Begin jaren tachtig vond Marcel Hendriks een stapel brieven op een zolder in Schiebroek te Rotterdam. Hij schreef het verhaal over zijn zoektocht op en stuurde het in, lees hieronder zijn verhaal.
Stapels brieven in Rotterdam
Begin jaren tachtig vond ik op een zolder in Schiebroek, waar in geen eeuwigheid meer iemand was geweest, een aantal brieven en kaarten uit 1942 en 1943. Het waren tastbare herinneringen aan vroegere bewoners. Ik nam ze mee naar huis om ze op mijn gemak te kunnen lezen.
Het bleek een correspondentie te zijn, door ouders geschreven aan hun dochter Annie de Bie. Zij was vanwege de moeilijke oorlogsomstandigheden ondergebracht bij een gastgezin, de familie Paumen, in Elsloo (Limburg). De brieven beginnen steevast met “Lieve Annie” en zijn geschreven in een warme, huiselijke stijl. Ze geven een bijzonder inkijkje in het dagelijks leven van een Rotterdams gezin in oorlogstijd.
Rotterdam ging in die jaren nog altijd zwaar gebukt onder de gevolgen van de oorlog. Mede daardoor werden veel kinderen tijdelijk ondergebracht bij familie of kennissen buiten de grote steden. Daar hoopte men rust en veiligheid te vinden. In de brieven proberen de ouders hun dochter zoveel mogelijk bij het gezinsleven te betrekken. Ze schrijven uitvoerig over wat er thuis gebeurt: wie er op bezoek komt, welke familieleden jarig zijn en hoe het met iedereen gaat. Namen als tante Marie, oom Frans, Henk en Joop keren regelmatig terug.
In één van de brieven wordt in geuren en kleuren de verjaardag van haar jongere broertje Carlie beschreven. Alle cadeautjes die hij had gekregen worden zorgvuldig opgesomd: een paard-en-wagen, twee legdozen, kleurboekjes, kleurkrijtjes, een doosje bonbons en andere kleine geschenken. Maar vooral het kerkboek “waar die zoo grootsch mee was” krijgt bijzondere aandacht.
Ook ziekte en gezondheid komen ter sprake. Vader schrijft dat hij een tijd ziek is geweest en nog enige weken rust moet houden. Verder wordt melding gemaakt van een bezoek aan de tandarts, dat pijnlijk maar noodzakelijk blijkt te zijn. “Beter even pijn dan altoos,” schrijven de ouders nuchter. Tussen de regels door wordt ook duidelijk dat de oorlog voortdurend op de achtergrond aanwezig is. Zo wordt in een brief terloops melding gemaakt van een luchtalarm. Toch proberen de ouders hun dochter niet onnodig ongerust te maken. De toon blijft geruststellend en opgewekt. “Gezien de omstandigheden gaat het best,” schrijven zij.
De brieven eindigen vrijwel altijd met persoonlijke groeten en hartelijke wensen. Regelmatig sturen de ouders ook groeten van andere familieleden en bekenden. Vaak wordt de familie Paumen nadrukkelijk bedankt voor de goede zorgen voor Annie.
Juist doordat de brieven zich vooral richten op het gewone leven, zoals familiebezoek, verjaardagen, doopbelofte, school, gezondheid en kleine huiselijke gebeurtenissen, vormen zij een bijzondere inkijk in het dagelijks bestaan tijdens de oorlogsjaren. De brieven laten zien hoe een gezin contact hield met een dochter die elders verbleef en hoe men, ondanks alles, het gewone leven bleef voortzetten.
Dat deze correspondentie de tand des tijds heeft doorstaan en uiteindelijk door mij op een stoffige zolder in Schiebroek werd teruggevonden, maakt het tot een bijzonder tijdsdocument. Geen officieel verslag, maar persoonlijke woorden: het relaas van een gewone familie in oorlogstijd. Aan deze brieven had ik jarenlang niet meer gedacht, totdat ik ze onlangs toevallig weer eens onder ogen kreeg en opnieuw las. Toen besefte ik pas goed dat hier weleens een bijzonder verhaal achter schuil kon gaan.
Ik besloot op internet op zoek te gaan naar de achtergronden van Annie de Bie en het gezin bij wie zij tijdens de oorlog verbleef.
Op zoek naar Annie
Via een historische website over Elsloo stuitte ik op de naam Paumen, de familie die Annie gedurende een deel van de oorlogsjaren gastvrij had opgevangen. Ik nam contact op met deze website. Via hen kwam ik in contact met twee kleinkinderen van de familie Paumen: Frans Stassen en Maria Wiekken-Stassen. Tot mijn grote verrassing kenden zij niet alleen het verhaal van Annie, maar hadden tijdens het ontruimen van het huis van hun grootouders eveneens correspondentie van haar teruggevonden. Die brieven had Maria overgedragen aan het streekmuseum van Elsloo voor een tentoonstelling over de Tweede Wereldoorlog.
