Deze website maakt gebruik van geanonimiseerde cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren en voor de analyse van onze website. Deze cookies kun je niet uitzetten. Bij het tonen en afspelen van YouTube video's worden cookies van derden geplaatst. Deze cookies van derden kun je wel uitzetten. Klik op "Akkoord" als je akkoord gaat met dit gebruik van cookies, klik op "Aanpassen" voor meer informatie en om zelf te bepalen welke cookies deze website plaatst.

Deze website maakt gebruik van geanonimiseerde cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren en voor de analyse van onze website. Deze cookies kun je niet uitzetten. Bij het tonen en afspelen van YouTube video's worden cookies van derden geplaatst. Deze cookies van derden kun je wel uitzetten. Klik op "Akkoord" als je akkoord gaat met dit gebruik van cookies, klik op "Aanpassen" voor meer informatie en om zelf te bepalen welke cookies deze website plaatst.

Ga naar content

BBC op de kabel: Britse humor in de huiskamer

Wim Hordijk Naar overzicht

“And now for something completely different.” Met deze zin kondigde Monty Python hun absurdistische sketches aan. Toen BBC op 1 juli 1986 via de kabel beschikbaar kwam, kregen vele Zuid-Hollanders toegang tot deze vorm van Britse humor. Lees meer over deze intrede van de kabeltelevisie in dit ingestuurde verhaal van Wim Hordijk.

Op 1 juli 1986 werden de Britse zenders BBC 1 en BBC 2 toegevoegd aan honderdduizenden Nederlandse kabelaansluitingen. Veel kijkers in Zuid-Holland kregen daarmee toegang tot nieuws, documentaires en sport en andere vorm van humor. Absurd, droog, soms ongemakkelijk en vaak vol zelfspot. Veertig jaar later is het bijna niet meer voor te stellen hoe bijzonder dat was. In een tijd zonder internet, streamingdiensten of sociale media vormde de kabelverbinding een toegang tot een andere cultuur. 

De komst van kabeltelevisie

In eerste instantie was kabeltelevisie in Nederland niet noodzakelijk. In dit vlakke land waren een paar flinke zendmasten al voldoende om kijkers te bereiken. Bovendien was het mogelijk om ook de Belgische of Duitse signalen op te vangen.

Voor de Britse zenders was dat wat moeilijker. In de kustgebieden kon alleen bij droog en helder weer het signaal van de BBC met redelijke kwaliteit opgevangen worden. En dat was dus niet erg vaak. Meestal was de beeldkwaliteit te slecht, of zelfs volledig afwezig vanwege de weersomstandigheden boven de Noordzee. Bovendien kwam daar nog eens bij dat zelfs Nederlandse zenders niet altijd goed te ontvangen waren met een antenne vanwege toenemende hoogbouw. In de jaren 60 werden daarom de eerste grootschalige proeven met kabeltelevisie gedaan in twee woonwijken in Den Haag: Bezuidenhout en Mariahoeve. Er kwam een ambitieus plan voor een landelijk kabelnetwerk. Dat plan werd uiteindelijk helaas niet goedgekeurd door de Tweede Kamer en verdween daarmee in de kast.

Door de toenemende vraag werd Nederland gedurende de jaren 70 en 80 alsnog vrijwel volledig bekabeld. In eerste instantie werd dit vaak nog gedaan op wijkbasis, wat later uitgebreid werd naar een gemeentebasis. Deze bekabeling werd soms opgedrongen, vooral bij kijkers die (nog) geen abonnement wilden nemen. In sommige gemeenten werden privé-antennes verboden of ontmoedigd. 

De Zuid-Hollandse gemeente Zoetermeer was in 1977 de eerste Nederlandse stad met een compleet kabelnetwerk. Deze eerste kabelnetwerken hadden een capaciteit van twaalf kanalen, dat later uitgebreid werd naar achttien. De gemeentelijke kabelexploitanten tekenden hiervoor een overeenkomst met de PTT over welke zenders per straalverbinding geleverd zouden worden.  De zenders werden vervolgens via het lokale kabelnetwerk naar de individuele abonnees doorgestuurd. Het zenderaanbod kon dus per gemeente verschillen en ook de prijs voor een kabelabonnement.

