Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies om filmpjes van YouTube te tonen en social mediaknoppen van Facebook, Twitter en Pinterest (third party cookies). Als je deze cookies niet wil, dan kun je dat hier aangeven. De betreffende functionaliteit wordt dan uitgeschakeld. Wij plaatsen zelf wel altijd functionele cookies voor de werking van onze website en (anonieme) analytische cookies om onze site te verbeteren.

Ontdek de verhalen van Zuid-Holland

De roze geschiedenis van Zuid-Holland

Hoe verliep de homo-emancipatie in de Zuid-Hollandse steden?

Headerbeeld: Demonstratie in Amsterdam tegen "heksenjacht homo's in VS", 25 juni 1977. Fotograaf: Hans Peters. Nationaal Archief, CC0.

Door: Martien Sleutjes

De provincie Zuid-Holland heeft een oudere roze geschiedenis dan algemeen bekend is. Den Haag kende in 1912 al de eerste organisatie voor homobelangen: de NWHK van jhr. dr. Jacob Schorer. Het Nederlandsch Wetenschappelijk Humanitair Komitee was een kleine organisatie die vanuit het huis van Schorer (aan de Laan van Meerdervoort) werd gerund. Schorer had het comité opgericht als reactie op het discriminerende wetsartikel 248bis van het Wetboek van Strafrecht uit 1911. Voor homoseksueel contact was de leeftijdsgrens 21 jaar, voor heteroseksuelen 16 jaar. Dat onrechtmatige verschil wilde de NWHK bestrijden met wetenschappelijke inzichten. Een omvangrijke bibliotheek was hierbij een grote hulp. Op 10 mei 1940 hief Schorer de NWHK op, echter op 15 mei werd zijn bibliotheek door de Duitse bezetter in beslag genomen en daarna nooit meer teruggevonden.

Artikel 248-bis WvS (1911-1971)
De meerderjarige, die met een minderjarige van hetzelfde geslacht wiens minderjarigheid hij kent of redelijkerwijs moet vermoeden, ontucht pleegt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar.

1919-1946
In Rotterdam organiseerde Wim Roos in 1919 de eerste en enige afdeling van het NWHK. Omdat de afdeling leden kende, was het daarmee de eerste vereniging van homoseksuelen in Nederland. Lang duurde dat niet omdat Roos dreigde ontslagen te worden. Toen na de oorlog het COC werd opgericht als besloten club voor homoseksuele mannen en vrouwen stond Wim Roos in 1946 vooraan om de Rotterdamse afdeling op te zetten. Deze afdeling van het COC was blijvend een van de grootste in Nederland. In de jaren vijftig was dat best moeilijk. Juist toen probeerde de gemeente via een Algemene Politieverordening een strikt antihomoseksueel en anti-travestiebeleid te voeren. Bovendien werd tot eind jaren zeventig een discriminerend formulier bij aanhoudingen gebruikt.

undefined  
Handgeschreven inleiding van Wim Roos uit 1919. Bron: IHLIA-archief Jaap van Leeuwen

1968-1974
Hoewel de groep COC’ers zichzelf niet als echte activisten zagen, was hun inzet om veranderingen teweeg te brengen groot. Dat gebeurde tot december 1964 alleen niet in het openbaar. Toen trad Benno Premsela als voorzitter van het COC op tv naar buiten om het nieuwe tijdschrift Dialoog aan te kondigen en de oprichting van een stichting met dezelfde naam die het gesprek met de samenleving moest oppakken. 

Direct daarna ontstond een nieuwe golf van activisme. In Rotterdam, Delft en Leiden kreeg dit vorm in lokale Studentenwerkgroepen Homoseksualiteit. Omdat het COC alleen leden vanaf 21 jaar kon aannemen, stimuleerde ze het ontstaan van deze werkgroepen. Dat begon in Utrecht en Amsterdam, maar bereikte erg snel alle universiteitssteden. Een federatie van al die groepen zette een grote verandering in gang en organiseerde de eerste homodemonstratie in Nederland op 21 januari 1969 op het Binnenhof. 

undefined
Demonstratie tegen wetsartikel 248bis, 1969. Fotograaf: Jac. de Nijs / Anefo, Nationaal Archief.

