Deze website maakt gebruik van geanonimiseerde cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren en voor de analyse van onze website. Deze cookies kun je niet uitzetten. Bij het tonen en afspelen van YouTube video's worden cookies van derden geplaatst. Deze cookies van derden kun je wel uitzetten. Klik op "Akkoord" als je akkoord gaat met dit gebruik van cookies, klik op "Aanpassen" voor meer informatie en om zelf te bepalen welke cookies deze website plaatst.

Deze website maakt gebruik van geanonimiseerde cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren en voor de analyse van onze website. Deze cookies kun je niet uitzetten. Bij het tonen en afspelen van YouTube video's worden cookies van derden geplaatst. Deze cookies van derden kun je wel uitzetten. Klik op "Akkoord" als je akkoord gaat met dit gebruik van cookies, klik op "Aanpassen" voor meer informatie en om zelf te bepalen welke cookies deze website plaatst.

Ga naar content

Geschiedenis krijgt gezicht: de Belgische WO1-vluchtelingen in Gouda

Jurryt van de Vooren Naar overzicht

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was er in Gouda een vluchtoord voor Belgische vluchtelingen. Ondanks de verleende zorg was er in de begintijd een gigantische kindersterfte.

Na de Duitse inval in België in augustus 1914 kwam er een enorme vluchtelingenstroom op gang naar Nederland, als neutraal land in dat conflict. In eerste instantie ging het om duizenden mensen, maar na de val van Antwerpen in oktober 1914 probeerden ongeveer anderhalf miljoen Belgen hun land te ontvluchten. Ongeveer één miljoen van deze mensen staken de grens met Nederland over in de hoop op een veilig onderkomen.

De grensstreek merkte dit als vanzelfsprekend als eerste met chaotische en mensonterende omstandigheden. De wegen rond de grensposten in Noord-Brabant, Zeeland en Limburg raakten verstopt. Het Nationaal Archief bewaart een telegram, dat op 9 oktober 1914 vanuit de omgeving van Bergen op Zoom werd verstuurd door een kapitein van de koninklijke marechaussee. ‘Naar schatting meer dan honderdduizend vluchtelingen waarin geen beweging meer te krijgen is,’ meldde hij over de situatie ter plekke. Deze grensovergang werd tijdelijk gesloten.

De eerste opvang werd vaak ter plekke aangeboden door de lokale bevolking, maar dat was onvoldoende. Door heel het land werden kampen ingericht, om de druk op het zuiden van het land te verlichten. Het grootste deel van de vluchtelingen keerde terug naar België, maar uiteindelijk hebben zo’n 100.000 Belgen de oorlog in ons land doorgebracht. In Amsterdam verbleven circa 20.000 vluchtelingen. In Harderwijk werd één van de bekendste kampen geopend, waar de bewoners ondanks alle problemen hun dagelijkse leven probeerden voort te zetten. Ze bouwden er zelfs een eigen wielerbaan, die bij de opening de grootste van Europa was.

De weg Putte-Bergen op Zoom staat vol met karren en honderd duizend vluchtelingen waarin geen beweging te krijgen is.

Gouda

Zuid-Holland grenst niet aan België, maar ook in deze provincie was het vluchtelingenprobleem acuut. In Gouda kwam er een vluchtoord, zoals dit werd genoemd. In de Canon van Gouda is hiervoor een venster gemaakt als belangrijk moment in de stadsgeschiedenis.

Deze middelgrote stad had in het eerste oorlogsjaar zo’n 23.000 inwoners en stond vooral bekend om haar kaas, kaarsen en pijpenindustrie. ‘Daarnaast is Gouda een belangrijk centrum voor handel in de regio,’ vervolgt de canon. ‘De stad ligt tussen grote steden als Rotterdam en Utrecht, en is goed bereikbaar per trein. Daardoor is Gouda een logische plek om vluchtelingen op te vangen.’

