Deze website maakt gebruik van geanonimiseerde cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren en voor de analyse van onze website. Deze cookies kun je niet uitzetten. Bij het tonen en afspelen van YouTube video's worden cookies van derden geplaatst. Deze cookies van derden kun je wel uitzetten. Klik op "Akkoord" als je akkoord gaat met dit gebruik van cookies, klik op "Aanpassen" voor meer informatie en om zelf te bepalen welke cookies deze website plaatst.

Deze website maakt gebruik van geanonimiseerde cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren en voor de analyse van onze website. Deze cookies kun je niet uitzetten. Bij het tonen en afspelen van YouTube video's worden cookies van derden geplaatst. Deze cookies van derden kun je wel uitzetten. Klik op "Akkoord" als je akkoord gaat met dit gebruik van cookies, klik op "Aanpassen" voor meer informatie en om zelf te bepalen welke cookies deze website plaatst.

Ga naar content

Zwemmers en zeehonden in nood: de Reddingsbrigade in Zuid-Holland

Jurryt van de Vooren Naar overzicht

De Reddingsbrigade is bij de meeste mensen bekend door haar werk op drukke stranden tijdens zomerse dagen. Minder bekend is dat deze organisatie een belangrijke partij kan zijn bij grootschalige reddingsacties tijdens rampen, in samenwerking met de zorgsector. Vijf verhalen uit de provincie Zuid-Holland laten zien hoe zich dat historisch heeft ontwikkeld.

Drenkelingen

Op 16 september 1917 was de officiële oprichting van de Nederlandse Bond tot het Redden van Drenkelingen, wat we nu de Reddingsbrigade noemen. Het initiatief was genomen door vijf lokale brigades die al langer bestonden: Den Bosch (uit 1908), Amsterdam (1913), Haarlem (1913), Den Haag (1915) en Breda (1916). Zij wilden graag tot een betere samenwerking komen en vooral hun activiteiten uitbreiden naar een nationaal niveau.

De Haagse Vrijwillige Reddingsbrigade (HVRB) begon bij H. Cuhfus, die werkte als instructeur bij het zwembassin aan de Mauritskade. Hij vond dat de veiligheid op het Stille Strand bij Kijkduin onvoldoende was, zodat hij zocht naar ervaren zwemmers en zwemsters om hulp te verlenen bij ongevallen te water.

De Haagse reddingsbrigade ging meteen aan het werk met een examen, onder voorzitterschap van Cuhfus. ‘Er hadden zich 23 deelnemers aangemeld, waarvan er 10 slaagden,’ zo schreef de Haagsche Courant op 11 januari 1916. ‘Het examen bestond in het geheel gekleed zwemmen over een afstand van 20 meter, opduiken van een zware pop, daarmede 20 meter terugzwemmen en vervolgens nogmaals het afleggen van een afstand van 40 meter.’

Mede door deze Haagse brigade is de huidige Reddingsbrigade in 1917 tot stand gekomen. Zij leverde met J.C.W. Blom tevens de penningmeester van het eerste landelijke bondsbestuur.

Ruim een eeuw later speelt de provincie Zuid-Holland een belangrijke rol bij de Reddingsbrigade. Die bestaat inmiddels uit 147 actieve afdelingen, waarvan 29 uit Zuid-Holland - bijna een vijfde van het totaal. De bekendste zitten aan het strand, zoals Den Haag, Katwijk en Noordwijk. Er zitten ook afdelingen in het binnenland, onder meer in Alblasserdam, Delft en Gouda. Op de kaart hieronder staan ze allemaal ingetekend.

Rampen

Een jaar vóór de oprichting van de Reddingsbrigade vond de Zuiderzeevloed plaats, waarbij in de provincie Noord-Holland 21 mensen verdronken. Deze ramp had een enorme maatschappelijke impact, want ze leidde uiteindelijk tot de bouw van de Afsluitdijk.