Kabeltelevisie. Kabelaanleg voor televisie, Nederland 1975-1990. Foto: maker onbekend, Nationaal Archief / Arbeidsvoorlichting (ARBEID 128)

De Britse zenders BBC 1 en BBC 2

Op 1 juli 1986 kregen dus veel Nederlandse huishoudens met een kabelaansluiting ook de mogelijkheid om zowel BBC 1 als BBC 2 in goede beeldkwaliteit te ontvangen. Dit werd mogelijk gemaakt door een grote antenne bovenop een watertoren in Oostduinkerke aan de Belgische kust. Deze antenne haalde Britse tv-signalen uit de lucht, om deze vervolgens via straalverbindingen door te sturen naar Belgische en Nederlandse kabelmaatschappijen.

Kijkers in Amsterdam moesten nog even wachten. De hoofdstad was in 1977 een van de eerste steden in Nederland die begon met de aanleg van een kabelnetwerk, met een capaciteit van twaalf kanalen. Deze capaciteit was inmiddels grotendeels benut en er was simpelweg geen ruimte om daar nog twee Britse kanalen aan toe te voegen. Een gefaseerde uitbreiding naar achttien kanalen was inmiddels begonnen, maar zou pas begin 1988 gereed zijn.

In veel Zuid-Hollandse huiskamers betekende dit dat er ineens toegang was tot Britse televisie. Waar Nederlandse televisie vooral draaide om overzichtelijke sketches, herkenbare typetjes en duidelijke clou’s, was de Britse humor juist onverwacht en vaak bewust onsamenhangend. Juist die onvoorspelbaarheid maakte indruk.

De watertoren in Oostduinkerke, met een grote antenne bovenop. Bron: Broadband TV Nieuws

Monty Python: sketches zonder regels

Een van de meest invloedrijke voorbeelden daarvan was Monty Python. De groep rond Graham Chapman, John Cleese, Terry Gilliam, Eric Idle, Terry Jones en Michael Palin brak eind jaren zestig en begin jaren zeventig radicaal met bestaande televisievormen.

Nederland had al eerder kennisgemaakt met Monty Python: in 1973 werden enkele sketches op de Nederlandse televisie uitgezonden. Maar pas met de komst van BBC 1 en BBC 2 werd het werk echt breed toegankelijk.

Foto van de zes leden van Monty Python. Foto: gedistribueerd door Arista Records (Q664167), publiek domein, via Wikimedia Commons.

De humor van Monty Python was moeilijk te vangen in vaste regels. Sketches begonnen vaak als iets herkenbaars zoals een winkel, een interview of een debat. Maar deze ontspoorden vervolgens volledig. Een serieus gesprek kon zomaar eindigen in complete absurditeit, zonder dat er een klassieke grap of clou nodig was.

Bekend is bijvoorbeeld het idee dat scènes regelmatig werden onderbroken door onverwachte, totaal losstaande elementen: een ridder die met een kip verschijnt of een personage dat de hele opzet van de sketch letterlijk stopzet.

Ook de manier waarop taal gebruikt werd in Monty Python viel op. Uitspraken als “And now for something completely different” werden onderdeel van de sketches. Ze waren niet alleen grappig op zichzelf, maar laat ook zien dat het een nieuwe manier was van televisie maken: zonder vaste structuur. In 2022 werd deze bekende zin zelfs opgenomen in de Dikke van Dale, waarmee de invloed van de groep ook in Nederlands wordt erkend.

Humor van het Python-team. Bron: Het Parool, Amsterdam, 10-05-1989. Geraadpleegd op Delpher op 04-06-2026.

