Kaat Mossel, de 'bulhond van Oranje'

Wat zal ik geweest zijn? Misschien een jaar of tien, twaalf dat ik een familielid de naam Kaat Mossel hoorde noemen. Zij zou een ver familielid van ons zijn. Maar die naam zei me niets. Ik leefde in mijn eigen wereldje en daarin was voor familie weinig plaats. Kaat Mossel, familie? Ja, veel en veel later kreeg ik een stukje stamboom in handen waaruit onomstotelijk bleek dat Kaat een voormoeder was. De indeling was de gebruikelijke. Twee hokjes naast elkaar, in het ene de naam van de man, in het andere die van de vrouw, daaronder trouwdatum en plaats waar het huwelijk gesloten was..

Onderaan beginnend, stuitte ik vijf hokjes boven de namen van mijn grootouders op de naam Catharina Mulder. Catharina Mulder, Catharina Mulder …dat was de echte naam van Kaat Mossel toch, die vurige Oranjeklant uit Rotterdam. Die provoceerde en tekeerging tegen het onrechtvaardige gezag van haar tijd. Ik wist eigenlijk niets van haar, maar nu wilde ik meer weten. Al lezend over haar, haar vriendinnen en haar tijd, kwam ze duidelijker voor me te staan. Wat een  Kenau, wat een geweldig interessant iemand. Maar wie kende haar nog? Met name in Rotterdam?

Enquete
Om er enige indruk van te krijgen stelde ik me ergens op in de Maasstad, die rare   onvergetelijk stad van mijn jeugd. Aan het begin van de Nieuwe Binnenweg, om precies te zijn. Aan een aantal willekeurige voorbijgangers vroeg ik: bent u Rotterdammer en wat zegt u de naam Kaat Mossel? Ik had geen hoge verwachtingen en nog vielen me de reacties tegen. Geen jongere had ooit van haar gehoord. Verschillende ouderen reageerden  een beetje herkennend ,,O ja, Kaat Mossel.” Van de hoed en de rand wist eigenlijk niemand. O nee, een oudere vrouw had wel eens iets over haar gelezen en merkte enthousiast op ,,Kaat Mossel, die sloeg iedereen op z’ n harses.”Kaat ,,leeft niet meer”, zelfs niet in Rotterdam, waar ze eertijds zo’ n unieke plaats innam, als mosselverkoopster, keurvrouw van de mosselen en vooral als vurig pleitbezorger van Oanje, als stem van het volk. Ze is vergeten. Jammer, want ze was kleurrijk, uitzonderlijk en boeiend en ze heeft ,,een lot ondergaan, hetwelk ons nageslacht naauwelijks zal kunnen gelooven dat heeft kunnen voorgevallen zijn geweest.”

Kaat, Keet en de Kezen
Kaat was dus de bijnaam van Catharina Mulder, Keet is de naam van een ander Rotterdams lievertje: Keet Swenke, boezemvriendin van Kaat. ,,Kezen” – zo werden de patriotten genoemd. Waarschijnlijk is die aanduiding afgeleid van de naam Cornelis de Gijzelaar, pensionaris van Dordrecht, een van de voormannen van de Hollandse patriotten.

Bijnamen en typeringen van Kaat
De ,,Jeanne d’ Arc van Rotterdam”- ,,De meest bekende vrouwelijke leider van orangistische oproeren in de 18e eeuw”- ,,Bulhond van Oranje” - ,,Grootsche verschijning in de veelbewogen laatste helft van de 18e eeuw”-  ,,Een arme, ondeftige vrouw”- ,,,,Een kind van haar tijd, een zuiver type van haar stand.” Een fraai gedicht over Kaat:

,,Kaat Mosssel, dat ben ik.
Ik ben der Keezen schrik.
Ik ben d’Oranjevrouw
Ik blijf Oranje trouw
Ja Keezen, ‘k durf je aan
Die Kaat, die staat haar man
Oranje zal het wezen.
Voor Kaat moet Kees toch vreezen.”

Tussen haakjes: er waren ook verzen van ,,de andere kant” die Kaat en haar medestanders tot de grond toe afbrandden. Het is trouwens niet te geloven hoe men elkaar te lijf ging met spot- en schimpschriften. Toen al. Terwijl je niet eens kon sms-en of twitteren.

