Geschiedenis van Zuid-Holland de verhalen en de collecties
Met 1227 inwoners per vierkante kilometer (2005) is Zuid-Holland veruit de dichtstbevolkte provincie van Nederland. Dat is vooral het gevolg van immigratie.
Net als de lokale bevolking vestigden ook de Romeinen zich voornamelijk op de hoger gelegen delen van Zuid-Holland: aan de kust en de grote rivieren. Hier lag de grens van hun wereldrijk.
Hoewel Zuid-Holland in de prehistorie voornamelijk uit ondoordringbaar moeras bestond, woonden er zelfs in de steentijd al mensen.
Zuid-Holland lag in de eerste eeuwen na het begin van de jaartelling op de grens (limes) van het Romeinse Rijk. Voor de cultuur van de lokale bevolking had dit grote gevolgen.
Hollandse steden als Dordrecht en Leiden liepen lange tijd ver achter op Vlaamse plaatsen als Brugge en Antwerpen.
De Romeinse invloed op Zuid-Holland begon toen Gaius Julius Caesar tussen 58 en 50 v.Chr. Gallië veroverde. Gebruikmakend van de door Caesar veroorzaakte onrust trok een Germaanse stam, de Cananefaten, zuidelijk Holland binnen.
De vroegste bewoners van Zuid-Holland gebruikten werktuigen van steen, hout en been. De introductie van koper en brons was een enorme sprong voorwaarts: met deze metalen kon men veel betere bijlen, speerpunten en messen maken dan voorheen.
Kort voor 1000 was Holland uitgegroeid tot een zelfstandige bestuurlijke eenheid. De graven van Holland waren formeel dienaren van de Duitse koningen en keizers, maar gedroegen zich steeds onafhankelijker.
Na het vertrek van de Romeinen in de vierde eeuw bleven er mensen wonen op het grondgebied van het huidige Zuid-Holland. Daarover is echter weinig bekend. De eerste schriftelijke berichten dateren pas van enkele eeuwen later, toen de Franken vanuit het zuiden begonnen met de verovering van de moerassige rivierdelta.
Meer dan tienduizend jaar geleden trokken de eerste mensen naar Zuid-Holland. Ze bezochten dit moerasgebied waarschijnlijk om er te vissen en te jagen.