Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies om filmpjes van YouTube te tonen en social mediaknoppen van Facebook, Twitter en Pinterest (third party cookies). Als je deze cookies niet wil, dan kun je dat hier aangeven. De betreffende functionaliteit wordt dan uitgeschakeld. Wij plaatsen zelf wel altijd functionele cookies voor de werking van onze website en (anonieme) analytische cookies om onze site te verbeteren.

Ontdek de verhalen van Zuid-Holland

Het oorlogsverleden van een Gouds betonblok

Ook een simpel betonblok kan heel wat te vertellen hebben.

Ook een simpel betonblok kan heel wat te vertellen hebben. Dat blijkt uit de bijzondere bijdrage van Maarten Groenendijk, stadsarcheoloog van Gouda, aan de Archeologische Kroniek Zuid-Holland. Een hinderlijke bobbel in het wegdek van de Bodegraafsestraatweg trok zijn aandacht. In Gouda betekent dat meestal dat er iets in de bodem zit dat niet wegzakt, terwijl alles daaromheen dat wel doet. Elk jaar wordt in de Archeologische Kroniek een overzicht geschetst van archeologische opgravingen in Zuid-Holland. In de onlangs gepubliceerde editie over 2012 doet Groenendijk verslag van een bijzondere zoektocht rondom een blok beton uit de Tweede Wereldoorlog. Hier volgt zijn bijdrage:

Door Maarten Groenendijk

Eind 2012 werd het verwijderen van een blok beton langs de Bodegraafsestraatweg in Gouda archeologisch begeleid. Op een bepaald punt ontstond steeds opnieuw een hinderlijke hobbel in het wegdek. Er was al meerdere keren een laagje asfalt verwijderd, maar dat bleek geen oplossing. Na verloop van tijd ontstond de hobbel dan opnieuw. Meestal betekent dit in Gouda dat er iets in de bodem zit dat niet wegzakt, terwijl alles daaromheen dat wel doet. Dus werd besloten om eens te gaan kijken waardoor de hobbel nu eigenlijk werd veroorzaakt en, afhankelijk van wat er werd gevonden, het
probleem voor eens en altijd op te lossen.

Omdat diverse voorbijgangers en omwonenden hadden gesuggereerd dat het hier wel eens zou kunnen gaan om de resten van een bunker uit de Tweede Wereldoorlog, werd de gemeentelijk archeoloog ingelicht. Enig uitzoekwerk leerde vervolgens dat er volgens oude kaarten op deze plek inderdaad wel eens sprake zou kunnen zijn van restanten van verdedigingswerken. De Duitse bezetters hadden namelijk in de Tweede Wereldoorlog in Noord- en Zuid-Holland een verdedigingslinie aangelegd met de naam Vordere Wasserstellung. Deze linie was bedoeld om geallieerde troepen tegen te houden als die op de Nederlandse kust zouden landen. De linie liep grofweg van Haarlem tot Moordrecht, waar deze aansloot op verdedigingswerken rond Rotterdam. De linie was opgebouwd uit weilanden die in geval van nood onder water gezet konden worden, met daarachter onder andere tankmuren, bunkers en geschutsopstellingen. Reden genoeg voor de archeoloog om even mee te kijken bij de werkzaamheden. En inderdaad bleek er op ongeveer 40 cm onder het asfalt een groot blok beton in de bodem te zitten. Het stuk had een afmeting van ongeveer 190 x 150 cm en was gefundeerd op vijf ronde houten palen met een diameter van 20 cm en een lengte van minimaal 3 meter.

Opvallend was dat de palen min of meer willekeurig onder het blok verdeeld waren en niet, zoals je zou verwachten, onder de hoeken van het blok stonden. Niet dat deze rare positie dus veel uitmaakte, want de palen hebben er keurig voor gezorgd dat het geheel zelfs meer dan zeventig jaar na het plaatsen nog niet wegzakte… Het beton was om
de palen heen gegoten, wat goed te zien was aan de negatieven van de paalkoppen die na het verwijderen achterbleven in het beton. Er werden geen sporen van een bekisting gezien, wat er op wijst dat het beton in een gat is gestort, met hooguit een zandrand als begrenzing. Tot slot werd in het profiel aan de noordkant van het blok nog een houten beschoeiing gezien. Deze zit dieper dan het blok en heeft vermoedelijk niets te maken met dit blok. Waarschijnlijk is het een beschoeiing geweest van een oudere, meer naar het noorden gelegen sloot.