De meeste van die werkgroepen gingen begin jaren zeventig op in het COC. In Leiden gebeurde dit pas in 1999, en in Delft gebeurde dat helemaal niet. Ondanks de nabijheid van Den Haag en alles wat daar georganiseerd werd, voelde de Delftse Werkgroep Homoseksualiteit (DWH) toch meer voor een eigen richting. 

Gewoon
Om de energie die van die werkgroepen afspatte te begrijpen, moet men bedenken dat tot het ontstaan van die groepen er voor jonge lhbti’ers niets was: geen informatie, geen opvang, niets. Als er al iets was, dan was dat vrijwel alleen negatief. Toen de Rotterdamse psychiater Wijnand Sengers zijn boek ‘Gewoon hetzelfde?’ uitbracht, kort daarop gevolgd door zijn proefschrift, voelden jongeren zich enorm gesteund in hun zelfopvatting. 

Door en naast de studentenwerkgroepen ontstonden sociëteiten: Zoos in Amsterdam, Pann in Utrecht, Apollo in Rotterdam en later HIIG Den Haag. Daar en in de werkgroepen begon de zoektocht naar een eigen positieve identiteit. Onder invloed van de NVSH eindigde de discussie eind jaren zestig met het adagium dat iedereen biseksueel was en dat homo-seksualiteit dus eigenlijk niet bestond. Een nobele gedachte maar niet erg reëel. 

In de jaren zeventig waren er globaal twee richtingen in de beweging: een die achterstelling wilde oplossen via de juridische kant en een die de achterstelling zag als onderdeel van een veel bredere discriminatie. De activisten uit de eerste groep begonnen aan een lang, lang traject naar gelijk-berechtiging. Het COC was (en is) een belangrijk en onmisbaar vehikel voor hen. Ze kwamen met schitterende voorstellen voor juridische regelingen die het huwelijk onnodig maakten. Het huwelijk was de bron van de ongelijkheid.  

De activisten uit de tweede groep werden beïnvloed door de tweede feministische golf. Veel lesbische vrouwen werden met en door de feministische golf radicaalfeministisch. Zij botsten met de mannen, ook de homoseksuele mannen die op hun beurt vanaf 1975 onder de invloed van de Rooie Flikkers kwamen te staan. Wat de vrouwen en mannen in deze tweede groep gemeen hadden, was dat hun persoonlijke verhaal de bron voor hun activisme werd. 

undefined
Poster aktiviteiten voor vrouwen in de roze week, 1991. Bron: Posterarchief IHLIA.

Bij de vrouwen was de maatschappelijke achterstelling als vrouw en het geweld tegen vrouwen in eerste instantie een sterkere motivator voor actie dan hun lesbisch zijn. De organisatie van de vrouwenhuizen, de blijf-van-mijn-lijfhuizen, de abortusdemonstraties, de vrouwenstaking en de vrouwen-festivals kenden een groot aantal  gedreven lesbische organisatrices. Maar toen in 1977 in Amerika homorechten werden teruggedraaid en de Nederlandse rechtse politiek daar misschien ook wel oren naar had, gebruikten ze hun ervaring om in datzelfde jaar de eerst homoprotestmars, eigenlijk de eerste pride mars in Amsterdam te organiseren. 

Via de Rooie Flikkers was de Roze Driehoek geïntroduceerd. Dit symbool van homo-onderdrukking in de nazikampen gaf prima het gevoel van onderwaardering ook in de naoorlogse samenleving weer. Dat werd toen zo breed gevoeld dat alles ‘roze’ werd en dat onder dat symbool veel ad-hocsamenwerking mogelijk was tussen heel verschillende groepen (m/v).

Intern botste het soms flink tussen mannen en vrouwen. In Delft vertrokken de lesbische vrouwen in 1982 naar het Vrouwenhuis en keerde pas in 1992 weer terug. Het COC Rotterdam kende een interessant fenomeen: tussen 1992 en 2000 bestond de vereniging uit een Autonome Vrouwengroep naast een Gemengde Groep. Het kostte veel vergaderen, maar het werkte. 