Dankzij bemiddeling van Maria en de medewerking van het ‘Historiehuis van de Maasvallei’ in Elsloo kreeg ik scans van al die gevonden correspondentie. Daarmee ontstond een unieke kans om haar verhaal verder te reconstrueren. Voor het eerst konden deze ontbrekende puzzelstukken van dit bijzondere oorlogsverhaal na ruim tachtig jaar weer op hun plaats vallen.
Een brief uit september 1944
Een beladen brief van 3 september 1944, geschreven door Annie’s grootvader aan de heer en mevrouw Paumen, markeert een belangrijk keerpunt in het verhaal. Terwijl de geallieerden oprukten door Zuid-Nederland, kwam ook Zuid-Limburg steeds dichter bij het front te liggen. Het gebied waar Annie jarenlang een relatief veilige opvangplaats had gevonden, veranderde daardoor plotseling in een oorlogsgebied.
Uit deze brief spreekt de bezorgdheid van de familie in Rotterdam over de gevechten die zich in Limburg begonnen af te tekenen. Waar Annie eerder juist naar Elsloo was gestuurd om aan de oorlogsomstandigheden in Rotterdam te ontsnappen, leek de situatie nu omgekeerd. Er werd door grootvader De Bie dan ook geopperd om met de familie Paumen naar Rotterdam te komen om het oorlogsgeweld te ontvluchten. Vermoedelijk heeft de familie ‘huis en haard’ toch niet willen verlaten en is alleen Annie kort daarop teruggekeerd naar haar ouders in Schiebroek.
Annie schrijft vanuit Schiebroek naar Elsloo
Vanaf dat moment verandert ook het perspectief van de correspondentie. Niet langer lezen we uitsluitend wat haar ouders haar schrijven; nu horen we ook Annie zelf.
Twee brieven van 13 en 28 mei 1945, geschreven door Annie, behoren tot de meest bijzondere documenten uit de gehele correspondentie.
Annie beschrijft daarin de situatie in Rotterdam en Schiebroek rondom de bevrijding. Haar woorden vormen een zeldzaam ooggetuigenverslag van het dagelijks leven in een Rotterdamse buitenwijk tijdens de laatste oorlogsmaanden en de eerste weken na de Duitse capitulatie.
Zij schrijft uitvoerig over de enorme voedseltekorten, de gevolgen van de Hongerwinter, de voedseldroppings, de hulp van het Rode Kruis en de eerste tekenen van herstel. Ook beschrijft zij de bevrijdingsfeesten die overal worden georganiseerd.
Tussen deze beschrijvingen door komen ook de spanningen van dat moment naar voren. Annie vertelt dat vrouwen die waren omgegaan met Duitse militairen, de zogenoemde “moffenmeiden”, publiekelijk kaal werden geschoren. Daarnaast schrijft zij dat een aantal NSB’ers door de Binnenlandse Strijdkrachten werd opgesloten in de kelders van Gebouw Arcadia, het buurtcentrum en feestzalencomplex van Schiebroek, terwijl in hetzelfde gebouw bevrijdingsfeesten plaatsvonden.
Ook schrijft Annie over een ingrijpende persoonlijke gebeurtenis: het overlijden van haar jongste broertje. Daardoor krijgen de brieven een extra emotionele lading. Het zijn niet alleen getuigenissen over oorlog en schaarste, maar ook over verlies, verdriet en het verwerken van een persoonlijke tragedie binnen een gezin dat al jarenlang onder zware omstandigheden leefde.
Een tweede familie
Misschien wel het meest ontroerende aspect van de teruggevonden brieven is de manier waarop Annie de familie Paumen aanspreekt. Zij schrijft niet aan “meneer en mevrouw Paumen”. Haar brieven beginnen met: “Lieve Vader, Moeder en zusjes”.
Hieruit blijkt overduidelijk hoe sterk de band tussen Annie en haar Limburgse gastgezin was geworden. Wat begon als een tijdelijke opvang groeide uit tot een hechte familieband. Annie voelde zich volledig opgenomen in het gezin waarin zij tijdens de oorlog verbleef.
Wat het verhaal prachtig aanvult, is een familiealbum dat nog in bezit is van Maria Wiekken-Stassen. Daarin bevinden zich enkele foto’s uit augustus 1948 waarop Annie samen met leden van de familie Paumen staat afgebeeld. Hierdoor krijgen de namen uit deze briefwisseling letterlijk een gezicht. Voor het eerst wordt ook weer zichtbaar hoe het meisje eruitzag dat jarenlang het middelpunt van deze bijzondere briefwisseling vormde.
Haar brieven beginnen met: “Lieve Vader, Moeder en zusjes"
Een heel persoonlijk verhaal
De brieven zijn daardoor niet alleen van belang als waardevolle documenten voor de familiegeschiedenis, maar vormen tevens een belangrijke ooggetuigenbron over het dagelijks leven tijdens de laatste oorlogsjaren en de eerste weken van de bevrijding. De brieven tonen mij dankzij een toevallige zoldervondst hoe twee families, honderden kilometers van elkaar verwijderd, door de oorlog met elkaar verbonden raakten. En hoe een Rotterdams meisje een tweede thuis vond in Limburg.
0 reacties