Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies om filmpjes van YouTube te tonen en social mediaknoppen van Facebook, Twitter en Pinterest (third party cookies). Als je deze cookies niet wil, dan kun je dat hier aangeven. De betreffende functionaliteit wordt dan uitgeschakeld. Wij plaatsen zelf wel altijd functionele cookies voor de werking van onze website en (anonieme) analytische cookies om onze site te verbeteren.

Ontdek de verhalen van Zuid-Holland

Nederlanders trekken naar Zuid-Holland

Eeuwenlang was Holland een aantrekkelijk vestigingsgebied voor mensen uit de Noordelijke Lage Landen

Eeuwenlang is Holland een aantrekkelijk vestigingsgebied geweest voor mensen elders uit de Noordelijke Lage Landen. Ze hoopten op een beter leven. Tussen 1600 en 1800 trokken ongeveer 400.000 personen vanuit de rest van de Republiek naar Holland. Zij vestigden zich hier om overwegend economische motieven, voornamelijk in de steden. De kansen op de arbeidsmarkt waren zeer divers en ook hadden zij veel gemakkelijker toegang tot de verschillende beroepen. In het oosten van de Republiek gold een veel exclusiever gildensysteem. Wie zich daardoor beknot voelde, emigreerde al snel naar een Zuid-Hollandse stad. Een minderheid vestigde zich hier om overwegend politiek-ideologische motieven.  

Vrouwen en matrozen
Onder de arbeidsimmigranten uit de niet-Hollandse provincies waren vrouwen sterk oververtegenwoordigd. Deze dienstboden waren van plan te sparen voor hun toekomst. Ook soldaten en matrozen, alsmede rondtrekkende ambachtsknechten, waren op zoek naar betere kansen. Hun aantallen lagen voor de zeventiende en achttiende eeuw in de honderdduizenden. Voor een deel bleven ze in Zuid-Holland hangen en werden daarmee permanente immigranten.

Boeren uit Brabant en Zeeland
In de laatste decennia van de negentiende eeuw vestigden zich veel door de landbouwcrisis getroffen plattelanders uit Zeeland, Friesland en Groningen in Zuid-Holland en bouwden daar een nieuw bestaan op. Toch vormden de langeafstandsmigranten in Den Haag en Rotterdam maar een kleine minderheid. De meeste immigranten kwamen uit de randgemeenten en andere steden. Sommigen van hen waren van oorsprong plattelanders uit Noord- of Oost-Nederland of Zeeland. Zij hadden zich vaak eerst in het rivierengebied gevestigd, om vervolgens door te trekken naar Zuid-Holland.

Twintigste eeuw
Tussen 1880 en 1940 nam de Zuid-Hollandse bevolking jaarlijks met zes- tot zevenduizend personen toe. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vertrokken juist veel mensen uit het westen van ons land. In Zuid-Holland was het vertrekoverschot in de periode 1940-1945 ruim 124.000 personen. Na 1960 traden opnieuw grote vertrekoverschotten op. Veel Zuid-Hollanders vestigden zich toen in Utrecht, Gelderland en Noord-Brabant.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Plaats reactie

Om spam te voorkomen, stellen wij u een eenvoudige vraag. Vult u alstublieft het antwoord hieronder in.