Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies om filmpjes van YouTube te tonen en social mediaknoppen van Facebook, Twitter en Pinterest (third party cookies). Als je deze cookies niet wil, dan kun je dat hier aangeven. De betreffende functionaliteit wordt dan uitgeschakeld. Wij plaatsen zelf wel altijd functionele cookies voor de werking van onze website en (anonieme) analytische cookies om onze site te verbeteren.

Ontdek de verhalen van Zuid-Holland

Splitsing Noord- en Zuid-Holland (1840)

Pagina uit de gedrukte handelingen van de Provinciale Staten van Zuid-Holland van de vergadering van juli 1840. In deze vergadering spraken de Staten over de beslissing van regering en parlement om de provincie Holland te splitsen in Noord- en Zuid-Holland. Vooral het feit dat deze beslissing was genomen zonder het bestuur van de provincie daarin te betrekken, stuitte bij de Statenleden op onbegrip. Maar ook met het besluit zelf was niet iedereen gelukkig. Op 7 juli hadden enkele Statenleden daarom voorgesteld om protest aan te tekenen bij de koning en bij de Eerste en Tweede Kamer. In een ‘adres’ wilden zij vragen het besluit ongedaan te maken. Dat was een zware stap en daarom besloten de Staten tot het instellen van een commissie die hierover binnen enkele dagen advies moest uitbrengen.

Op 11 juli stond het onderwerp opnieuw op de agenda van de Staten. De commissie van zes leden bleek echter hopeloos verdeeld. Twee leden waren tot de conclusie gekomen dat de Provinciale Staten hierover niets te zeggen hadden en dat protesteren dus onzinnig was. Drie andere leden waren het daarentegen wél eens met het voorstel. Zij vonden dat de Staten hierover hadden moeten meepraten en konden ‘geene reden vinden om stilzwijgend de verdeeling eener provincie aan te zien, welke nimmer door de Staten van het gewest, noch door de ingezetenen werd verlangd’. Bovendien vonden zij het ‘zeer twijfelachtig’ ‘of aan een derde en vreemde magt, het regt van beslissing zoude toekomen’ – een opmerkelijke zienswijze, want onder die ‘vreemde magt’ verstonden zij dus de Nederlandse regering.

Overigens vond dit drietal de splitsing zelf ook verwerpelijk: het gewest dat altijd de motor van het land was geweest, zou nu worden verbrokkeld, met onvoorspelbare gevolgen. Daar moest niet te lichtzinnig mee worden omgesprongen. Het laatste lid van de commissie nam een middenpositie in. Hoewel de commissie zich dus in meerderheid uitsprak voor protesteren, besloten de Staten na een discussie die niet is genotuleerd, het erbij te laten.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Plaats reactie

Om spam te voorkomen, stellen wij u een eenvoudige vraag. Vult u alstublieft het antwoord hieronder in.