Ontdek de verhalen van Zuid-Holland

Kapper Becker in Nieuwveen

Door Gert Rijlaarsdam, Historische Kring Liemeer. In dit artikel gaan we terug naar de tijd dat er in Nieuwveen nog heel veel kleine middenstanders te vinden waren. Zo waren er in de Dorpsstraat twee herenkappers te vinden. Aan het eind van de Dorpsstraat was dat kapper Van der Leden en aan het begin zat de kapperszaak van de heer Becker. In dit artikel richten we ons op de kapperszaak van Becker die zich bevond dus aan het begin van de Dorpsstraat, gezien vanaf de Kerkstraat, ingeklemd tussen twee kruidenierszaken die van Piet Rietveld en die van Vreeken.

 


Becker had zich al voor de oorlog in Nieuwveen gevestigd als kapper. Voor die tijd was hij ook al kapper geweest op een schip van de Holland Amerikalijn. Een ingelijste foto boven de kapperstoel herinnerde daar nog aan. 

Leo Becker was getrouwd met Thea, een vrouw van Duitse afkomst. Zij had in haar vroege jaren een brandwond opgelopen aan haar rechterwang. Haar gezicht werd daardoor ontsierd door een vreselijk litteken. Bovendien kon zij door de wond slecht praten, zij sliste haar zinnen half door de neus en half door de mond. Leo was altijd in zijn kapperswinkel te vinden, behalve als hij ‘uit knippen ging’. Op zijn fiets bezocht hij dan een aantal boeren om die te knippen en te scheren. De Duitse afkomst van Thea en het feit dat zij tijdens de oorlog een tijdje in Duitsland verbleef, zorgde ervoor dat veel Nieuwveners haar na de oorlog argwanend bekeken. Van verraad of verkeerde sympathieën is echter nooit wat gebleken. 

Het huwelijk van Leo en Thea was vooral na de oorlog slecht, dit was voor Leo een reden om na het openingstijden zoveel mogelijk in de winkel te blijven. Thea bevond zich dan in de woonkamer achter de kapperszaak.

Vrijdagavond en ‘s zaterdagmorgens was het een drukte van belang in de kapperszaak van Becker. Veel mannen lieten zich aan het begin van het weekend scheren en wisselden wachtend op hun scheerbeurt de laatste nieuwtjes uit. Omdat de kapper natuurlijk ook sigaren en sigaretten verkocht, en vrijwel iedereen wel hield van een rokertje zag het daar dan binnen de kortste keren blauw van de rook. Ondertussen zeepte Becker zijn klant in met zijn scheerkwast,  scherpte zijn scheermes met snelle halen over een leren riem die aan de scheerstoel hing en zette met zekere hand het vlijmscherpe mes bij het rechteroor van zijn klant.  Werd de klant bij het scheren gesneden dan had Becker, net als iedere andere herenkapper in die tijd, wat aluin voorhanden waarmee het bloeden kon worden gestelpt. Was men geheel glad geschoren dan werd men nog bespoten met een soort parfum uit een flesje met een blaasbalgje. Was men eenmaal geschoren dan was het gebruik om niet direct naar huis te gaan, maar weer plaats te nemen in een van de leunstoeltjes en met een sigaar in de mond door te gaan met het uitwisselen van de dorpsroddels. Geknipt werd er slechts in een model, wilde men iets extra’s dan werden er met behulp van haarvet kunstige krullen gezet.

Leo Becker was in zijn vrije tijd voorzitter van duivenvereniging  ‘de Witpen’ en was elke zondag bezig met het klokken van zijn duiven.

Het beroep van kapper is afgeleid van dat van barbier. In de middeleeuwen omvatte het werkterrein van de barbier ook dat van chirurgijn, een soort tandarts en geneesheer. Het kiezen trekken en aderlaten waren toen de meest voorkomende behandelingen. Aan dit laatste herinnert nog de rood-witte stok bij de ingang van een kapperswinkel. Vanuit dit verleden was het niet zo gek dat in Nieuwveen eenmaal per week een tandarts zitting hield in de kapperszaak van Becker. Tot 1951 was dit tandarts Jacobsen, na die tijd werd dat de van oorsprong militaire tandarts Grevers, die woonde aan de Stationsstraat  in Alphen aan den Rijn. In Alphen aan den Rijn had deze laatste tandarts een goed uitgeruste praktijk, de apparatuur die hij in Nieuwveen gebruikte was maar primitief. Belangrijk attribuut in de Nieuwveense praktijk was een koperen pot waarin de getrokken kiezen verdwenen. Zat je bij Becker te wachten op je beurt bij de tandarts en je hoorde een tik in de koperen pot, dan wist je dat je snel aan de beurt was.

