Geschiedenis van Zuid-Holland de verhalen en de collecties
In dit stuk is te lezen dat de abdij van Loosduinen en de inwoners en ingelanden van de ‘Loserdijcxze polre’, ofwel de Uithofspolder, aan de hoogheemraden van Delfland hebben verzocht een achtkante molen te mogen stellen op de plaats waar op dat moment de wipmolen stond. Volgens de gangbare procedure stelden de hoogheemraden degenen die daar bezwaar tegen hadden in de gelegenheid om dat op een bepaalde dag kenbaar te maken en te motiveren. In dit geval was dat ten huize van hoogheemraad Frank Pietersz. Cock in Delft. In de marge van deze oproeping verklaren de hoogheemraden dat er op de aangegeven dag niemand is verschenen om van die gelegenheid gebruik te maken. De indieners van het verzoek krijgen dan ook toestemming de molen te plaatsen, waarmee de oproepingsbrief de status van vergunning kreeg. De molen is gebouwd aan de Wennetjessloot en werd in 1884 omgebouwd tot stoomgemaal. In 1968 is de molen verkocht aan een particulier.
In Delfland was het voornamelijk het oostelijke gedeelte dat vanaf de middeleeuwen werd afgestoken voor de turfproductie. Een groot deel van de productie was bestemd voor steden, zoals Delft, waar de bevolking en de bedrijvigheid gestaag toenam. Om aan de toenemende vraag naar turf te voldoen werd steeds dieper gegraven, met als gevolg dat er overal waterplassen ontstonden waar eens akkerbouw en veelteelt werd bedreven. Zo ook in de omgeving van Berkel. Het verlies aan land en de hoge onderhoudskosten aan de kaden deed het ambachtsbestuur midden 18de eeuw besluiten om het zuidoostelijke deel van het gebied droog te maken.
De Maasdijk had de stormvloed van 31 januari 1953 goed doorstaan. Vanaf de 10de eeuw was deze dijk in fragmenten aangelegd, totdat er in de 14de eeuw een aaneengesloten bedijking was ontstaan. De dijk beschermde het achterliggende gebied tegen het Maaswater. Om overstromingsrampen uit te sluiten achtte het Hoogheemraadschap van Delfland het na de catastrofe in Zeeland in 1953 noodzakelijk een hoge rivierwaterkerende dijk aan te leggen pal langs de Nieuwe Waterweg. Alle Delflandse polders zouden daarmee binnen de bedijking komen te liggen.
De zeewering bij Ter Heijde vormt van oudsher een probleem in de zeewaterkering van Delfland. Het dorp is vrijwel tegen het strand gebouwd. In het verleden zijn delen van het dorp in zee verdwenen, zoals ook in 1660. De oprukkende zee maakte het noodzakelijk de kerk iets landinwaarts te plaatsen. Vanaf die tijd ging Delfland naarstig op zoek naar mogelijkheden om herhaling te voorkomen. Een voorbeeld daarvan is dit ontwerp van een houtconstructie bestaand uit hoofden bij Ter Heijde, op de plaats waar volgens het bijbehorende rapport het dorp ‘vande zee wort affgegeten’.
Een typisch Delflands fenomeen zijn de strandhoofden die sinds eind 18de eeuw op geringe afstand van elkaar deels op het strand en deels in de zee geplaatst zijn om de afslag van zand tegen te gaan. Sinds midden 17de eeuw had de kust, vaker dan voorheen, te lijden onder de slag van het water. De kustlijn verplaatste zich steeds verder in oostelijke richting. Vanuit de houtconstructies waarmee vanaf de 17de eeuw werd geëxperimenteerd kwamen vanaf 1791 stenen landhoofden in gebruik. Begin 19de eeuw lagen er twaalf tussen Hoek van Holland en Ter Heijde. Nu zijn het er 60 langs de gehele Delflandse kust. De hoofden breken niet alleen de golfslag, zodat de schade aan het strand beperkt blijft, maar zorgen er ook voor dat het aangespoelde zand zich tussen de hoofden ophoopt, wat landaanwinning tot gevolg heeft.
Door de zware stormvloed op 31 januari 1953 was op sommige plaatsen 25 m duin weggeslagen van Delflands kust. Vooral ter hoogte van ’s-Gravenzande en Scheveningen had de zeewering het zwaar te verduren gehad. Het afgeslagen zand was grotendeels terechtgekomen op het strand, wat echter wel een gunstig gevolg was voor de kustverdediging. Bij Scheveningen was het een ander verhaal. De stormvloed had de gehele bestrating van de Strandweg weggeslagen. De daarachter gelegen bestrate glooiingen waren zwaar beschadigd geraakt. Het strand was aanzienlijk verlaagd. Met noodmaatregelen werd geprobeerd erger te voorkomen, maar uiteindelijk bleek alleen een gigantisch verdedigingswerk de vereiste veiligheid te kunnen bieden.