Deze website maakt gebruik van geanonimiseerde cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren en voor de analyse van onze website. Deze cookies kun je niet uitzetten. Bij het tonen en afspelen van YouTube video's worden cookies van derden geplaatst. Deze cookies van derden kun je wel uitzetten. Klik op "Akkoord" als je akkoord gaat met dit gebruik van cookies, klik op "Aanpassen" voor meer informatie en om zelf te bepalen welke cookies deze website plaatst.

Deze website maakt gebruik van geanonimiseerde cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren en voor de analyse van onze website. Deze cookies kun je niet uitzetten. Bij het tonen en afspelen van YouTube video's worden cookies van derden geplaatst. Deze cookies van derden kun je wel uitzetten. Klik op "Akkoord" als je akkoord gaat met dit gebruik van cookies, klik op "Aanpassen" voor meer informatie en om zelf te bepalen welke cookies deze website plaatst.

Ga naar content

Zwitserse steun maakte wijkgebouwen mogelijk na Watersnoodramp

Mia Vrijens Naar overzicht
— 1 reacties

Direct na de Watersnoodramp van 1953 was er grote, internationale solidariteit. Vele landen stuurden hulpgoederen om de getroffen gebieden in het Verenigd Koninkrijk, België en Nederland te steunen. De giften liepen uiteen van dekens tot helikopters en van kleding tot noodwoningen. Ze kwamen tot stand doordat een regering steun uitsprak en geld beschikbaar stelde. Met name Zwitserse steun aan Nederland zou van cruciaal belang blijken voor het realiseren van primaire opvang en zorg.

In Nederland vonden verschillende, spontane hulpacties plaats om hulpgoederen in te zamelen. Dit gebeurde veelal lokaal en was soms heel klein van omvang. Maar in een noodsituatie als deze telde elke seconde en kon men alle steun gebruiken. Eén bijzondere gift uit het buitenland wordt niet zo vaak genoemd, en lijkt zelfs vergeten, maar had grote impact op de gezondheidszorg van Zeeland, Brabant en Zuid-Holland. Dit was de steun van de Zwitserse bevolking via de zogenaamde ‘Chaîne de Bonheur’, een radioprogramma en hulporganisatie die we in Nederland kunnen vergelijken met Giro 555, de Samenwerkende Hulporganisaties, of misschien zelfs wel met Radio 3’s jaarlijkse actie Serious Request.

Een geluksketen en Radio Lausanne

Vrijwel direct na de Tweede Wereldoorlog werd in 1946 in Zwitserland een radioprogramma gestart om geld op te halen voor noodsteun bij rampen. Dit programma heette ‘Chaîne Bonheur’ oftewel ‘Glückskette’ of gewoon in het Nederlands ‘Geluksketen’. Het idee erachter was gericht op solidariteit waarbij alle kleine beetjes helpen en waarbij vele kleine bedragen samen iets groters teweeg kunnen brengen. De Watersnoodramp van 1953 zou pas de tweede keer zijn dat de Chaîne de Bonheur ingeroepen werd voor steun aan het buitenland.

La Chaîne du Bonheur à 50 ans en 1996

Al gauw na de Watersnoodramp kwam de heer Roger Nordmann, werkzaam als reporter bij Radio Lausanne, in actie. Op zijn initiatief ging een internationale radio-uitzending van Chaîne de Bonheur op 5 februari 1953 de ether in. De oproep was steun voor de getroffen landen aan de Noordzeekust. Er werd vanuit verschillende omringende landen ingeschakeld en aan de oproep tot (gulle) donaties werd ruimschoots voldaan.

De gevers konden bellen naar een telefoonnummer en het te doneren bedrag noemen. Later in de week werden de bellers teruggebeld om de donatie en het bedrag te controleren. Het totaalbedrag dat hiermee bijeen werd gebracht was zo’n 3,5 miljoen Zwitserse franc. Een enorm bedrag waarvan een deel direct ter beschikking kwam als noodhulp. Van het resterende bedrag werd ca fl 800.000,-. gereserveerd voor het Nederlandse Groene Kruis, te besteden aan nieuwe kruis- of wijkgebouwen.

Uit Provinciale Zwolsche en Overijsselsche Courant, 02 april 1954.

