Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies om filmpjes van YouTube te tonen en social mediaknoppen van Facebook, Twitter en Pinterest (third party cookies). Als je deze cookies niet wil, dan kun je dat hier aangeven. De betreffende functionaliteit wordt dan uitgeschakeld. Wij plaatsen zelf wel altijd functionele cookies voor de werking van onze website en (anonieme) analytische cookies om onze site te verbeteren.

Ontdek de verhalen van Zuid-Holland

Daarna ging ik bij luchtalarm altijd op het toilet staan, met het haakje op de deur

Ad Breevaart uit Dordrecht was acht toen de oorlog uitbrak

door Elisabeth van Heiningen, Historische Vereniging Vereniging Oud-Dordrecht (2009)

Ad Breevaart (1932), geboren en getogen in Dordrecht, was een jongetje van acht jaar toen de oorlog uitbrak. Langzaam leerde hij de betekenis van ‘oorlog’ kennen. Omdat er in zijn naaste omgeving geen slachtoffers vielen en zijn vertrouwde omgeving min of meer ongeschonden bleef, beleefde hij de eerste oorlogsjaren als een tijd van spanning en sensatie en door een gevoel van saamhorigheid was het vaak ook gezellig. De angst kwam pas toen in 1944 dicht bij zijn huis een park werd gebombardeerd.    

24 oktober 1944. De glanzende grijze stipjes in de lucht worden steeds groter en deze keer vliegen de geallieerde vliegtuigen niet over, maar komen naar beneden gedoken en laten hun lading bommen los boven Park Merwestein, het hoofdkwartier van de Duitsers. Slechts één bom treft het beoogde doel. Het voormalige burgemeestershuis in het park, dan sociëteit voor Duitse officieren, wordt gereduceerd tot een grote berg puin. Daar vallen drieëntwintig Duitse en twee Nederlandse slachtoffers. De bunkers in het park blijven ongeschonden en overige schade is onduidelijk. Helaas vallen alle andere bommen buiten het park, ook de aangrenzende buitenschool krijgt een voltreffer. Negenenzestig burgers, onder wie een aantal schoolkinderen, komen om.

 

De oorlog komt dichtbij
"Ik was 12 jaar en op weg van school naar mijn huis, vlak bij het park. Toen het luchtalarm afging ben ik bij een kapper schuin tegenover Kunstmin naar binnen gerend en op het toilet gaan staan. De deur bleef open. Een oorverdovende herrie, overal brekend glas, chaos. De dienstbode van het huis op de hoek lag bloedend en gillend in de gang voor mijn voeten. Toen de vliegtuigen weg waren en het stil werd, rende ik naar huis. Op de hoek van de straat kwam mijn moeder me tegemoet, ze was naar me op zoek. In onze straat waren alle ruiten kapot, alleen bij ons thuis niet. Mijn moeder was met ons dienstmeisje namelijk aan de grote schoonmaak Alle deuren stonden open. Op de divan, die in de tuin stond, ontdekte het dienstmeisje een gloeiende huls van een kogel, die ze onmiddellijk van de bank mepte. Zelfs geen schroeiplek."

 

"Vanaf dat moment was ik bang bij luchtalarm en kroop ik op het toilet, met de deur op het haakje. Hoe ik na het bombardement door mijn ouders ben opgevangen weet ik niet meer. Mijn vader was nogal nuchter dus waarschijnlijk ging ik de volgende dag weer gewoon naar school." Overigens werd de school gesloten in de Hongerwinter. Er kwam toen een onderwijzer bij Ad aan huis om hem en een aantal andere jongens les te geven."

Onbedoelde opvoedkundige lessen
"Angst had ik tot die tijd nooit gekend, maar er waren wel dingen gebeurd die me tot nadenken hadden gestemd en vormend voor mijn karakter zijn geweest.
In het begin van de oorlog kregen we een paar dagen twee Nederlandse gewonde jongens in huis. Mijn moeder had ze gewond op straat zien lopen en ze in huis gehaald. Toen ze weg waren miste mijn moeder haar horloge en een ring. Van één van de twee kregen we naderhand een bedankbriefje. Mijn moeder schreef terug dat ze sieraden miste, waarop het antwoord kwam dat die wel meegenomen zouden zijn door die ander. Hij had vaker gezien dat deze zoiets deed. Mijn moeder zei daar nooit meer iets over. Het was haar verantwoording geweest voor die jongens te zorgen, zei ze. De dief moest maar verantwoorden waarom hij van haar had gestolen."

"Ook kregen we ergens tijdens de oorlog voor korte tijd inkwartiering van twee jonge Duitsers met harde stemmen. Ze kregen de leegstaande kamer boven en deden onmiddellijk de deur op slot. De volgende ochtend ging mijn moeder naar boven met twee kopjes surrogaat-thee. Mijn oudere zusje, die krantjes rondbracht voor de ondergrondse, zei: “wat doe je nu moeder”? Mijn moeder antwoordde dat die jongens ook moeders hadden, die graag hun zoon een kopje thee op bed zouden willen brengen. Dat kon niet en nu deed zij het. Dat van die krantjes daar wist ik toen niets van af. Dat hoorde ik pas later."

