Geschiedenis van Zuid-Holland de verhalen en de collecties
Op deze afbeelding, uit het Belasting en Douanemuseum, is een aanspreker in ambtskleding afgebeeld, met steek en rouwbrief. Aansprekers, ook wel doodbidders geheten, werden aanvankelijk alleen ingehuurd om familie en bekenden over een sterfgeval te informeren en uit te nodigen voor de begrafenis. Gaandeweg namen zij steeds meer taken op zich, zoals het regelen van de begrafenis, en het verhuren of verkopen van kledingstukken en andere benodigdheden. Aansprekers waren ook vaak het mikpunt van spot, vanwege hun plechtige kledingstijl, die vergelijkbaar was met die van predikanten. Hoe deftiger de familie, en hoe meer er betaald werd, hoe chiquer de aansprekers gekleed gingen.
Op deze afbeelding van het Belasting & Douane Museum is een uitgebreide 18de eeuwse lijkstatie te zien. Een lijkkoets vergezeld van vele aansprekers en hoogwaardigheidsbekleders vervoeren de overledene naar het graf. In orthodox calvinistische kringen werd het gebrek aan soberheid en de nadruk op uiterlijk vertoon bij uitvaarten vaak heftig bekritiseerd.
Een bekendmaking uit 1695 van de Staten van Holland en Westfriesland over een belasting op het trouwen en begraven. De belasting op begraven leidde in 1696 te Amsterdam tot een groot oproer dat bekend is geworden onder de naam Aansprekersoproer. Aansprekers gingen naar familie en bekenden om te vertellen dat er iemand was overleden.
Het invoeren van een 'begrafenis-belasting' leidde in 1696 in Amsterdam tot een groot oproer dat bekend werd als het 'Aansprekersoproer'. Het protest was ook gericht tegen de instelling van een stedelijke begrafenisdienst. Tijdens dit drie dagen durende oproer werden vier huizen geplunderd, waaronder dat van burgemeester Jacob Boreel aan de Herengracht. Het oproer werd neergeslagen en na afloop werden enkele deelnemers opgehangen. Zie ook deze afbeelding van een aanspreker in ambtskleding.