Caetje Mulder (de ware naam) werd geboren op 25 maart 1723 in de Doelstraat in Rotterdam. Een armoedig straatje in de buurt van het Oostplein, in die buurt speelden zich de heftige tonelen aangevuurd door Kaat af. Een armoebuurt. Een beetje lugubere stadswijk, met donkere, smalle straten en talloze krotwoningen waar de geringen en kanslozen leefden. Het waren veelal  mensen met liefde voor het Oranjehuis, ook omdat ze hoopten dat dat hen zou kunnen bevrijden van die benauwende, arrogante ,,bovenlaag”, de regenten, die met elkaar soms op onfrisse wijze de macht en het gezag in handen hielden en ,,het volk” diep minachten.

Nog wat meer over personen en instellingen
Kaats tijd was dus een tijd met grote tegenstellingen en met een grote kloof tussen arm en rijk. De publieke diensten waren eigenlijk een ongeorganiseerde bende. Met baantjes en functies werd gesjoemeld. Rijken leefden weelderig en overdadig. De armen (waar er heel veel van waren) leefden ver onder de armoedegrens. Treffend was ook de grote sentimentaliteit.  Van klagen en huilen op het kerkhof  maakten sommigen echt een hobby. De verkondiging in de kerken betekende weinig: droge, geleerde preken, vol uitweidingen en overbodigheden en weinig echt Evangelie. Toch steekt er een klein briesje op van komende veranderingen: langzaam wordt de aristocratie minder onaantastbaar.Zouden de tegenstellingen minder worden? Zouden de armen het beter krijgen?

Stadhouder Willem V
Hij werd geboren 8 maart 1784. Hij was een zwakke figuur en zeer besluiteloos. Hij wilde wel hervormingen maar werd door de aristocratie niet geaccepteerd. Hij zat eigenlijk volkomen klem tussen de partijen. Hij werd gehoond, ongelofelijk. Iemand schreef: ,,Deze Oranjetelg was eigenlijk een zacht ei welke gedachte reeds voedsel kreeg door de vorm van zijn hoofd.” Onze eigen Wilhelmina verklaarde, toen Willem herbegraven zou worden,: ,,Ik ga echt niet achter de baar van die sukkel lopen.”

Mr Willem Bilderdijk
Een jonge, felle, buitengewoon begaafde advocaat. Toen Kaat gevangengezet was en berecht werd verdedigde hij haar met grote moed. Na een paar jaar detentie wist hij Kaat uit de Haagse Gevangenpoort te bevrijden en sleepte er voor haar f 3648,16 uit die Kaat in één keer rijk maakte.

Ds. Petrus Hofstede
Goede relatie van Kaat. Bij oranjefeesten in Kaats buurtje kwam hij vaak een kijkje nemen en had altijd wel wat duiten over om Kaats activiteiten te financieren. Over het patriottisme oordeelde hij: ,,Geen koorts, maar een melaatsheid die tot in het gebeente is doorgedrongen.” Tegenstanders noemden hem: ,,Een onverdraagzame scherpslijper.” Het was echt een gezellige tijd.

Regering en rechtspraak
Er waren vier burgemeesters, die benoemd werden door de stadhouder (dat recht werd hem later ontnomen). Naast de burgemeesters stonden de schepenen, de wethouders van nu. ) Samen vormden ze het wethouderschap en dat verzorgde met de schout (de commissaris van politie) de rechtspraak. Die vroedschap bestond natuurlijk uit de ,,bovenlaag”, patriotten, ook oranjegezinden en kleurlozen. Met deze regering kwam Kaat dus op felle wijze in botsing.

De vrijkorpsen
Gewapende korpsen, opgericht door de patriotten. Ze waren door hun bedreiging een doorn in het oog van Kaat en haar medstanders. Er waren echter ook compagnieën van burgers en Oranjegezinden. Het leek de Kaatgenoten teveel een politiestaat worden.

