Regenten en vorsten (1600 - 1700)

In de ‘Gouden Eeuw’ bereikte de Republiek zijn hoogtepunt. Behalve met handel en met veeteeltproducten (kaas, boter) verdienden Zuid-Hollanders hun geld met de meest uiteenlopende producten, van textiel (‘laken’) en bier tot schepen en zelfs boeken.
De plotselinge rijkdom van Holland had onder meer een positieve uitwerking op de wetenschappen en kunsten. Dichters en schilders gaven gestalte aan een ‘typisch Hollandse’ cultuur. Anders dan elders in Europa was dit een cultuur van burgers. De kunstwerken waren niet bedoeld voor het hof of de kerk, maar voor woonhuizen en de openbare gebouwen van de stad.