In een onderzoek schreef historicus Martin Kraaijestein dat deze opvang zich onderscheidde, omdat Vluchtoord Gouda was voortgekomen uit het particulier initiatief. ‘De rijksoverheid vergoedde de kosten, daarnaast waren er particuliere bijdragen. Al spoedig na de mobilisatie in augustus 1914 was in Gouda, zoals in veel plaatsen, een Steuncomité in het leven geroepen: het Comité tot Steun aan Noodlijdenden door de Mobilisatie. Uit dit comité werd een speciaal comité voor de vluchtelingen gevormd.’

De eerste groep van circa 150 vluchtelingen kwam op 9 oktober 1914 aan, nog tijdens de gevechten in Antwerpen. Het was de voorbode van de grote stroom, die daarna op gang kwam. Nog geen maand later was het aantal al bijna vertienvoudigd naar 1444. Deze mensen werden ondergebracht bij particulieren en in een aantal ruimten door de stad, onder meer bij de verwarmde kassen van het bedrijf van N.V. Snijgroenkwekerij v/h Gebr. Steensma, gelegen aan de Graaf Florisweg.

Dat werd al snel de centrale plek voor de vluchtelingen, waarvoor de rijksoverheid een huurovereenkomst sloot. Bijna het gehele terrein van vijf hectare groot werd in gebruik genomen, inclusief zes kassen van ieder 1000 vierkante meter groot. In de loop der tijd kwamen er uitbreidingen met houten gebouwen, die dienden als leslokaal, werkplaats, ziekenhuis, kledingmagazijn, kerk en keuken. Om de toenemende vluchtelingenstroom op te vangen werden er ook nog 64 demontabele woningen geplaatst.

Volgens het onderzoek van Kraaijestein was er op 1 maart 1915 ruimte voor 1962 vluchtelingen. Aan het einde van de oorlog was dat aantal gedaald tot 1183. ‘Daarnaast woonden er gedurende de oorlog in Gouda nog enkele honderden Belgische vluchtelingen zelfstandig of waren ondergebracht bij particulieren.’

Panorama van het vluchtoord met linksonder het wapen van Gouda en onder de titel de vlaggen van Nederland en België. (Stadsarchief Midden-Holland)

Registratie

Ruim honderd jaar later kunnen we via erfgoedinstellingen meer informatie vinden over dit vluchtoord. De basisgegevens van de bewoners worden bewaard in het archief van het Vluchtoord Gouda, dat ondergebracht bij het Nationaal Archief in Den Haag. Iedereen heeft vrije inzage, maar moet daarvoor wel een bezoek aan de instelling brengen. Het archief zelf staat namelijk niet online, maar de inventarisatie wél – hier. Zo is het mogelijk om vooraf te bekijken welk materiaal wél is bewaard en welk materiaal niet. Er is in ieder geval nogal wat verdwenen, waarschuwt de nationale erfgoedinstelling: ‘Na de overdracht in 1926 is er erg veel vernietigd en verloren gegaan, zodat van het archief van het Vluchtoord Gouda nu nog slechts 2,5 meter over is.’

De persoonlijke gegevens zijn er nog, meldt het Nationaal Archief. ‘De registratie op datum van binnenkomst is geschied bij de binnenkomst van de vluchtelingen. Na de terugkeer van vele vluchtelingen naar België in 1915 is van de overgebleven vluchtelingen een alfabetische lijst aangelegd.’ Die zijn te herleiden via een eigen nummer, gekoppeld aan hun basisgegevens als naam, voornaam, geloof, laatste woonplaats, geboortedatum en -plaats, nationaliteit, beroep en datum van aankomst en vertrek.

