Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies om filmpjes van YouTube te tonen en social mediaknoppen van Facebook, Twitter en Pinterest (third party cookies). Wij plaatsen zelf ook cookies om onze site te verbeteren. Als je deze cookies niet wil, dan kun je dat hier aangeven. De betreffende functionaliteit wordt dan uitgeschakeld.

Ontdek de verhalen van Zuid-Holland

Feest op het station van Rijpwetering (1912)

De aanleg van lokale spoorverbindingen waren eind negentiende, begin twintigste eeuw een bron van hoop en optimisme voor de plattelandsbevolking. De plaatselijke kranten volgden de aanleg van de Haarlemmermeerlijnen bijvoorbeeld op de voet. Elke nieuwe brug, elk spoorhuis, elke kilometer spoordijk was goed voor een opgetogen stuk in de krant. Het is daarom des te opmerkelijker dat die spoorlijnen al binnen een paar decennia ophouden te bestaan.

In het begin draaiden de Haarlemmermeerlijnen nog heel aardig. Toen de eerste trein, op 2 augustus 1912 ging rijden, stonden de perrons afgeladen vol en vierden sommige dorpen dagenlang feest. Het afgelegen platteland met zijn beroerde wegen had eindelijk een fatsoenlijke aansluiting naar de bewoonde wereld. Bewoners konden nu moeiteloos naar de grote steden reizen en van daar uit naar de rest van de wereld. Boeren, die zich tot voor kort moesten behelpen met plaatselijke markten en veilingen, konden hun producten nu het hele land door sturen. Goederen die voorheen dagen, soms weken onderweg waren, kwamen nu met een enkele treinrit binnen bereik van de klant.

Onderstaande foto is afkomstig uit een bijlage bij de Oprechte Haarlemsche Courant van 10 augustus 1912. Deze was in zijn geheel gewijd aan de opening van de Haarlemmermeerlijnen. De eerste trein in Rijpwetering werd ontvangen door de plaatselijke schooljeugd. Directeur Van Oyen van de Hollandsche Electrische Spoorweg-Maatschappij (H.E.S.M.) werd eervol ontvangen: het hoofd van de school bood hem een lauwerkrans aan.

Een paar jaar na de eerste treinrit werd het net uitgebreid naar Amsterdam, waar bezoekers zich vergaapten aan het prachtige, speciaal voor dit spoor gebouwde station Willemspark. Het net kreeg ook lijnen naar Uithoorn, naar Alphen aan den Rijn en zelfs naar Nieuwersluis. In 1918 ging de laatste zijtak open, een spoor tussen Nieuwveen en Ter Aar. Die uitbreidingen waren echter geen tekenen van het succes van de Haarlemmermeerlijnen, maar eerder symptomen van de naderende mislukking. Het spoornet was vanaf het begin af aan zo geplaagd door tegenslagen en vertragingen, dat de initiatiefnemer, de H.E.S.M., besloot de lijnen niet in één keer aan te leggen, maar in delen.

Toen het net klaar was, raakte het al vrij snel in de problemen. De Eerste Wereldoorlog leidde tot dramatische stijgingen van brandstof- en loonkosten. Tien jaar nadat de eerste trein reed, en vier jaar nadat het net compleet was, volgde een eerste bezuinigingsronde. De H.E.S.M. haalde een streep door talloze kleine halteplaatsen. Kort daarna kwam de bus op, die goedkoper was, vaker reed en midden in de dorpen stopte, en daardoor steeds meer reizigers bij de lokale spoorwegen wegkaapte.

De Depressie van de jaren ’30 zorgde voor de laatste nagel in de doodskist van deze kleine spoorlijnen: de inkomens daalden waardoor mensen minder reisden en de overheden hadden minder geld om het spoor te subsidiëren. Halverwege de jaren ’30 was het aantal reizigers op station Herensingel in Leiden gedaald tot 13 per dag. Dit stuk spoor ging daardoor bij de meest verliesgevende van Europa horen. Op oudejaarsavond 1935 was de laatste rit op de Zuid-Hollandse delen van de Haarlemmermeerlijnen. Leiden-Oude Wetering-Hoofddorp, Alphen aan den Rijn-Uithoorn en Nieuwveen-Ter Aar werden ondanks felle protesten uit sommige dorpen opgeheven. Ook het station Rijpwetering dus. Een inderhaast gemaakt reddingsplan bleek de gemeenten het voor die tijd astronomische bedrag van zeven ton per jaar te kosten.

Opmerkelijk genoeg hielden de Haarlemmermeerlijnen het buiten Zuid-Holland nog een aardig tijdje vol. Het personenvervoer tussen Amsterdam, Aalsmeer, Uithoorn en Nieuwersluis ging tot 1950 door. En hoewel het stukje bij beetje afbrokkelde hield het goederenvervoer het nog enkele decennia langer vol. In 1986 reed de laatste trein over het allerlaatste stukje Haarlemmermeerlijn, het spoor tussen Uithoorn en Nieuwersluis.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Plaats reactie

Om spam te voorkomen, stellen wij u een eenvoudige vraag. Vult u alstublieft het antwoord hieronder in.