Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies om filmpjes van YouTube te tonen en social mediaknoppen van Facebook, Twitter en Pinterest (third party cookies). Wij plaatsen zelf ook cookies om onze site te verbeteren. Als je deze cookies niet wil, dan kun je dat hier aangeven. De betreffende functionaliteit wordt dan uitgeschakeld.

Ontdek de verhalen van Zuid-Holland

Middeleeuwse vaarwegen en de Binnen Dunen route

Na de Romeinse Tijd werd het stil in Zuid-Holland

Na de Romeinse Tijd werd het erg stil in Zuid-Holland. Vele eeuwen woonden er nog nauwelijks mensen. Maar toen vanaf de tiende eeuw de bevolking begon te groeien waren de bestaande landbouwgronden niet meer voldoende om alle mondente voeden. Men ging op zoek naar nieuw land en de boeren richtten hun blik op de natte veengronden.    

Vanuit de natuurlijke watertjes trok men massaal het veen in. Daar werden sloten haaks op riviertjes gegraven, waardoor het land werd ontwaterd en de grond geschikt werd voor akkerbouw en veeteelt. Later werden er ook kanaaltjes gegraven om het veen te ontwateren. Deze werden weteringen genoemd. Voorbeelden hiervan zijn de Heimanswetering bij Alphen aan den Rijn en de Woudwetering bij Woubrugge, die beide rond 1200 tot stand kwamen. Deze weteringen dienden naast het ontwateren van het gebied, ook als transportmiddel voor de oogst.

Mede door de beschikbaarheid van nieuwe landbouwgronden kreeg de bevolking de kans nog meer te groeien. Steeds meer mensen trokken naar dit gebied en kleine dorpjes groeiden uit tot echte steden. Hierdoor steeg de vraag naar voedsel en andere producten, die allemaal vervoerd moesten worden. Omdat wegen nagenoeg
niet bestonden en zeker niet van die kwaliteit waren dat ze het gehele jaar begaanbaar waren, weken de Hollanders uit naar hun bekende vervoersmiddel: het water. Het belang van de handel over de Hollandse waterwegen werd hierdoor erg groot. Dit bracht een aantal ontwikkelingen met zich mee.

Ten eerste moest er voor worden gezorgd dat de waterwegen goed bevaarbaar bleven. Hiermee werden vanaf de dertiende eeuw de hoogheemraadschappen belast. Ten tweede konden steden die invloed konden uitoefenen op de handel, zeer machtige posities verwerven. Een goed voorbeeld daarvan is Dordrecht. Deze stad kreeg in 1299 het stapelrecht van Graaf Jan I van Holland. Dit hield in dat alle goederen die via de stad vervoerd werden, eerst op de Dordtse markt verhandeld moesten worden, voordat ze verder mochten. Uiteraard werd over deze handel belasting geheven, wat veel geld opbracht voor zowel de stad als de Graven van Holland en Dordrecht tot de belangrijkste handelsstad in Holland maakte.

Dordrecht kreeg deze belangrijke positie omdat het aan het begin van de belangrijkste handelsroute van het zuiden naar het noorden lag: de route ‘binnen dunen’, ofwel binnendoor. Deze verplichte handelsroute verbond vanaf de dertiende eeuw de Maas met het IJ en daarmee zuidelijke markten zoals Brugge en Dordrecht met de handelscentra in het noorden, zoals Haarlem en Amsterdam. Het Zuid-Hollandse deel bestond uit de Merwede, de Noord, de Hollandse IJssel, de Gouwe, de Oude Rijn, de Heimans- en Woudwetering, het Braassemermeer, de Oudewetering en het Leidse Meer. Iedere stad langs deze route, kon tol heffen over de schepen die langs voeren en daarmee goed geld verdienen. Zo kon het stadje Gouda, dat een belangrijk sluizencomplex bezat, van ieder schip dat langskwam een bedrag eisen. Dit bracht een hoop geld op voor zowel de stad als de Graven van Holland.

Een aantal partijen voeren dus zeer wel bij de route ‘Binnen Dunen’, maar dat viel niet bij iedereen goed. Schippers die van de hoge tolheffingen af wilden gingen op zoek naar alternatieve routes, en werden daarbij geholpen door steden die wel aan het water, maar niet aan de route ‘binnen dunen’ lagen, zoals Delft. Aangezien Zuid-Holland vol ligt met waterwegen, was dit geen groot probleem. Al vanaf de dertiende eeuw omzeilden schippers de ‘binnen dunen’ route door via de Schiedamse Schie naar de Delftse Vliet te varen en vandaar richting Leiden. Een eeuw later konden schippers ook de Rotterdamse, de Delftse en de Delfshavense Schie gebruiken. De steden Gouda en Dordrecht en de Graven van Holland liepen hierdoor veel inkomsten mis en trachtten het de schippers moeilijk te maken door dammen aan te leggen, zoals de dam bij Delft en een dam in de Vliet tussen Leiden en Delft (Leidschendam).

Lees verder: Van de trekvaart tot de museumhaven (slot)

Links

Bijlagen

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Plaats reactie

Om spam te voorkomen, stellen wij u een eenvoudige vraag. Vult u alstublieft het antwoord hieronder in.