Steden en staten (1000 - 1500)
Kort voor 1000 was Holland uitgegroeid tot een zelfstandige bestuurlijke eenheid. De graven van Holland waren formeel dienaren van de Duitse koningen en keizers, maar gedroegen zich steeds onafhankelijker.
De graven bouwden hun hof in Den Haag uit tot hun machtscentrum. Rond 1400 hadden zij een gebied veroverd ter grootte van het huidige Noord- en Zuid-Holland samen. Later werd het graafschap onderdeel van grote Europese rijken, zoals het Bourgondische en het Habsburgse rijk. De belangstelling van buitenlandse heersers voor Holland was niet vreemd. Het gewest lag op het kruispunt van belangrijke handelsstromen en de Hollanders waren bedreven schippers en handelslui.
Het land was vooral geschikt voor veeteelt. Omdat daarvoor minder mensen nodig waren dan voor landbouw, trokken veel boeren naar de steden. Al vroeg was Holland een van de meest verstedelijkte gebieden van Europa.
