Geschiedenis van Zuid-Holland de verhalen en de collecties
Waar mensen zijn, daar wordt gezongen, muziek en toneel gespeeld, gedanst en gelachen. Zuid-Holland kent een rijke cultuur, met bijzondere artisten - van Augustijnken van Dordt tot Anouk.
In de zevende eeuw werd het huidige Zuid-Holland bewoond door Friezen. Deze mensen waren ‘polytheïstisch’: dat wil zeggen dat ze verschillende goden vereerden, zoals Donar, Wodan en Saxnot.
Sinds het ontstaan van Zuid-Holland in 1840 zijn de grenzen min of meer gelijk gebleven. De twintigste-eeuwse grensverschuivingen waren niet zo spectaculair als die in Noord-Holland. Die provincie moest in 1942 twee complete Waddeneilanden (Vlieland en Terschelling) aan Friesland afstaan en raakte in 1950 het visserseiland Urk kwijt.
Het Zuid-Hollandse landschap was van oorsprong erg ruig. Vóór de tiende eeuw bestond het land voor een groot deel uit veenwildernis, een moeraslandschap dat nauwelijks bewoonbaar was.
In de vierde eeuw verdween het Romeinse gezag uit wat nu Zuid-Holland is. Germaanse Friezen en Franken namen hun plaats in. De Friezen leefden tussen het Zwin en de Vlie en tussen de zee en Utrecht. Het tegenwoordige Zuid-Holland lag dus midden in hun gebied, Frisia.
In de dertiende en veertiende eeuw begon Holland zich te ontwikkelen tot een belangrijk handelsgebied, al viel het voorlopig nog in het niet bij Vlaanderen. Enkele Zuid-Hollandse steden slaagden erin eigen producten aan de internationale handel toe te voegen.
In oude Latijnse teksten wordt het graafschap Holland voor het eerst genoemd in het begin van de twaalfde eeuw: in 1101 wordt Floris II ‘graaf (comes) van Holland’ genoemd. Het graafschap besloeg toen het kustgebied van de Maasmond tot bij Alkmaar.
De stedelijke ontwikkeling in Holland kwam pas laat op gang: in Vlaanderen gebeurde dat bijvoorbeeld veel eerder. Maar vanaf de dertiende eeuw begon het aantal plaatsen dat tot 'stedelijke' proporties groeide, te stijgen. Rond 1400 waren het er in Zuid-Holland al rond de 25.
Met de komst van het christendom in Zuid-Holland werden hier de eerste kerken gebouwd, aanvankelijk meestal van hout. Tot deze oudste kerken behoorden een aantal ‘moederkerken’, zoals Vlaardingen en Oegstgeest. Van hieruit werden weer nieuwe kapellen en kerken gesticht en beheerst. Vanaf de tiende eeuw werden steeds meer stenen kerken gebouwd.
Met het kinderloos overlijden van de Hollandse graaf Willem IV in 1345, begonnen in Holland de Hoekse en Kabeljauwse twisten, die tot ver in de vijftiende eeuw duurden.