Het aantal asielzoekers steeg vanaf het einde van de jaren tachtig sterk; Hongaren en Tsjechen, gevolgd door kleine groepen Vietnamezen, Turkse Koerden, Chilenen en Irakezen. Midden jaren tachtig verschenen Ghanezen, Pakistanen, Tamils en Iraniërs en vanaf het einde van de jaren tachtig volgden grote groepen uit de Balkan.

Links

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Plaats reactie

Om spam te voorkomen, stellen wij u een eenvoudige vraag. Vult u alstublieft het antwoord hieronder in.