Monniken en ridders (500 - 1000)
Na het vertrek van de Romeinen in de vierde eeuw bleven er mensen wonen op het grondgebied van het huidige Zuid-Holland. Daarover is echter weinig bekend. De eerste schriftelijke berichten dateren pas van enkele eeuwen later, toen de Franken vanuit het zuiden begonnen met de verovering van de moerassige rivierdelta.
Daarbij moesten zij het in de zevende en achtste eeuw opnemen tegen de 'Friezen' die Zuid-Holland op dat moment bewoonden. Ondanks hardnekkig verzet wisten de Franken het gebied uiteindelijk bij hun rijk in te lijven. Kennelijk bracht de Frankische verovering enige rust. De bevolking nam weer toe en er ontstond behoefte aan nieuwe akkers en weilanden.
Zelfs de geweldadige aanvallen door Vikingen (vanaf 810) weerhielden de bewoners niet van de ontginning van het gebied: vanaf de tiende eeuw lieten ze het water uit de veenmoerassen weglopen en kapten bomen en struiken. Zo creëerden ze een uitgestrekt weidegebied en verloor Zuid-Holland het karakter van een ontoegankelijk veenmoeras.
Intussen kwamen de bewoners van Zuid-Holland via Frankische heersers en Britse missionarissen in aanraking met het christendom. Her en der verrezen de eerste kerkjes.
