De Hollandse Stad

Weinig is zo 'typisch Zuid-Hollands' als het grote aantal steden en het hoge percentage mensen dat in steden woont. Al aan het eind van de late middeleeuwen was Holland ten zuiden van het IJ een van de meest verstedelijkte regio's van West-Europa.
Hollandse steden
Delft, Gouda, Schiedam, Rotterdam, Vlaardingen, Den Haag, Dordrecht, Schoonhoven... aan de lijst van Zuid-Hollandse steden lijkt geen einde te komen. En die lijst is al oud. Rond 1500, toen veruit de meeste mensen in West-Europa nog op het platteland leefden, was Zuid-Holland al een echt 'stedenlandschap'. Bijna alle Zuid-Hollandse steden vinden hun oorsprong in de middeleeuwen. Alleen naoorlogse groeikernen als Zoetermeer hebben als stad een (veel) recentere geschiedenis.
Veranderingen door de eeuwen heen
De steden van Zuid-Holland zijn in de tussenliggende eeuwen echter wel sterk van aanzien veranderd. In de oude kernen zijn meestal alleen de kerk en het stadhuis nog middeleeuws. De gevels van de historische woonhuizen dateren uit de zeventiende en achttiende eeuw. Om de centra heen zijn uitgestrekte woonwijken verrezen. De meeste daarvan stammen uit het eind van de negentiende eeuw en uit de twintigste eeuw, toen de bevolking van Zuid-Holland snel toenam. Veranderd is ook de manier waarop de steden worden bestuurd. Eeuwenlang maakten een kleine elite van rijke families de dienst uit. Pas in de twintigste eeuw is er een werkelijk democratische stadspolitiek ontstaan.