De Reddingsbrigade heeft zich in de begintijd niet zo veel bemoeid met hulp tijdens overstromingen. Het redden van drenkelingen was in die tijd het belangrijkste. De grote ommekeer was de Watersnoodramp in de nacht van 31 januari op 1 februari 1953. Autoriteiten en hulpverleners waren hier totaal niet op voorbereid. Zo ontbraken in de depots noodzakelijke spullen als laarzen, zwemvesten en rubberboten. De meeste hulp van de eerste dag vond daarom plaats aan de rand van het rampgebied, omdat het amper mogelijk was om dit te betreden. Acute hulp in de eerste uren na de ramp was nagenoeg onmogelijk.

De Reddingsbrigade zelf werd in die rampnacht hard geraakt, óók in de provincie Zuid-Holland. Het materiaal was grotendeels ongeschikt, waardoor ook de brigades niet tot onmiddellijke actie konden overgaan. Hun reddingsboten werden in de winter traditioneel droog gestald, waardoor die eerst moesten worden geprepareerd – een verlies van zeer kostbare tijd. Alleen met behulp van opgepompte binnenbanden bleven die boten drijven. Het was een pure noodgreep.

In die eerste chaotische uren boden enkele Haagse leden van de Reddingsbrigade toch op eigen initiatief hun hulp aan op de Zuid-Hollandse eilanden. Daar hebben zij toen 28 mensen van de verdrinkingsdood gered. In maart 1983 schreef het bondsblad De Brigade over deze gebeurtenissen. ‘Op tal van plaatsen dreven koeien, paarden, varkens en gevogelte rond. Een trieste aanblik. De storm raasde nog steeds voort met hagel- en sneeuwbuien. Op een gegeven moment werd onze hulp gevraagd voor het versterken van een dijk die op doorbreken stond. Op de zwakke plekken stapelden we zandzakken, maar toen we dachten dat de dijk het wel zou houden, bezweek deze en was al ons werk voor niets geweest. In de namiddag nokten we af naar Rotterdam en in de Ahoy-hal konden we weer wat op verhaal komen.’

Pas na 24 uur kwam de hulp goed op gang. Toen vertrok Karel Mooijenkind van de Reddingsbrigade uit Gouda naar het rampgebied. “Ik weet niet meer precies in welke plaatsen ik ben geweest, maar ik zat twee dagen in Zeeland. Toen hadden ze veel materiaal om te redden en werden wij weer naar huis toe gebracht. We moesten helpen met het opruimen van de rommel. Ik heb dode dieren zien drijven in het water, maar mensen hebben we niet gezien.”

Sinds 1953 is hulp bij rampen zoals overstromingen een belangrijk onderdeel van het werk van de Reddingsbrigade, samen met het Rijk en het Rampenfonds. In de jaren daarna werden hiervoor 65 nieuwe reddingsboten met weinig diepgang ontworpen, die niet snel lek raken en stabiel zijn.

Vorige
Volgende

Hippies

Grote kans dat de bezoekers van festivals als Lowlands en Down The Rabbit Hole het niet door hebben, maar ook daar is de Reddingbrigade actief. In beide gevallen spelen die zich af in de nabijheid van water, zodat vrijwilligers patrouilleren om alles in de gaten te houden. Ondertussen hebben ze uitzicht op de belangrijkste podia.

De eerste ervaring met deze vorm van hulpverlening was meer dan een halve eeuw geleden in Zuid-Holland. Het was in de zomer van 1970, die met terugwerkende kracht wordt beschouwd als de doorbraak van de hippiecultuur in Nederland. In het Kralingse Bos in Rotterdam werd het Holland Pop Festival gehouden als eerste openluchtfestival van ons land. Het was het Nederlandse antwoord op Woodstock, waar wereldberoemde bands als Pink Floyd, Jefferson Airplane en The Byrds samen kwamen met Nederlandse acts als Supersister, CCC Inc. en Focus.

In de schaduw van de geschiedenis was de Reddingsbrigade paraat met een team van tien Rotterdamse leden. Zij kregen een bungalowtent ter beschikking als vaste stek. De oranje vlet was vooraf al naar de Kralingse Plas gebracht voor patrouilles langs de kade.

Ton van Bemmel was één van de vrijwilligers. In 2017 blikte hij in het eeuwboek van de Reddingsbrigade terug op dit bijzondere weekend. “We begonnen op vrijdagavond en bleven daar ook slapen. Niemand van mijn ploeg is naar huis geweest, omdat het veel te leuk was. Dat hadden we allemaal nog nooit meegemaakt!”

