De zeventiende-eeuwse trekschuit
In de loop van de zeventiende eeuw bloeiden de handel en nijverheid in Holland. Daardoor intensiveerde het personenverkeer tussen de steden. De behoefte aan betere vervoersmogelijkheden leidde tot de trekschuit.
Trekschuiten en jaagpaden
De trekschuit was een schip dat door een paard vanaf de wal werd voortgetrokken en vooral bedoeld was voor het vervoer van passagiers. Dit voorttrekken werd ook wel ‘jagen’ genoemd. Het pad op de wal waar de jager op liep, noemen we het jaagpad.
De trekschuit was een schip dat door een paard vanaf de wal werd voortgetrokken en vooral bedoeld was voor het vervoer van passagiers. Dit voorttrekken werd ook wel ‘jagen’ genoemd. Het pad op de wal waar de jager op liep, noemen we het jaagpad.
Naar huidige begrippen was de trekschuit traag – vaak niet sneller dan 3 à 4 kilometer per uur. Maar hij was wel stipt: de schipper hield zich aan een dienstregeling en wachtte niet op laatkomers. Als de schuit te laat op de plaats van bestemming aankwam, moest de schipper het reisgeld aan de passagiers terugbetalen. Zo was de trekschuit een efficiënt en betrouwbaar vervoermiddel.
Aanleg van trekvaarten
De trekschuiten voeren over een zogeheten trekvaart. Na 1630 werden talrijke trekvaarten gegraven – met de hand. De trekvaarten mochten uitsluitend worden gebruikt voor het vervoer van personen, post en kleine pakjes. Het gewone vrachtverkeer werd er niet op toegelaten. De aanleg werd bekostigd door de steden die door de trekvaart werden verbonden.
De trekschuiten voeren over een zogeheten trekvaart. Na 1630 werden talrijke trekvaarten gegraven – met de hand. De trekvaarten mochten uitsluitend worden gebruikt voor het vervoer van personen, post en kleine pakjes. Het gewone vrachtverkeer werd er niet op toegelaten. De aanleg werd bekostigd door de steden die door de trekvaart werden verbonden.
Leidsevaart
Soms waren vergaande ingrepen noodzakelijk. Zo werd in 1648 de dam bij Leidschendam doorgebroken voor de bouw van een sluis die de trekvaartdienst van Leiden naar Den Haag mogelijk moest maken. In 1656 begon het graafwerk aan de trekvaart tussen Leiden en Haarlem. De trekvaart tussen Leiden en Haarlem had een lengte van bijna dertig kilometer en een breedte die varieerde tussen de vijftien en twintig meter.
Soms waren vergaande ingrepen noodzakelijk. Zo werd in 1648 de dam bij Leidschendam doorgebroken voor de bouw van een sluis die de trekvaartdienst van Leiden naar Den Haag mogelijk moest maken. In 1656 begon het graafwerk aan de trekvaart tussen Leiden en Haarlem. De trekvaart tussen Leiden en Haarlem had een lengte van bijna dertig kilometer en een breedte die varieerde tussen de vijftien en twintig meter.
Uitgebreid netwerk
Dankzij deze en andere trekvaarten kwam in het midden van de zeventiende eeuw in betrekkelijk korte tijd een uitgebreid net van trekschuitverbindingen tot stand. Aan het succes van de trekschuit kwam in de negentiende eeuw een einde, toen de spoorlijnen de trekschuiten volledig wegconcurreerden. De trein was net zo stipt, maar heel wat sneller.
Dankzij deze en andere trekvaarten kwam in het midden van de zeventiende eeuw in betrekkelijk korte tijd een uitgebreid net van trekschuitverbindingen tot stand. Aan het succes van de trekschuit kwam in de negentiende eeuw een einde, toen de spoorlijnen de trekschuiten volledig wegconcurreerden. De trein was net zo stipt, maar heel wat sneller.
- Literatuur
- J. de Vries, Barges and capitalism. Passenger transportation in the Dutch economy, 1632-1839 (Utrecht 1981).
- R. Pots, J. Knoester e.a. (red.) Blauwe ader van de Bollenstreek. 350 jaar Haarlemmertrekvaart-Leidsevaart 1657-2007 (Leiden 2007)
