Leven op de buitenplaats

Op buitenplaatsen stonden naast het woonverblijf meestal ook één of meer boerderijen en dienstgebouwen. Om in de zomer dranken koel te kunnen houden werden ijskelders gebouwd, waarin brokken ijs soms jarenlang bevroren bleven. Verder waren er vaak luxe voorzieningen als theekoepels, hertenkampen, volières met pauwen en fazanten, en vijvers met karpers en forellen.

Bijzondere tuinen en parken

De Oranjerie op Sorghvliet, Den Haag De Oranjerie op Sorghvliet, Den Haag


Soms was er een ‘oranjerie’ - een soort kas met citrusbomen en palmen. Bijzondere plantensoorten werden van over de hele wereld aangevoerd en veel buitenplaats-bezitters legden daarvan collecties aan, die veel bezoekers trokken. Van tuinen werd veel werk gemaakt. In de 17e eeuw waren classicistische tuinen, met geometrische vormen, stelsels van lanen en zichtassen populair. In de 18e eeuw kwam de Engelse landschapsstijl in de mode. Die hadden met kronkelende paden, golvende bosranden en beekjes een heel ander aanzien. Voor een extra pittoreske en romantische uitstraling werden soms namaakruïnes en tempeltjes aangelegd.

Stinzenplanten

Dienstgebouw op landgoed Backershagen, Wassenaar Dienstgebouw op landgoed Backershagen, Wassenaar


Van de destijds aangelegde parken in landschapsstijl zijn vooral stukken bos bewaard gebleven en ook wel bepaalde padenpatronen en waterpartijen. Ook zijn er overblijfselen in de vorm van ‘stinzenplanten’ te vinden, die ooit zijn aangeplant en in de loop van de tijd zijn verwilderd. Het gaat hier bijvoorbeeld om wilde hyacinten, aronskelken of sneeuwklokjes. Uitheemse bomen als platanen, sequoia’s of ginkgo’s zijn ook vaak overblijfselen van ooit indrukwekkende oude tuinen.

Zomerseizoen

Hét 18e eeuwse standaardwerk over tuinieren, door buitenplaatsbezitter Pieter de la Court van der Voort Hét 18e eeuwse standaardwerk over tuinieren, door buitenplaatsbezitter Pieter de la Court van der Voort


Buitenhuizen werden voornamelijk in het zomerseizoen bewoond. ‘s Winters waren de wegen vaak onbegaanbaar en bovendien waren de huizen er niet op gebouwd om er bij koude temperaturen in te verblijven. In het voorjaar lieten de stadsbewoners hun huisraad weer overbrengen. Regenten hadden vrij in de zomer en kooplieden reisden soms dagelijks op en neer. De bewoners hielden zich vooral bezig met ontspannende zaken als tuinieren of het bezoeken van vrienden en familie op naburige buitenplaatsen.

Eind september vertrokken de vrouwen en kinderen vaak weer naar de stad. Mannen bleven vaak nog terugkomen tot eind oktober - om te jagen, bijvoorbeeld op vinken die als een delicatesse golden en waarvan er soms duizenden per seizoen werden gevangen. Op speciale vinkenbanen probeerde men ze met lokvogels te lokken, waarna ze in netten werden gevangen.

Volgende verhaal: Het verdwijnen van de buitenplaatsen
Terug naar de introductie Landgoederen en buitenplaatsen

Plaats een reactie


(Zonder naam wordt 'Anoniem' als afzender getoond)
(E-mailadres is niet zichtbaar op de site)

Bovenstaande tekst s.v.p. overtypen (anti-spam)

0 Reacties

x

Aanmelden



Wachtwoord vergeten?

Vul dan hieronder uw e-mailadres in. U ontvangt dan binnen enkele minuten een e-mail met instructies om uw wachtwoord opnieuw in te stellen.


Registreren





Profielafbeelding toevoegen