De tandarts hield praktijk in een apart kamertje. Stond je in het portiek van Becker, dan gaf een deur naar links toegang tot de kapperszaak. Rechts was de deur naar de tandartspraktijk. Het was echter gebruikelijk om bij een bezoek aan de tandarts de linkerdeur naar de kapperszaak te nemen en daar te melden dat men van de diensten van de tandarts gebruik wilde maken. Moest er kiezen getrokken worden dan kreeg men een verdoving en werd men verzocht weer even in de kapperszaak van Becker plaats te nemen. Was men eenmaal geholpen dan nam men vanuit de tandartspraktijk direct de deur naar buiten.

De tandarts van toen hield zich net als nu vooral bezig met het vullen van kiezen (toen plomberen genaamd) en het trekken van tanden en kiezen. Het verschil met nu is echter dat  er vroeger al heel snel werd gekozen voor het trekken van de kiezen. Hier kan Ben Rietveld over mee praten. Geplaagd door kiespijn besloot hij zich tot Grevers te wenden. Grevers liet Ben in de stoel plaats nemen, tikte op één van de kiezen, pakte een tang en trok er een kies uit. Vervolgens bekeek Grevers de onderkant van de kies die hij zojuist had getrokken. “Die is het niet” was zijn conclusie waarna hij de volgende kies trok. Ook deze werd bekeken: “Die is ook het niet” en pas de volgende kies bleek rot te zijn en dus de pijn te veroorzaken. Het ging er in de tandartspraktijk van Grevers niet zachtzinnig aan toe en de tandarts was soms ook wat grof in de mond. Dit was voor veel Nieuwveners een reden om het tandartsbezoek maar te laten voor wat het was.

Wanneer er geen klanten waren voor de tandartspraktijk dan nam Grevers plaats in een leunstoel in de kapperszaak. Was daar de kapper bezig en er meldde zich een klant voor een sigaar, dan was Grevers niet te beroerd deze te helpen.

Begin jaren zeventig is Becker gestopt met de kapperszaak. Het pand werd net als de naastgelegen kruidenierswinkel van de familie Rietveld afgebroken om plaats te maken voor een nieuw pand waarin zich een groentezaak vestigde. Becker verhuisde toen met zijn vrouw naar een woning in de Schout-Clantstraat.

Dit verhaal is eerder gepubliceerd in De Baardman (winter 2009/2010), het tijdschrift van de Historische Kring Liemeer. Voor meer informatie zie www.historischekringliemeer.nl/

Reacties

  1. anoniem

    Kunt U mij helpen ? Ik zoek een échte SCHEERSTOEL ! Mag best wat aan mankeren, maar moet wél bruikbaar zijn Vr. gr. Frits van Antwerpen

    06 augustus 2014

  2. Redactie

    @Frits van Antwerpen Misschien kunt u een oproep plaatsen op deze Facebookpagina, van het Kappersmuseum? https://www.facebook.com/kappersmuseum

    07 augustus 2014

  3. anoniem

    Ik heb oude ansichtkaarten gevonden uit o.a. 1915, gericht aan Fam. Vreeken, kruidenier te Nieuwveen. Kaart komt van Bronbeek te Arnhem. Afzender Toos van Zanten. Heeft u deze familie nog gekend? Misschien heeft de familie wel belangstelling in deze kaarten. Ik ben benieuwd. Afz.Charles v.d. Geest (gepensioneerd verhuizer uit Den Haag)

    31 januari 2015

  4. anoniem

    Ik hoef niet anoniem te zijn. Ik woon nu in Honselersdijk, Mariendijk14, 2675SV, Tel. 0174 622331

    31 januari 2015

  5. Redactie

    @Charles vd Geest Ik zal de Historische Kring Liemeer attenderen op uw reactie, dank!

    03 februari 2015

Plaats reactie

Om spam te voorkomen, stellen wij u een eenvoudige vraag. Vult u alstublieft het antwoord hieronder in.