Het Historisch Platform Gouda ging daarna verder met onderzoek, een samenwerkingsverband van ruim twintig organisaties en instellingen op het gebied van de stedelijke cultuurhistorie. Dat bouwde in 2018 een website over het vluchtoord, precies honderd jaar na afloop van de Eerste Wereldoorlog. ‘Vier jaar lang maakt het Vluchtoord onderdeel uit van de Goudse samenleving,’ melden de samenstellers. ‘Nu is er niets meer te zien van dit indrukwekkende stukje Goudse geschiedenis.’

Vorige
Volgende

Dodenlijst

Een belangrijk onderdeel van deze site is de namenlijst van vluchtelingen, die tijdens hun verblijf in Gouda zijn overleden – bekijk hier. Daar werd veel handwerk voor verricht met onderzoek in de overlijdensakten, het vluchtelingenregister en de grafboeken van twee begraafplaatsen in Gouda. Dat werd gedaan door Coretta Bakker-Wijbrans, met dank aan Taffy van Doorn, Martin Kraaijestein, Theo Stoetman en Frans Vandenhende.

Zo werden 160 namen verzameld van slachtoffers, inclusief de overlijdensdatum, leeftijd en begraafdatum. ‘Voor zover te achterhalen was, is extra informatie toegevoegd over ouders, huwelijkspartner, de laatste woonplaats in België en beroep,’ aldus de samenstellers. ‘Zo wordt ook duidelijk dat in sommige families meerdere sterfgevallen te betreuren zijn geweest.’

Alleen de lijst zelf al imponeert, omdat we weten dat deze mensen nooit meer zijn teruggekeerd. Ze werden door oorlogsgeweld verdreven om te overlijden op een vreemde plek. Vooral in de begintijd waren de sterftecijfers enorm, wat niet zo heel vreemd is. De vluchtelingen hadden vreselijke dingen meegemaakt en waren gewond, getraumatiseerd, ziek, uitgeput en verhongerd. Ze kwamen terecht in een kamp, waar alle ellende bij elkaar kwam. Ondanks alle zorg bezweken er veel mensen in korte tijd.

Uit deze lijst blijkt dat de grootste piek aan sterfgevallen inderdaad in de chaotische begintijd was. De doodsoorzaken worden niet genoemd in het overzicht, maar het ging om bronchitis, longontsteking, mazelen, kinkhoest en diarree – allemaal berucht in kampen vol mensen in wanhoop. Bijna de helft van deze slachtoffers kwam uit Antwerpen en de directe omgeving. Het waren havenarbeiders, diamantbewerkers, dokwerkers en hun gezinnen, die na de val van hun stad noordwaarts trokken en in Gouda belandden.

Veruit de zwakste groep bestond uit de allerjongsten. Joseph Vratsaert overleed op 22 januari 1915, vijf maanden oud. Louisa Beldé heeft dezelfde sterfdag, negen maanden oud. Weer vier dagen later bezweek Louisa Jeannette Goutier, een baby van twee maanden. En zo gaat die lijst maar door.

In dat kwartaal waren er 59 dodelijke slachtoffers, allemaal kinderen tot 15 jaar! Daarvan waren er weer 48 jonger dan twee jaar… Uiteindelijk kwamen er 87 mensen om het leven tot en met 31 december 1915, wat méér dan de helft is van het totaal in de hele oorlog.

De omstandigheden in het vluchtoord moeten vreselijk zijn geweest in die eerste maanden van 1915, ook voor de zorgverleners. Deze informatie staat haaks op sommige berichten, die in dezelfde tijd in de lokale pers verschenen. ‘De vluchtelingen hebben het hier goed,’ schreef de Goudsche Courant op 19 januari 1915 bijvoorbeeld. Als iemand daar anders over dacht, vervolgde de krant, was die alleen maar wat aan het pruttelen. De Nieuwe Zuid-Hollander had echter zelf onderzoek gedaan en dacht er heel anders over. Vooral de slaapplaatsen waren dramatisch. ‘De plaatsing naast elkander, zonder eenig afscheiding is om verschillende redenen afkeurenswaardig.’