Oproep in de krant
De betonresten en de palen werden gefotografeerd en daarna verwijderd, waarmee ook de oorzaak van de hobbelvorming was weggenomen. Einde project zou je zeggen, maar niets was minder waar.Want nu ontstond de vraag: wat heeft er nu precies op de
Bodegraafsestraatweg gestaan in de oorlogsjaren? Op basis van alleen de fundering was niet vast te stellen hoe de constructie er bovengronds had uitgezien. Bovendien waren er geen afbeeldingen te vinden in de archieven. Dus werd besloten om de bewoners van Gouda actief bij het project te betrekken. Daartoe werd een oproep in de krant geplaatst, met daarin de vraag of mensen foto’s en verhalen bij de gemeentelijk archeoloog wilden melden. Aan die oproep werd grif gehoor gegeven, want wat volgde was een groot aantal reacties die te verdelen waren in twee groepen. De ene groep bestond uit mensen uit heel Nederland, die zich, beroepsmatig of vanwege hun interesse, bezighouden metWO2-archeologie.Van deze groep kwam heel veel informatie over de Vordere Wasserstellung, de bunkers en verdedigingsmuren op zichzelf, voorbeelden uit andere delen van Nederland en allerlei tips over andere plekken waar nog meer informatie te vinden was. Uit deze gegevens bleek al snel dat de constructie op de Bodegraafsestraatweg weliswaar tactisch in verband kan hebben gestaan met de eerdergenoemde Vordere Wasserstellung, maar hier formeel geen onderdeel van heeft uitgemaakt.

De Vordere Wasserstellung bestond uit zwaardere en waterkundige verdedigingswerken en was bedoeld om heel Holland te beschermen. Voor het gebied rondom Gouda concentreerden deze verdedigingswerken zich vooral op de westoever van de Gouwe. De muur op de Bodegraafsestraatweg was veel kleiner en was eerder bedoeld ter verdediging van de stad zelf. Dat was op die plek toen overigens nog Waddinxveen, pas later is de Bodegraafsestraatweg Gouds grondgebied geworden. Ook bleken er in en rondom Gouda nog veel meer stellingen, geschutsplaatsen en verdedigingswerken bekend te zijn, waarvan er zelfs zeer recentelijk in Westergouwe nog één in het weiland is ontdekt. De positie van veel van die stellingen staat op oude verzetskaarten aangegeven en is dus globaal bekend, maar lang niet altijd is duidelijk of ze na de oorlog (helemaal) zijn opgeruimd. Ook ‘onze’ locatie stond op zo’n kaart, en kon met dit onderzoek dus bevestigd worden.

Getuigen
De andere, tevens de grootste groep die reageerde, bestond uit mensen die de muur op de Bodegraafsestraatweg zelf nog hebben zien staan, omdat ze daar in en na de oorlog regelmatig langs fietsten of wandelden. Via deze groep kwam heel veel informatie uit
de eerste hand over hoe de muur langs de Bodegraafsestraatweg eruit heeft gezien. Of eigenlijk: muren, want een steeds terugkerende reactie was dat er ook op de Burgemeester Lucassenlaan twee betonnen muren stonden, waar je met de fiets echt maar net tussendoor kon. De hele verdedigingsmuur bestond eigenlijk uit vijf stukken: drie op de Bodegraafsestraatweg en twee aan de andere kant van het water op de Burgemeester Lucassenlaan. De blokken waren een begrip in de buurt, in die tijd. ‘De betonnen blokken’ werden ze genoemd en ze werden ook als plaatsaanduiding gebruikt. Zo vertelde een mevrouw dat ze als kind weleens mee mocht rijden met het ‘orgel van Tom’: het lokale draaiorgel van de gebroeders Tom. Maar dan maar een klein stukje, ‘tot aan de betonnen blokken’. Het ging om ongeverfde betonnen blokken die ongeveer 2 m hoog waren en 1 tot 1,5 m dik, wat goed overeenkomt met de fundering. De afmetingen zijn uiteraard schattingen, want de mensen die reageerden, hebben de blokken zeventig jaar geleden voor het laatst gezien, en toen waren ze nog jong en dus een stuk kleiner. De blokken stonden schuin op de weg, zodat je er tussendoor moest slalommen. Om de gaten tussen de blokken te kunnen dichten stonden er grote stalen kruizen bij, gevuld met prikkeldraad:
zogenaamde Tsjechische Egels. Ook zaten er schietgaten in. Maar zowel de kruizen als de schietgaten zijn nooit gebruikt en er stonden ook nooit soldaten bij, vertelden alle betrokkenen. Het was allemaal meer ‘voor het geval dat’.