Wijkgebouwen in Zuid-Holland (en Zeeland en Brabant)

Het bedrag dat opgehaald was, was onverwacht zo groot en omvangrijk dat de initiatiefnemers van het radioprogramma Chaîne de Bonheur aan het Zwitserse Rode Kruis vroegen wat te doen. Het Zwitserse Rode Kruis stond namelijk in direct contact met de Nederlandse overheid. Mejuffrouw Jöhr, algemeen secretaris van het Zwitserse Rode Kruis kwam daarover in gesprek met de commissaris van de Koningin te Zeeland, jonkheer de Casembroot. Hij stelde voor het bedrag te besteden aan de bouw van wijkgebouwen voor de kruisverenigingen, de zogenaamde kruisgebouwen. Deze waren van belang voor de hervatting en bevordering van de lokale gezondheidszorg die door de ramp ook was weggeslagen.

Een kruisgebouw wordt zo genoemd omdat het in handen is van een kruisvereniging. De kruisverenigingen waren opgericht ter bestrijding van epidemieën en besmettelijke ziekten zoals cholera, tyfus en tbc. Daarnaast waren de belangrijkste activiteiten gericht op bevordering van hygiëne, zoals het geven van moedercursussen om bakerpraatjes tegen te gaan, het houden van consultatiebureaus om de groei en ontwikkeling van kinderen te monitoren, maar ook ziekenverpleging aan huis door de wijkverpleegkundigen en het beheren van een uitleenmagazijn. Dit alles gebeurde in een wijk- of kruisgebouw waar de wijkverpleegkundige soms zelfs een eigen woning boven of naast had. Ook bestonden er kruisgebouwen met een badhuis. De grootste en bekendste kruisvereniging was het Groene Kruis.

Het Groene Kruis Hendrik-Ido-Ambacht, 1947 (Regionaal Archief Dordrecht)

Lidmaatschap van een kruisvereniging gebeurde vaak per gezin, zodra het eerste kind op komst was. Via de kruisvereniging werd de kraamzorg en konden bedklossen of ander bevallingsmateriaal worden geleend. Door de solidariteitsgedachte ‘Voor allen, door allen’, kon men voor een klein bedrag lid worden. De kruisvereniging kon daarop allerlei faciliteiten aanschaffen of wijkverpleegkundigen aanstellen. Het Groene Kruis was in de getroffen provincies al decennia lokaal behoorlijk actief, maar niet ieder dorp had een eigen kruis- of wijkgebouw.

Door de Zwitserse steun kon daar snel verandering in komen. Het Groene Kruis was overigens niet de enige kruisorganisatie, en ondanks dat zij zelf aangaven de donatie voor de oprichting van de gebouwen met het Wit-Gele Kruis (katholiek) en het Oranje-Groene Kruis (protestants) te willen delen, wilde het Zwitserse Rode Kruis daar niet van weten. Het Rode Kruis stelde als voorwaarde dat zij maar met één partij zaken deden. Het Groene Kruis werd daarom als grootste kruisvereniging gevraagd de bouw te coördineren.

Vorige
Volgende

Besloten werd tot de oprichting van 32 kruisgebouwen, 22 voor Zeeland, 1 voor Noord-Brabant en 9 voor Zuid-Holland. De hardst getroffen dorpen kwamen bovenaan de lijst. De Zuid-Hollandse dorpen die een wijkgebouw met Zwitserse steun ontvingen lagen allemaal op Goerree-Overflakkee. Dit waren: Oude- Tonge, Nieuwe-Tonge, Den Bommel, Herkingen, Stad aan ’t Haringvliet, Ouddorp, Middelharnis, Goedereede en tot slot nog Melissant.

Er werden verschillende soorten wijkgebouwen ontworpen: met of zonder badhuis, met of zonder woning voor de wijkverpleegster. Er werd flinke vaart achter gezet, de bouw vond plaats in de periode 1954-1956. Het laatste van deze Zuid-Hollandse wijkgebouwen zou op 27 februari in 1957 in Melissant geopend worden. Ieder wijkgebouw werd voorzien van een messing plaquette waarmee duidelijk was dat dit wijkgebouw met hulp van de Zwitserse bevolking tot stand was gekomen.

Het Bedankbezoek

De dank in de getroffen gebieden was enorm. De komst van de wijkgebouwen, sommige zelfs met badhuis, had de lokale gezondheidszorg een enorme impuls gegeven. Niet langer was men aangewezen op voorzieningen ver weg. Vanaf nu konden bewoners terugvallen op de zorg bij hen direct in de buurt. Besloten werd een bedankbezoek voor de Zwitserse initiatiefnemers te organiseren. Dit stond gepland voor 23 september 1955, maar werd vanwege onbekende redenen uitgesteld naar uiteindelijk 12 en 13 juli 1956.