"Wat ook heel veel indruk op mij heeft gemaakt, is de reactie van mijn moeder toen ik haar kort na de bevrijding in geuren en kleuren kwam vertellen dat meisjes die iets met Duitsers hadden gehad, werden kaal geschoren. Ik weet nog dat ze op zolder stond te strijken en in huilen uitbarstte. 'Nu doen wij hetzelfde als zij', zei ze. Na de oorlog begeleidde mijn moeder meisjes die een kind hadden van een Duitser. Die meisjes en hun kinderen kwamen ook wel bij ons thuis op bezoek. In de Hongerwinter vond ik, als 12 -jarige, ook zelf al dat het niet deugde dat een buurman ’s nachts zijn kinderen erop uit stuurde om ergens een boom om te zagen terwijl hij zelf wakker bleef om de boom voor zijn eigen huis te bewaken. Dat moesten anderen dan ook maar doen, zei hij.”

Zeeuwse gasten
"Toen Zeeland begin oktober 1944 onder water werd gezet kregen we weer inkwartiering. De man die ons werd toegewezen was echter slechts op doortocht, want hij had familie in Den Haag. Een paar huizen verder zat een echtpaar op de stoep van een huis te huilen. De bewoners lieten ze niet naar binnen. “Kom maar bij ons”, zei mijn moeder. Ze zijn lang gebleven, werden onderdeel van ons gezin en sliepen op zolder. Het waren landarbeiders uit Zeeland en ze hadden, naar ons idee, bijzondere gewoonten. De man van het echtpaar schepte steevast zijn bord zo vol met het schaarse eten dat mijn moeder nog op tafel wist te brengen, dat er voor haar niets over bleef. Wij deelden dan onze porties, maar zij zei er nooit iets van. Ook mijn vader werd natuurlijk steeds magerder. Uiteindelijk heeft de directeur van de fabriek waar mijn vader procuratiehouder was, ervoor gezorgd dat het echtpaar naar een hofje verhuisde. Het ging zo niet langer, vond hij. Toch hebben we nog jaren een goed contact met de familie gehouden, ook na de bevrijding."

Boom van hoop en nieuw leven
De ‘Levensboom’, het bevrijdingsbeeld van Hans Petri (1919-1996) op de plaats van het gebombardeerde huis in het park, herinnert Dordtenaren aan de oorlog, maar heeft ook een positieve boodschap. Het beeld verwijst onderaan naar ellende en onderdrukking, maar daaruit komen nieuwe krachten naar boven die hoop en leven vertegenwoordigen. De veerkracht van een volk. Geheel bovenaan verkondigen engelen met hun bazuinen de triomf van vrede en vrijheid. Het aantal Duitse slachtoffers en de zin van het bombardement zijn lang onderwerp van heftige discussies geweest tussen verschillende groepen in Dordrecht. Onlangs is uitgebreid onderzoek gedaan, dat duidelijkheid heeft gebracht.

Links

Reacties

  1. Geesken Bloemendal - ter Horst

    Wat een mooi artikel over een bijzondere man

    22 januari 2012

  2. Redactie

    @Geesken, bedankt voor je reactie. Voor de geïnteresseerden: In het Dordtse museum Huis van Gijn opent eind deze maand een expositie over de verzamelingen van de heer Breevaart. Zie www.huisvangijn.nl.

    23 januari 2012

  3. Jeroen

    Heel erg bedankt voor het verhaal! Heeft u nog meer van dit soort verhalen? ToBe cultuurcentrum doet dit jaar voor het eerst mee aan het landelijke project Theater na de Dam. Door heel Nederland zijn op 4 mei theatervoorstellingen te zien die gebaseerd zijn op verhalen uit de Tweede Wereldoorlog. Voor deze editie van Theater na de Dam wordt er ook een voorstelling gemaakt in Dordrecht

    27 januari 2014

  4. Redactie

    @Jeroen Leuk, dank voor de info. Dit verhaal komt uit een thema 'Verhalen bij Oorlogsmonumenten' met in totaal 8 van dit soort verhalen. Zie http://www.geschiedenisvanzuidholland.nl/geschiedenis/verhalen/thema/275/verhalen-bij-oorlogsmonumenten

    30 januari 2014

  5. anoniem

    Mijn overgrootvader Van Keppel was parkwachter in Merwestein. Hij woonde aan de Stooplaan toen het bombardement door de Typhoons plaatsvond. Van hem werd alleen het hoofd terug gevonden terwijl tante Anne Recourt door de luchtverplaatsing werd gedood. Ik heb nog wel foto's van hem. Door mijn eigen researxh weet ik de dat de aanval werd aangevoerd door GpVapt Gilliam en was gepland door Air Cdre Geddes, die later de voedseldroppings organiseerde. Geddes is met mij nog in het park geweest in 1995 en heeft het museum 4045 bezocht. Zijn zoon schonk na de dood van Geddes diens uniform.

    10 juli 2017

  6. Redactie

    Wat verschrikkelijk. Dus zij waren de twee Nederlandse slachtoffers waar de tekst melding van maakt? Mooi om te horen dat Air Commodore Geddes nog is terug geweest naar het park. Bedankt voor het delen van dit verhaal.

    11 juli 2017

Plaats reactie

Om spam te voorkomen, stellen wij u een eenvoudige vraag. Vult u alstublieft het antwoord hieronder in.