En dan nu in het kort het verhaal
In het kort, hoewel het hele verhaal ongelofelijk boeiend is.Van 1747 tot 1783. In het eerstgenoemde jaar verklaart Kaat voor het eerst in het openbaar het Oranjehuis haar liefde. In Rotterdam heerst angst en onrust. Zijn de Fransen in aantocht? Wie verdedigt hen in die Stadhouderloze tijd? Oranje moet terugkomen  en helpen en Rotterdam moet zich net als andere steden verklaren voor de prins. Oranje moet gepromoot worden. Kees van Oeveren neemt het voortouw door ,,Oranjeboven” te roepen en oranjelinten – en sjerpen te verspreiden. Er komt ellende van maar daarna toch de overwinning: de vroedschap van Rotterdam heeft ook de Prins tot Erfstadhouder verheven. En nu zijn de Oranjegezinden de heersende partij in plaats van die vermaledijde patriotten. En zoals Kaat en haar medestanders dan de bloemetjes buiten zetten… En het drankgebruik beperkt zich niet tot karnemelk of zo. Wat konden ze in die tijd toch ook drinken.

6 Maart 1783 – over twee dagen is de Prins jarig. Kaat bereidt zich duchtig voor. Achter het Klooster en de Nieuwe Markt en omstreken moet één groot feestterrein worden. De vroedschap vindt het goed. Als ze het maar niet te gek maken. En dan wordt het een feest…waarbij overigens de patriotten zich zeer koest houden. Vooral ook omdat Prinsgezinden de rijken geld afdwingen om te feesten. En dat ging niet altijd even zachtzinnig .En dan komt het roemruchte jaar 1784. 8 Maart – weer de verjaardag van de Prins. Bij het ,,Achterstraatse volkje” is de beer weer helemaal los. Maar het is niet alleen feest, er vindt ook een heftige confrontatie plaats. Tussen Kaat en haar medestanders en de negende compagnie van Elsevier, een verbeten patriot.  Elsevier wil de wacht betrekken bij het stadhuis, maar Kaat wil kost wat kost verhinderen dat de wacht optrekt. Dan ontstaan er tonelen waar de honden geen brood van lusten. Kaat is de felle aanvoerder en vuurt haar volkje verbeten aan. ,,Toe jongens, haast u, ik heb je ieder een flesch wijn beloofd. Elsvier en de compagnie naar de d…”

En dan wordt het echt oorlog. 3 April is de 9e, de ,,zwarte compagnie” weer aan de beurt om aan te treden. De stemming is zeer dreigend. Het wordt een beruchte en bloedige dag in de geschiedenis van Rotterdam. In het volgende fragment uit  mijn boek,,Kaat, Keet en de Kezen” meer hierover:

Er zijn grote onlusten in Rotterdam. Het veelal Oranjegezinde volk komt in opstand tegen de onderdrukkende Patriotten. Kaat Mossel en vriendin Ruige Keet zijn de aanvoerders. En dan treden de vrijkorpsen (gewapende burgerwachten) op.

"En dan voltrekt zich de ramp. Van Zwijndrecht commandeert opnieuw 'vuur', zonder enige emotie en de vrijkorporisten vuren. Even ervoor heeft Floris Matthijsen van Katshoek, die een kogel heeft gekregen door broek en rok, nog horen roepen: ,,Schiet maar, jou Donders, je durft niet schieten, strontjongens.” En een ander stelt zich op vlak voor het cordon en schreeuwt: ,,Waarom schiet je nou niet? Daar sta je nou, laffe bliksems!"

De jongens durven wel, schieten er op los en Rotterdam moet getuige zijn van een ,,execrabele massacre” (een afschuwelijk bloedbad), een ramp zoals zich sinds mensenheugenis niet eerder had voltrokken. Er wordt geschoten en behalve Matthijsen raken een groot aantal mensen gewond, van wie er op 7 april één overlijdt. Burgers zijn neergemaaid door medeburgers en het volk is verslagen en uitzinnig van woede. De haat is groter dan ooit, tegen de heren, tegen de onderdrukkers die hun macht gewelddadig handhaven. De tonelen moeten angstaanjagend geweest zijn. De prenten getuigen ervan. Vrijkorporisten in hun uitdagende kleding, voorzien van geweer en bajonet, omringd door dicht opeengepakte mensenmassa’s. Mensen, groot en klein, die doodsbenauwd proberen weg te komen en wanneer dat lukt rennen voor hun leven.

