De Grote Ontginning van middeleeuws Zuid-Holland

Vóór het jaar 1000 woonden er in het gebied dat we nu Zuid-Holland noemen voornamelijk mensen op duinen en hoger gelegen afzettingen in het mondingsgebied van de Maas en Rijn. Daarbuiten lagen moerassige veengebieden, die één tot drie meter boven het zeeniveau uitstaken.

Ontginningen


Vanaf 1000 begonnen mensen ook het veengebied te ontginnen (geschikt te maken voor landbouw), in eerste instantie ten noorden van de Oude Rijn, bij Vlaardingen, Overschie en Rotte en vanaf de Maasvlakte. In de daaropvolgende eeuw werd het gebied rondom Delft en Pijnacker ontgonnen. Rond 1200 pakte men het veen ten zuiden van de Oude Rijn aan. In grote lijnen waren de ontginningen aan het einde van de dertiende eeuw voltooid.

Het landbouwareaal werd door de ontginningen enorm uitgebreid. Om de venen te ontwateren groef men watergangen naar de veenriviertjes, die weer uitkwamen op de Rijn, Lek of Maas. De nu droge landbouwgrond zakte echter langzaam in. Daardoor kon bij storm en tij het water dieper het land binnendringen.

Bedijkingen

Ontwerp molen (1593) Ontwerp molen (1593)


Om het ontginningsgebied te beschermen tegen overstromingswater werden dijken aangelegd onder het motto: wie water deert, die water keert. Deze dijken werden tot in de dertiende eeuw onderhouden door de lokale grondbezitters en gebruikers en daarvoor verdeeld in stukjes, ‘slagen’ genoemd. Dit systeem werd verhoefslaging genoemd, omdat iedere boer (hoeve) zijn deel van de dijk moest onderhouden.
Jaarlijks werden de dijken door het lokale bestuur ‘geschouwd’ (gecontroleerd). Vanaf de tweede helft van de dertiende eeuw vereiste het dijkonderhoud meer inspanning door de bodemdaling. Ook ontstonden er problemen tussen de dijkdorpen en de binnenlandse nederzettingen. Waar wel samenwerking was, ontstonden hoogheemraadschappen.

Kaart Schiedam (1610) Kaart Schiedam (1610)

Voor de afwatering werden sluizen gebouwd. De verantwoordelijkheid voor de waterhuishouding in het eigen dorpsgebied leidde tot de instelling van talloze polders (omdijkte stukken land waar men door middel van sluisjes het waterpeil kon reguleren). Molens zorgden voor de bemaling. Ook werden afvoerkanalen gegraven, onder andere in de Alblasserwaard en van het gebied rond Woerden naar de Haarlemmermeer.

Literatuur

  • D.E.H. de Boer, E.P.H. Cordfunke, H. Sarfatij, Holland en het water in de middeleeuwen. Strijd tegen het water en beheersing en gebruik van het water (Hilversum 1997).
  • P.A. Henderikx, De beneden-delta van Rijn en Maas. Landschap en bewoning van de Romeinse tijd tot ca. 1000 (Hilversum 1987).
  • Taeke Stol, Wassend water, dalend land. Geschiedenis van Nederland en het water (Utrecht z.j.).
  • G.P. van de Ven, Leefbaar Laagland. Geschiedenis van de waterbeheersing en landaanwinning in Nederland (5de druk; Utrecht 2003).

Plaats een reactie


(Zonder naam wordt 'Anoniem' als afzender getoond)
(E-mailadres is niet zichtbaar op de site)

Bovenstaande tekst s.v.p. overtypen (anti-spam)

0 Reacties

x

Aanmelden



Wachtwoord vergeten?

Vul dan hieronder uw e-mailadres in. U ontvangt dan binnen enkele minuten een e-mail met instructies om uw wachtwoord opnieuw in te stellen.


Registreren





Profielafbeelding toevoegen