Muziek tot 1900
In Zuid-Holland werd al in de vroege middeleeuwen muziek gemaakt. Uit archeologische vondsten leidt men af dat daarbij benen fluiten en lieren werden gebruikt.
Muziek aan het hof, in de kerk en in de stad
In de middeleeuwen was de Kerk een belangrijke opdrachtgever: onder de vroegst bekende muziekstukken bevindt zich met name veel religieuze muziek. Maar ook de aanwezigheid van het grafelijk hof in Den Haag was bevorderlijk voor het middeleeuwse muziekleven. De Hollandse adel, de graaf voorop, had muzikanten in dienst om voor het nodige vermaak te zorgen.
In de middeleeuwen was de Kerk een belangrijke opdrachtgever: onder de vroegst bekende muziekstukken bevindt zich met name veel religieuze muziek. Maar ook de aanwezigheid van het grafelijk hof in Den Haag was bevorderlijk voor het middeleeuwse muziekleven. De Hollandse adel, de graaf voorop, had muzikanten in dienst om voor het nodige vermaak te zorgen.
Niet zelden werd het voordragen van gedichten (bijvoorbeeld door de veertiende-eeuwse Augustijnken van Dordt) begeleid door muziek. Sommige muzikanten waren direct in dienst van de graaf, andere (minstrelen) reisden van hof naar hof. Ook steden hadden in de late middeleeuwen muzikanten in dienst.
Orgelspel en carillon
Met de opstand eindigde de invloed van de Katholieke Kerk, wat de Hollandse muziekproductie niet bevorderde. Nadien ontstond de meeste Hollandse muziek in een stedelijke omgeving. De belangrijkste vorm van populaire muziek was het orgelspel, al waren orgels in de calvinistische kerken aanvankelijk verboden. De beiaard (carillon) was in de zeventiende eeuw eveneens erg geliefd. Andere vormen van muziek ontstonden in verenigingsverband (in een zogenaamd collegium musicum) of waren bedoeld ter begeleiding van toneel- of poëzieteksten.
Met de opstand eindigde de invloed van de Katholieke Kerk, wat de Hollandse muziekproductie niet bevorderde. Nadien ontstond de meeste Hollandse muziek in een stedelijke omgeving. De belangrijkste vorm van populaire muziek was het orgelspel, al waren orgels in de calvinistische kerken aanvankelijk verboden. De beiaard (carillon) was in de zeventiende eeuw eveneens erg geliefd. Andere vormen van muziek ontstonden in verenigingsverband (in een zogenaamd collegium musicum) of waren bedoeld ter begeleiding van toneel- of poëzieteksten.
Muziek achttiende eeuw
Uiteindelijk vonden ook nieuwere vormen van muziek, zoals opera, hun weg naar Holland. Het stadhouderlijk hof in Den Haag gaf de muziekbeoefening in de vroege achttiende eeuw een nieuwe impuls. De Hollandse muziek ging in deze eeuw steeds meer op die van andere Europese landen lijken. Een bekende componist uit die tijd was Unico van Wassenaer, wiens composities zo schatplichtig waren aan zijn Italiaanse voorbeelden, dat sommige ervan later aan Italiaanse componisten werden toegeschreven.
Uiteindelijk vonden ook nieuwere vormen van muziek, zoals opera, hun weg naar Holland. Het stadhouderlijk hof in Den Haag gaf de muziekbeoefening in de vroege achttiende eeuw een nieuwe impuls. De Hollandse muziek ging in deze eeuw steeds meer op die van andere Europese landen lijken. Een bekende componist uit die tijd was Unico van Wassenaer, wiens composities zo schatplichtig waren aan zijn Italiaanse voorbeelden, dat sommige ervan later aan Italiaanse componisten werden toegeschreven.
Muziek negentiende eeuw
Ook in de negentiende eeuw werd de Hollandse muziek sterk beïnvloed vanuit het buitenland. Nieuwe ontwikkelingen waren onder andere de professionalisering van de orkestpraktijk en de opkomst van liederen met een nationalistische inslag. Ook kende de negentiende eeuw een opleving van liturgische muziek, mede door de emancipatie van de katholieken.
Ook in de negentiende eeuw werd de Hollandse muziek sterk beïnvloed vanuit het buitenland. Nieuwe ontwikkelingen waren onder andere de professionalisering van de orkestpraktijk en de opkomst van liederen met een nationalistische inslag. Ook kende de negentiende eeuw een opleving van liturgische muziek, mede door de emancipatie van de katholieken.
- Literatuur
- S.A.M. Bottenheim, De opera in Nederland (Leiden 1983).
- Louis Peter Grijp e.a. (red.), Een muziekgeschiedenis der Nederlanden (Amsterdam 2001).
- Louis Peter Grijp, ‘Een muzikale barbarij? Muziek tussen Reformatie, stadscultuur en zusterkunsten’ in: Thimo de Nijs en Eelco Beukers (red.), Geschiedenis van Holland. Deel 2. 1572 tot 1795 (Hilversum 2002) 421-434.
- Rudolf Rasch en Kees Vlaardingerbroek, Unico Wilhelm van Wassenaer, 1692-1766. Componist en staatsman (Zutphen 1993).
- Herman Zandt, Organisten, orgelspel en kerkzang binnen het Nederlands Calvinisme, inzonderheid in de Nederlands Hervormde Kerk (Bedum 1995).