Delftse Werkgroep Homoseksualiteit
De DWH (Delftse Werkgroep Homoseksualiteit) in Delft die ooit gezien werd als een werkgroep van zowel het COC als de NVSH werd steeds zelfstandiger. Rond 1974 kregen ze door samenwerking met de NVSH een eigen avond op de woensdag in het Trefcentrum, Phoenixstraat 66. Tien jaar later was de NVSH een schim van zichzelf geworden. De DWH had daardoor ook de vrijdagavond kunnen claimen en overvleugelde de NVSH financieel zo sterk, dat de gedachte aan een eigen pand reëel werd. In 1985 vertrok de DWH naar haar huidige locatie aan de Lange Geer 22. Met dank aan een subsidie van de gemeente als onderdeel van een nieuw en positief lhbti-beleid.

undefined
De DWH was ook zeer betrokken in de internationale politieke strijd, zoals hier tegen de Engelse homofobe Clause 28. Bron: Posterarchief IHLIA. 

De DWH kende zijn ups en downs zoals elke vereniging, kende ook het probleem van doorgangshuis te zijn in een studentenstad en had dus zo maar kunnen ophouden te bestaan. Dat dat niet gebeurde was te danken aan de continue focus op het lokale gebeuren en de wens om de jonge, nieuwe bewoners van Delft een leuke en veilige omgeving te bieden. Tegelijk werd informatie over situaties die de emancipatie zouden kunnen bedreigen snel doorgegeven en mensen werden gesteund als ze daar actie op wilden ondernemen. 

De DWH gaat al jaren volop mee met de OWee, de OntvangstWeek van de TU Delft en probeert elk jaar zowel iets knallend nieuws als iets terugkerends in het programma te stoppen. Behalve instroom van nieuwe leden is de OWee ook een plek om te leren organiseren en doelgericht samen te werken. Met de opvanggroepen die vervolgens worden georganiseerd, wordt voor veel leden een basis gelegd voor een langdurige band met elkaar en met de DWH.

undefined
Regenboogbrug in Delft. Bron: DWH Delft. 

Regenboog
De COC’s in Rotterdam, Den Haag en Leiden kunnen zich door de omvang van hun werkgebied ook al jaren inzetten voor allerlei specifieke groepen, zoals lhbti’ers met een lichamelijke of geestelijke beperking, naast alle activiteiten voor reguliere groepen. 

Alle lhbti-organisaties proberen zo inclusief mogelijk te zijn om alle kleuren van de regenboogvlag te omvatten. Onder het symbool van de regenboog worden er ook politieke allianties voor belangenbehartiging gesloten, vooral op gemeentelijk niveau. In Gouda noemt de lhbti-organisatie zichzelf de Regenboog Alliantie.  De regenboogvlag is van oorsprong een Amerikaans symbool, waar de roze driehoek door de oorlogservaringen vooral een Europees symbool is. Het idee achter de kleuren van de vlag is dat zij de onderdelen van de lhbti-beweging weergeven en daarmee het streven naar inclusiviteit. Maar de roze driehoek en de roze kleur blijven ook aanwezig, omdat tegenover de vrolijkheid van de regenboog ook de kennis van een duister verleden levendig gehouden moet worden. 

undefined
In 2016 hield het COC Rotterdam een grote tentoonstelling in de Kunsthal. Bron: Posterarchief IHLIA. 

Meer lezen over Rotterdam?
Zie de historische serie van Aad Koster over 75 jaar Gay Rotter-dam bij Dig It Up

Over de auteur
Martien Sleutjes is historicus, heeft een eigen bedrijf voor historisch onderzoek en is vrijwilliger bij IHLIA LGBT Heritage, dé erfgoedinstelling op het gebied van lhbtqi+. Hij doet daar historisch onderzoek dat gebruikt wordt bij tentoonstellingen op het IHLIA-plein op de 3e verdieping van de OBA Openbare Bibliotheek Amsterdam. Ook is hij al sinds 1979 betrokken bij de initiatieven waaruit IHLIA is voortgekomen. 

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Plaats reactie

Om spam te voorkomen, stellen wij u een eenvoudige vraag. Vult u alstublieft het antwoord hieronder in.