Ruim een eeuw later is het niet aan deze website om een eindoordeel uit te spreken over die vreselijke en chaotische tijd, maar door het onderzoek van het Historisch Platform Gouda hebben wij nu wel de beschikking over de keiharde cijfers over de kindersterfte. Daarmee kunnen we weer herleiden dat Nathalia Alphonsina Adriaensen op 19 januari 1915 overleed, zeventien maanden oud. Op dezelfde dag schreef de Goudsche Courant dat de vluchtelingen het goed hadden.

Na die eerste maanden kwam er veel verbetering in het kampleven. Er kwam een ziekenhuis. De kinderen kregen onderwijs, zowel in het kamp als daarbuiten. Vrouwen en meisjes maakten kleding voor andere vluchtelingen, waarmee ze wat geld verdienden. De demontabele woningen werden in gebruik genomen. Er kwam vermaak met muziek, toneel, een turnvereniging en een eigen muziekkorps.

Het sterftecijfer daalde daarom snel, al zullen de omstandigheden zwaar zijn gebleven. Dat gold vooral de jongeren, want de hele oorlog door was de sterfte onder kinderen tot vijftien jaar bijna tachtig procent van het totaal. Ruim veertig procent van alle omgekomen vluchtelingen in Gouda werd niet ouder dan één jaar.

Camp of Gouda (Eye Filmmuseum)

Terugkeer

Op 11 november 1918 kwam er een einde aan de oorlog en konden de vluchtelingen weer naar huis. Een maand later was er een feestelijke afscheidsbijeenkomst, waar de Belgische vluchtelingen iedereen bedankten voor de steun.

De burgemeester kreeg een boodschap mee voor koningin Wilhelmina. ‘De Belgische vluchtelingen te Gouda bieden in dit scheidensuur aan hare majesteit de Koningin der Nederlanden hunne zeer oprechte gevoelens van dankbaarheid aan voor de gulle gastvrijheid, welke zij gedurende deze 4 oorlogsjaren van U, Uwe Regeering en Uw volk mochten ondervinden.’

Net in die laatste maanden was er wéér een piek in de sterftecijfers, voor de eerste en enige keer vooral onder volwassenen. Dat kwam door de Spaanse Griep, die wereldwijd woedde.

Niet vergeten

Door het onderzoek van het platform zijn dus meer dan een eeuw later die namen weer bekend. Dat heeft er inmiddels toe geleid dat er sinds september 2016 een herdenkingsbord staat aan de Graaf Florisweg met informatie over het vluchtoord op die plek.

Op 20 december 2018 werd op de Katholieke Begraafplaats ook nog een gedenkteken onthuld voor de 160 vluchtelingen, die nooit meer naar huis gingen. Met als boodschap: ‘Wie niet gemist wordt, is niet vergeten.’

Op 17 september 2016 is het bord door de Belgische ambassadeur Chris Hoonaert en de burgemeester van Gouda Milo Schoenmaker onthuld (Streekarchief Midden-Holland / Rinus Lasschuyt)

Over de auteur

Jurryt van de Vooren is journalist en historicus en gespecialiseerd in de geschiedenis van de sport. Hij is auteur van diverse boeken op dit gebied en oprichter van de website sportgeschiedenis.nl. Van de Vooren treedt regelmatig in de media op als commentator bij onderwerpen die met sportgeschiedenis te maken hebben.

0 reacties

Plaats een reactie

De velden met een * zijn verplicht

Ontdek meer

Heb jij een verhaal over de Zuid-Hollandse geschiedenis?

Welk verhaal mag volgens jou niet ontbreken op deze website? Deel je verhaal of tip met de redactie! Lees de voorwaarden en tips voor het schrijven van een verhaal.

Ontvang de laatste verhalen in je mailbox

Wil je op de hoogte gehouden worden van nieuwe publicaties? Abonneer je dan op onze nieuwsbrief!