Mr. Bean: ongemak als humor

Waar Monty Python vooral leunde op taal, satire en culturele verwijzingen, liet Mr. Bean zien dat humor ook zonder veel woorden kon werken. De serie verscheen in 1990 en werd gedragen door Rowan Atkinson. Hij speelt een man die in vrijwel elke alledaagse situatie volledig de verkeerde keuzes maakte, maar dat met een opvallende ernst deed. Mr. Bean spreekt nauwelijks. Zijn gezicht, lichaamstaal en timing vormen de kern van de humor. Dat maakt de serie opvallend universeel: de grappen zijn niet afhankelijk van taal, maar van herkenbare situaties die volledig uit de hand lopen.

Atkinson omschreef zijn personage ooit als “een kind in een volwassen lichaam”. Dat is precies wat de humor zo effectief maakt. Mr. Bean begrijpt de sociale wereld om hem heen net genoeg om erin te functioneren, maar niet genoeg om dat op een normale manier te doen. Een simpel bezoek aan het zwembad, een kerkdienst of een restaurant verandert daardoor in een reeks steeds groter wordende misverstanden. De spanning zit niet in wat hij zegt, maar in wat hij per ongeluk veroorzaakt.

Hoewel Mr. Bean (1990) oorspronkelijk niet door de BBC maar door ITV werd uitgezonden, werd de serie later ook op BBC‑zenders herhaald en bereikte zo een breed publiek, ook in Nederland. Dankzij de kabel konden kijkers kennismaken met de serie, die ondanks zijn beperkte aantal afleveringen uitgroeide tot een wereldwijd succes.

Mr. Bean remedie tegen pesthumeur. "Het Parool". Amsterdam, 04-11-1991.

Snooker, darten en Britse sportcultuur

Naast humor bracht de BBC ook typisch Britse sporten dichterbij. Vooral snooker kreeg een enorme impuls. Via uitgebreide live-uitzendingen maakten Nederlandse kijkers kennis met spelers als Steve Davis en later Stephen Hendry.

De combinatie van spanning, stilte en concentratie bleek verrassend televisiewaardig. Wat in Nederland lange tijd een onbekende sport was, groeide via de BBC uit tot een vaste kijkervaring. In Nederland verschenen snookerclubs en cafés met tafels als paddenstoelen uit de grond.

Ook darten profiteerde van de Britse televisie-exposure. De sport kreeg een grotere zichtbaarheid en groeide uit tot een populaire publiekssport in Nederland.

BBC en auteursrechten

Aanvankelijk was de BBC niet erg enthousiast over de doorgifte via Nederlandse kabelnetwerken, omdat er geen auteursrechten werden betaald. Uiteindelijk werd een regeling getroffen.

Per abonnee werd ƒ 0,75 extra gerekend: 35 cent voor de PTT die de straalverbinding verzorgde en 40 cent voor de BBC voor auteursrechten. De totale abonnementskosten in sommige gemeenten stegen daardoor met meerdere guldens per maand. Toch bleef de belangstelling groot. Voor veel kijkers woog het extra aanbod ruimschoots op tegen de kosten.

Hoewel Nederlandse kijkers al bekend waren met Engelstalige commerciële zenders zoals Sky Channel en Music Box, waren nu dus ook de meer traditionele kanalen van de BBC te ontvangen in Zuid-Holland en Nederland. Vanwege de steeds meer geavanceerde technologie is de grote antenne bovenop de watertoren bij onze zuiderburen in Oostduinkerke echter al lang weer verdwenen.


Bronnen

Over de auteur

Wim Hordijk is opgeleid als computerwetenschapper en heeft meer dan 25 jaar ervaring met wetenschappelijk onderzoek op het snijvlak van biologie, wiskunde en informatiekunde. Op zijn website worldwidewanderings.net houdt hij een eigen blog bij in het Engels.

0 reacties

Plaats een reactie

De velden met een * zijn verplicht