Vallenden die vertrapt dreigen te worden. Overal buurtgenoten die uit de ramen hangen, wild met de armen zwaaiend, uitzinnig van machteloze woede. Overal gekrijs van angst, vloeken en schelden. ,,Moordenaars, beulen!” Stenen suizen door de lucht, treffen adelborsten, die aangevallen worden en ten val komen. Op bevel van het wethouderschap dat in een crisiscomité in het Stadhuis bijeen is, wordt de alarmklok geluid. Het accentueert de de beklemmende, onheilspellende sfeer. De hele burgerwacht wordt te wapen geroepen. Gewapenderhand stormen de andere compagnieën naar het Stadhuis. Wie er getuige van was heeft de beelden nooit meer uit z’ n herinnering kunnen bannen. Vele gewonden van wie er vier overlijden. De bevolking is geschokt en in haar ziel getroffen. Dat dit kon gebeuren…Dat medeburgers als beesten zijn neergeschoten…Aan wie is ze overgeleverd?”

Bovenstaand fragment vertelt hoe heftig het toeging. En hoe verstrekkend de gevolgen waren. Vooral voor Kaat. Zij heeft zich met haar grote mond en grove scheldwoorden de hoofdschuldige getoond. Zij moet met Keet Swenk voor het gerecht verschijnen. Duidelijk is natuurlijk dat Rotterdam geen Oranjestad meer is.

Kaat in het gevang
Op 31 augustus 1784 worden Kaat en Keet, tot grote ontsteltenis van de buurt, opgehaald en opgesloten in een gore en vochtige cel onder het Stadhuis. Tegen de beide vrouwen wordt op 3 september 1785 een strafproces geopend. Mr. Paulus Gevers eist dat zij ,, strengelijk met Roeden gegeesselt en gebrandmerkt zal worden ” en ook dat zij veroordeeld zal worden tot een ,,Confinement (opsluiting) in het Tugthuijs derselve Stadt voor de tijd van Thien Jaaren”. En ook dat zij voor altijd verbannen moet worden uit Rotterdam. Was die Gevers gek? Kaat zou die beestachtige behandeling niet overleefd hebben na alles wat ze al gedurende een paar jaar doorstaan heeft.
Gelukkig komt Bilderdijk in schitterende pleidooien voor haar op en vraagt onmiddellijk ontslag uit de gevangenis .Een lang verhaal moet bekort worden. Bilderdijk wint het niet. Kaat wordt overgebracht naar de Gevangenpoort in Den Haag, voor verdere berechting en krijgt het veel beter. Maar evengoed is ze bitter eenzaam. Wat mist ze haar kinderen en kleinkinderen en haar buurtjes. Wat mist ze de gezelligheid van al die mensen aan haar mosselkar in haar geliefde Rotterdam.

Het is september 1787 en dan komen er grote veranderingen.Door de komst van de Pruisische troepen is de situatie in de Zeven Provinciën ingrijpend gewijzigd. Oranje is weer in ere hersteld en de patriotten zijn van hun idealen beroofd. En nu gloort voor Kaat de vrijheid. Ze krijgt zelfs eerherstel en een flinke zak geld. Maar haar gezondheid is geknakt en haar mooie baantje is ze kwijt. Maar gelukkig ziet ze haar talrijke kinderen en kleinkinderen weer.

Kaats overlijden
In 1798 sterft Kaat. Ze wordt in alle stilte weggebracht naar het ,,Kerkhof der Armen”. De kinderen zijn erbij en wat getrouwen. Maar een steen op haar graf is er niet, er zijn geen toespraken,  nog geen vijf regels in de krant. Eerloos begraven. Zij die vriendschap onderhield met de Prins, die het opnam voor de armen en achtergestelden. Maar het was toch eigenlijk ook maar zo’n ,,achterstraatsch wijfje” geweest…

Over de auteur
Kees van Baardewijk woont in Apeldoorn en is de auteur van Kaat, Keet en de Kezen. Rotterdamse vrouwen in opstand (2008). Zie ook www.keesvanbaardewijk.nl

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Plaats reactie

Om spam te voorkomen, stellen wij u een eenvoudige vraag. Vult u alstublieft het antwoord hieronder in.