Geschiedenis van Zuid-Holland de verhalen en de collecties
In de twintigste eeuw maakten de Zuid-Hollandse steden een spectaculaire groei door. Oorzaken waren de explosieve bevolkingsgroei en de industrialisatie, die juist in de stad voor veel werkgelegenheid zorgde.
De sloop van stadsmuren en -poorten was een duidelijk teken dat de oude, in essentie zeventiende-eeuwse steden definitief uit hun voegen barstten. Niet alleen Rotterdam en Den Haag, maar ook steden als Gouda, Dordrecht, Vlaardingen en Schiedam bouwden vanaf eind negentiende eeuw in hoog tempo nieuwe woonwijken.
Toch kon dat verkrotting, vervuiling en verpaupering niet voorkomen. De Woningwet van 1901 zorgde voor een kwaliteitsverbetering van nieuwe en oude woningen. Nieuw was in de jaren twintig en dertig de opkomst van de zogenoemde tuindorpen en tuinwijken. Hier waren wonen en werken voor het eerst duidelijk gescheiden. Openbaar vervoer, de fiets en in toenemende mate de auto moesten de afstanden in de stad overbruggen.
Mede door de invoering van het algemeen kiesrecht (1919) en de opkomst van politieke partijen (eind negentiende eeuw) veranderde de gemeentepolitiek ingrijpend. Steeds meer waren ook de midden- en arbeidersklasse in het bestuur vertegenwoordigd, al vonden ‘kritiese mensen’ rond 1970 de gemeentepolitiek nog altijd te ‘regentesk’.
In diezelfde tijd ontstond behoefte aan nieuwe steden in Zuid-Holland: ondanks de veelvuldig toegepaste hoogbouw leken de bestaande steden aan de grenzen van hun groei te zijn gekomen. De Wet op de Ruimtelijke Ordening van 1965 stimuleerde de ontwikkeling van nieuwe groeikernen. Plaatsen als Spijkenisse, Zoetermeer, Dordrecht en Hellevoetsluis dienden als ’overloop’ voor grote steden.
Vanaf de jaren tachtig werden negentiende-eeuwse stadswijken gesaneerd en ‘gaten in de stad’ gevuld. Oude industriegebieden en havens kregen een nieuwe bestemming als woonwijk. Ondertussen verrezen er nog altijd nieuwe woonwijken, vanaf de jaren negentig steeds meer met eengezinswoningen (Vinexwijken). Het heeft ertoe geleid dat de steden van Zuid-Holland, om het Groene Hart heen, langzaam naar elkaar zijn toegegroeid tot één grote stedelijke agglomeratie.
0 Reacties