Voor de eerste keer in Nederland werden er openlijk drugs verkocht, nota bene náást de tent van de Reddingsbrigade. Van Bemmel: “Ze zaten met dekentjes op de grond en daarop lag Rode Libanon, hashcake, wiet – van alles. Had ik allemaal nog nooit gezien, wist ik veel. Als normale burger was ik dat niet gewend, al die flowerpower en hippies. Ik was gewoon netjes getrouwd.”

De Reddingsbrigade kreeg het vooral druk toen de festivalbezoekers besloten om in de Kralingse Plas te duiken. En dat was niet zo slim, want in het water is het Rotterdamse oorlogspuin gestort. “Daar doken die hippies dan bovenop. We hadden een hoop EHBO-werk te doen.”

Sommige bezoekers waren zo onder invloed van de drugs dat ze naar de maan wilden zwemmen. De reddingswerkers haalden daarom aan de lopende band zwemmers uit de Kralingse Plas, die in grote problemen waren gekomen. De voorzitter van de Reddingsbrigade kwam net even langs voor een werkbezoek toen Van Bemmel een spiernaakte vrouw uit het water had gehaald. “Hij geloofde niet dat we aan het werk waren.”

Met hulp van de Reddingsbrigade werd Holland Pop Festival een historisch evenement. “Het was een hele lieve sfeer,” aldus Van Bemmel. “Misschien waren wij ook wel een beetje stoned, want we liepen tenslotte drie dagen lang door de walmen.” Het was voor hem een evenement om nooit meer te vergeten. “Daar zag ik voor de eerste keer concerten van Jefferson Airplane en Pink Floyd. Die draai ik nu steeds graag, net als Jimi Hendrix. Ik ben toen blijkbaar toch een klein beetje een hippie geworden.”

Holland Popfestival 1970, Kralingen, Rotterdam (Nationaal Archief CC)

Nieuwjaarsduikers

De Nieuwjaarsduik is een traditie waarbij de Reddingsbrigade zorgt voor de veiligheid. Meer dan duizend lifeguards staan klaar om eventueel in te grijpen, waarmee het één van de grootste evenementen is voor deze organisatie. Op haar website legt de Reddingsbrigade uit wat er gebeurt als iemand onvoorbereid in het koude water stapt. ‘Een nieuwjaarsduik kan een levensgevaarlijke situatie opleveren. Een heftige reactie is een 'cold shock response' oftewel een koudeshock, met als kenmerken: een verhoogde hartslag, een ongecontroleerde en versnelde ademhaling, het onvermogen om de adem in te houden, desoriëntatie, paniek.’

Met behulp van tien tips kunnen de deelnemers zich goed voorbereiden. Doe alleen mee als er hulpposten aanwezig zijn. Zorg ervoor dat je fit bent en een goede warming-up hebt gehad. Als je kinderen ook meedoen, kan je het beste hand-in-hand het water betreden, vooral als het heel druk is.

De Nieuwjaarsduik van Scheveningen is de bekendste en grootste van het land, die sinds 1965 plaatsvindt. De Haagse afdeling van de Reddingsbrigade speelt vanaf het begin een belangrijke rol, mede door de eis van de gemeente aan de organisator (sinds 1998 is dit Unox) om samen te werken met deze reddingswerkers.

Vrijwilliger Mark Beeloo heeft heel wat meegemaakt. “Het is fantastisch. Wij liggen in de boten op water en zien hoe al die mensen tegelijk het water in rennen en op ons af komen. Sommige zijn in de gekste kleren verkleed. Ik heb wel eens iemand met een douchegordijn het water in zien gaan.”

Hun werk begint al voordat de deelnemers het water betreden. Veel debutanten realiseren zich niet zo goed waar ze aan beginnen, al helemaal als ze nog een kater van de nacht daarvoor hebben. Vanwege de alcohol is hun bloed dunner dan normaal, zodat ze nog sneller afkoelen. Deze mensen worden daarop aangesproken als ze nog op het strand staan. Als ze dan toch onderkoelingsverschijnselen hebben, worden ze ter plekke meteen behandeld.