Ook elders langs de Bodegraafsestraatweg bleken nog militaire opstellingen gestaan te hebben. Zo vertelden diverse getuigen over wachtershuisjes die verderop in het weiland richting de A12 stonden. Deze werden regelmatig bestookt door geallieerde jachtvliegtuigen,
waarna de kinderen dan hulzen gingen zoeken in het gebied. Iets wat eigenlijk niet mocht, maar wel reuze spannend was! De muur is uiteindelijk in 1955 gesloopt, zo blijkt uit krantenartikelen. Dat lijkt nogal laat, tien jaar na de oorlog. Echter, er was natuurlijk heel veel te doen en te herstellen in de jaren na de oorlog, zonder dat daar veel middelen voor waren.

In juli 1945 moesten alle gemeenten een inventarisatie maken van alle oorlogsobjecten binnen hun grenzen, en deze moest worden overdragen aan het Ministerie van Oorlog. Het speciaal hiervoor opgerichte Bureau Registratie Verdedigingswerken (BRV) zou aan de hand van die inventarisatie bepalen of bepaalde objecten moesten blijven staan of dat ze verwijderd konden worden. De blokken op de Bodegraafsestraatweg mochten van
het BRV weg, zo werd in 1946 besloten. Maar er waren discussies over wie dat dan moest gaan betalen. De gemeente wilde het bedrag declareren als bezettingskosten, omdat de bezetter ze immers had gebouwd. Het Rijk was het daar echter niet mee eens.

Uiteindelijk werd in 1948 gestart met het opblazen van delen van de muur, maar het duurde nog bijna zeven jaar voordat ze helemaal klaar waren. In de jaren dat de muren nog niet waren gesloopt, waren het gewillige objecten om vanaf te springen, de vaart in en om op te klimmen, getuige ook twee foto’s die werden opgestuurd. De eerste is een foto van het blok op de Burgemeester Lucassenlaan, de tweede (zie Kroniek 2012) is genomen op de Notaris d’Aumerielaan. In beide gevallen dus niet het blok waarvan nu de fundering is opgegraven, maar op basis van alle omschrijvingen is wel zeker dat deze blokken sterk op elkaar leken. Deze twee foto’s zijn dus ook een goede aanwijzing van hoe het blok op de Bodegraafsestraatweg er bovengronds heeft uitgezien.

 

Archeologisch gezien was het doel van de begeleiding en de publieksactie inmiddels bereikt: er was een vrij duidelijk beeld van hoe de blokken op de Bodegraafsestraatweg eruit hebben gezien. Maar tijdens de persoonlijke gesprekken die de stadsarcheoloog met diverse betrokken had, verschoof langzaam maar zeker het zwaartepunt van feitelijke informatie over de betonnen blokken naar persoonlijke ervaringen uit die tijd. Zo bleek al snel dat mensen in de oorlogsjaren die blokken helemaal geen probleem vonden: ‘ze stonden er gewoon, klaar’. Tegenwoordig zouden we dat ons niet meer kunnen voorstellen, dat we het geen probleem zouden vinden dat er zomaar enorme betonblokken met prikkeldraad en schietgaten op de weg worden gezet. Op zijn minst zou dat een zeer beangstigend gevoel geven. Maar, zo kwam al snel naar voren, in die tijd waren er zoveel belangrijkere, meer ingrijpende zaken waar men zich druk om maakte, dat deze blokken eigenlijk niets voorstelden.