Tijdens dit bezoek werd een Zwitserse delegatie bestaande uit de initiatiefnemers en vertegenwoordigers van Radio Lausanne, het radioprogramma Chaîne de Bonheur, het Zwitserse Rode Kruis en de Zwitserse gezant in Nederland getrakteerd op een tweedaagse rondtoer door Noord-Brabant, Zeeland en Zuid-Holland. De delegatie vertrok vanuit Rotterdam naar Klundert in Noord-Brabant en bezocht vervolgens op dezelfde dag vooral verschillende dorp op Tholen en Schouwen-Duiveland.

De route was helemaal afgestemd om in de drie provincies verschillende soorten wijkgebouwen te tonen. Kleinere en grotere, met en zonder woning voor de wijkverpleegster of badhuis, ze kwamen allemaal aan bod. ‘Met de vlag in de top stonden de gebouwen te schitteren in een waterig zonnetje’ stond er in het verslag in het Tijdschrift ‘Het Groene en Witte Kruis’ (augustus 1956). Op de tweede dag kwam de delegatie aan in Jacob’s Hoek en van daaruit werden de kruisgebouwen Nieuwe-Tonge en Herkingen in Zuid-Holland bezocht om vervolgens de route voort te zetten naar Middelharnis, Hellevloetsluis en weer naar Rotterdam. De gebouwen in Nieuwe-Tonge en Herkingen waren nog niet voltooid, maar wel toonbaar. Volgens de verslaglegging en aan de foto’s te zien was het bezoek een succes. Er werd zelfs op de landelijke radio melding van gemaakt. Het bezoek werd afgesloten met een diner in het Delta Hotel in Vlaardingen en een rondvaart door de Rotterdamse haven.

Vorige
Volgende

Stand van zaken heden ten dage

Niet alleen de Zwitsers doneerden wijkgebouwen, ook de Italianen zouden nog een grote gift doen waarmee wijkgebouwen tot stand kwamen. Hiervan werd het merendeel juist in Zuid-Holland en Brabant gebouwd. Na de fusie van het Groene Kruis met het Wit-Gele Kruis en het Oranje-Groene kruis in 1978 bleken sommige wijkgebouwen te klein of aan vervanging toe. Pas in de jaren ’90 werd het Groene Kruis helemaal opgeheven en ontstonden commerciële Thuiszorgorganisaties. Dit was het moment dat de wijkgebouwen werden ontmanteld. Er zijn enkele bewaard gebleven. Deze kregen een herbestemming als gezondheidscentrum, kantoor of als woonhuis. Andere vielen ten prooi aan projectontwikkelaars of werden simpelweg afgebroken.

Bibliografie

  • Tijdschrift Het Groene en Witte Kruis. Officieel orgaan van A.N.V., Het Groene Kruis, juli en augustus 1956
  • Streekarchief Goeree-Overflakkee-6804 Collectie Persbureau Gerrit van Eck-112-004-1e steenlegging Melissant 1956 en 6804 Collectie Persbureau Gerrit van Eck-228-003-Consultatiebureau Oude Tonge 1959
  • KDC Groene Kruis Archief – wijkgebouwen periode 1953-1957
  • Museum voor de Verpleegkunde, uit collectie foto’s G1562 en G1581
  • Watersnoodmuseum uit collectie objectnummer WNM0289, plaquette wijkgebouw Nieuwerkerk Zeeland met opschrift: ‘Na de ramp op 1 februari 1953 maakte het Zwitserse volk door de Chaîne de Bonheur de bouw van dit wijkgebouw mogelijk’
  • Algemeen Nederlands Persbureau bulletin 13 juli 1956
  • Delpher: verscheidene krantenartikelen periode 1953 t/m 1957

Over de auteur

Drs. Mia Vrijens is freelance onderzoeker medische geschiedenis, gespecialiseerd in de geschiedenis van de wijkverpleging, oral history en hiv/aids in Nederland. In 2024 ontving zij voor haar onderzoek ‘Wijkverpleegkundige aan het woord: verhalen uit de wijkpraktijk’ een NWO-Museumbeurs. In 2025 was zij als Prof J.C.M. Warnsinck Fellow verbonden aan Het Scheepvaartmuseum te Amsterdam voor onderzoek naar ‘Gezondheidszorg op zee: het medisch-verpleegkundig handelen aan boord van koopvaardijschepen in de 2e helft van de 20e eeuw’.

1 reacties

Machiel Hermans 29 september 2026

Na comercialisering van de zorg is de kwaliteit afgenomen en fraude enorm toegenomen. Ik zou zeggen: terug naar de oude tijd! Een eervol beroep en weg met de fraude

Plaats een reactie

De velden met een * zijn verplicht