Door de samenwerking met de Reddingsbrigade is de Nieuwjaarsduik een veilig evenement, mits iedereen zich aan die voorwaarden houdt. Alleen in het ergste geval wordt het afgelast, wat gebeurt na overleg tussen de autoriteiten, de Reddingsbrigade en gezondheidsdiensten. Dat gebeurde in 2007, 2025 en 2026, omdat er een harde en gevaarlijke wind stond. Die zorgt voor nog snellere afkoeling, maar dat was niet het enige probleem, zo zei de Haagse Vrijwillige Reddingsbrigade bij de afgelasting van 2026. “Door de zee in te gaan breng je jezelf in levensgevaar, en de hulpverleners ook, als wij je moeten komen redden.”

(Beeld en Geluid)

Zeehondjes

In de beginselen van de Reddingsbrigade staat dat zij klaarstaat voor de zorg voor mens én dier in nood. Daarom waarschuwde de Reddingsbrigade van Katwijk aan Zee in de zomer van 2026 voor de aanwezigheid van zeehonden. Deze dieren rusten graag uit op het strand tijdens hun lange tochten tussen de Waddenzee en Zeeland. ‘Een zeehond lijkt misschien vriendelijk en ontspannen, maar blijft een wild roofdier dat zich kan verdedigen wanneer mensen te dichtbij komen.’

Dit is geen probleem, dat zich alleen in Zuid-Holland afspeelt, maar langs de hele kustlijn. Een goed voorbeeld was zeehond ‘Nummer 57’, vernoemd naar het nummer dat op zijn rug was getatoeëerd in de zeehondenopvang. Het beest trok in 2016 en 2017 veel aandacht op de stranden van Den Helder tot en met Hoek van Holland, zodat de afdelingen van de Reddingsbrigade met zekere regelmaat een melding kregen dat het dier ergens lag te zonnen of te slapen. Sommige mensen maakten zich zorgen, omdat Nummer 57 wel eens verwondingen opliep door een gevecht met een andere zeehond. Het is begrijpelijk dat zij dan ter plekke hulp wilden bieden, maar de Reddingsbrigade waarschuwt om dat vooral niet te doen. Volgens specialisten moet de natuur dit zelf afhandelen, omdat die wonden het beste genezen in het zoute zeewater. ‘Daar moet geen mensenwerk aan te pas komen.’

In 2021 was een andere zeehond verstrikt geraakt in een visnet op het strand van Ouddorp, waarna hij werd bevrijd door enkele toevallige voorbijgangers. Dat is niet alleen gevaarlijk, maar zelfs strafbaar! De gemeente Tholen waarschuwt er expliciet voor: ‘Raak het dier nooit aan. Het verplaatsen van een zeehond is verboden.’

Bel daarom altijd met het reddingsteam, te bereiken onder nummer 144. Dat betreft ook voor dieren, zoals aangespoelde bruinvissen. Die moeten zo snel mogelijk op het droge worden gelegd, omdat zij ademen door het blaasgat in het hoofd. Als daar water of zand in komt, kunnen ze verdrinken of stikken. Ze mogen zeker niet in het water worden geduwd, omdat ze hoogstwaarschijnlijk ziek, gewond of vermoeid zijn. Anders waren ze niet eens aangespoeld.

En zo heeft de Reddingsbrigade het verschil ontdekt tussen een hippie en een bruinvis: de laatste duikt niet in het water als het daar onveilig is.

Over de auteur

Jurryt van de Vooren is journalist en historicus en gespecialiseerd in de geschiedenis van de sport. Hij is auteur van diverse boeken op dit gebied en oprichter van de website sportgeschiedenis.nl. Van de Vooren treedt regelmatig in de media op als commentator bij onderwerpen die met sportgeschiedenis te maken hebben.

0 reacties

Plaats een reactie

De velden met een * zijn verplicht

Ontdek meer

Heb jij een verhaal over de Zuid-Hollandse geschiedenis?

Welk verhaal mag volgens jou niet ontbreken op deze website? Deel je verhaal of tip met de redactie! Lees de voorwaarden en tips voor het schrijven van een verhaal.

Ontvang de laatste verhalen in je mailbox

Wil je op de hoogte gehouden worden van nieuwe publicaties? Abonneer je dan op onze nieuwsbrief!