Zo was er de continue angst voor luchtaanvallen. Eén geïnterviewde herinnerde zich nog dat ze na een bombardement op het station van Gouda zo snel als ze kon naar huis is gerend. Ze kon zich het gevoel van angst nog levendig voor de geest halen. Het was zelfs zo dat er altijd te voet werd gereisd, ook over behoorlijk lange afstanden, omdat met de trein gaan veel tegevaarlijk was. Ook voor eeuwig in het geheugen gegrift is de angst voor razzia’s door de Duitsers. Een mevrouw vertelde dat ze het geluid van de soldatenlaarzen op het grind nog steeds kan horen, en dan nog steeds het gevoel krijgt van ’daar heb je ze alweer!’. In de oorlogsjaren betekende dat namelijk dat haar vader heel snel een schuilplaats moest zoeken. Ook andere geïnterviewden spreken over onderduikers die regelmatig snel een schuilplaats moesten zoeken, op allerlei plekken in huis. In het geval van de geïnterviewden is dat gelukkig altijd goed gegaan. Dat dit desondanks veel zorgen en spanning met zich meebracht is duidelijk.

Ook waren er verhalen over fietsen die afgepakt konden worden en over Duitse soldaten die werden ingekwartierd, waarbij de kinderen hun bed moesten opgeven, omdat de officier daar in moest slapen. Weer een ander vertelde over het luisteren naar illegale radio’s en de angst dat je daarbij betrapt werd. Dat was iemand uit de buurt overkomen, en die man was opgepakt en uiteindelijk in Gouda in de cel overleden. Allemaal gebeurtenissen en angsten waar wij ons tegenwoordig in Nederland geen voorstelling meer van kunnen maken. En vergeleken met dergelijke verhalen en gevoelens waren de betonnen blokken op de Bodegraafsestraatweg geen enkel probleem: er waren gewoon belangrijkere zaken.

Terugkijkend op het project kan je stellen dat wat begon als een simpele archeologische begeleiding van het weghalen van een blok beton, uiteindelijk veel meer impact kreeg. Het blok beton is aan de ene kant echt niet meer dan dat: een simpel blok steen. Het archeologisch onderzoek hiernaar heeft, strikt archeologisch gezien, ook niet bijster veel nieuwe informatie opgeleverd. Maar toch was het een buitengewoon waardevol project, omdat er ook een hele duidelijke andere kant aan het verhaal zit: de persoonlijke kant. Normaal gesproken is die kant van het verhaal bij archeologische vondsten heel lastig te vertellen: niemand was er bij, dus het blijft speculatie, giswerk. Voor de Tweede Wereldoorlog ligt dat anders: die mensen zijn er nog, hun verhalen kunnen nog worden
gehoord en opgetekend. En daarna kunnen ze ook weer worden doorverteld, want deze verhalen moeten gedeeld worden. Mooi dat een simpel archeologisch onderzoekje daar op deze manier aan kan bijdragen.

Maarten Groenendijk is stadsarcheoloog van de gemeente Gouda. Deze bijdrage is gepubliceerd in de Archeologische Kroniek Zuid-Holland 2012. Bekijk de Archeologische Kroniek 2012 met bijdragen over o.a. Delft, Rotterdam, Leiden, Oegstgeest en Dordrecht. Alle jaargangen van de Archeologische Kroniek zijn online te bekijken. 

Reacties

  1. anoniem

    Heel interessante bijdrage! Eric Oosterling.

    23 augustus 2014

  2. Redactie

    @Eric Bedankt, leuk om te horen! Dit najaar verschijnt er weer een nieuwe Archeologische Kroniek, met info over vondsten die in 2013 zijn gedaan.

    25 augustus 2014

Plaats reactie

Om spam te voorkomen, stellen wij u een eenvoudige vraag. Vult u alstublieft het antwoord hieronder in.