Bevolkingsgroei - 1500 tot nu

In 1514 had Zuid-Holland ongeveer 200.000 inwoners – een derde van het huidige inwonertal van Rotterdam. Dat aantal zou in bijna vijf eeuwen toenemen tot zo’n 3,5 miljoen.

Een eerste groeispurt


Begin zeventiende eeuw was de bevolking van Holland al gegroeid tot bijna een half miljoen, van wie de meesten in de steden leefden. Gedurende de zeventiende eeuw groeide de bevolking door naar bijna 700.000. Daarna nam de groei iets af en stabiliseerde rond 650.000 inwoners in 1795.

Natuurlijke groei en immigratie

Plan voor een volkstelling (1742) Plan voor een volkstelling (1742)


Tot 1600 groeide de bevolking snel, voornamelijk door natuurlijke groei. Het aantal geboorten werd sterk bepaald door de kansen van vrouwen op een huwelijk en de leeftijd waarop ze trouwden. Vóór 1650 bestond er een vrouwentekort, hetgeen de huwelijkskansen vergrootte. Na 1650 ontstond geleidelijk een vrouwenoverschot dat steeds verder opliep, onder andere door de emigratie van Hollandse mannen in dienst van de VOC.

Vanaf het midden van de zeventiende eeuw steeg bovendien de gemiddelde huwelijksleeftijd van de vrouwen. Tot het midden van die eeuw overtrof het geboortecijfer het sterftecijfer in de jaren dat er geen epidemieën heersten. Daarna konden de steden hun bevolking niet langer via natuurlijke groei op peil houden, maar waren ze afhankelijk van immigratie.

De laatste tweehonderd jaar

Geluidsoverlast Zestienhoven (1968) Geluidsoverlast Zestienhoven (1968)


De bevolking van Zuid-Holland bleef tussen 1795 en 1815 vrijwel stabiel. Na die tijd begon het aantal inwoners weer te stijgen, maar langzamer dan in de rest van Nederland. Gedurende de tweede helft van de negentiende eeuw verdubbelde het aantal inwoners in Zuid-Holland. Vooral de groei van Rotterdam met 253 procent, van Den Haag met 185 procent en van Schiedam met 112 procent was opmerkelijk. In de eerste helft van de twintigste eeuw verdubbelde de bevolking in Zuid-Holland opnieuw. Daarna verminderde het groeitempo en behoort Zuid-Holland thans, na Groningen en Friesland tot de langzaamste groeiers.

Literatuur

  • Jan Lucassen, ’Holland, een open gewest. Immigratie en bevolkingsontwikkeling’, in Th. De Nijs en E. Beukers, Geschiedenis van Holland II. 1572 tot 1795, (Hilversum 2002) 181-215.
  • Jan Kok, ’Van achterblijver tot koploper. Bevolkingsgroei, gezondheid en gezin’, in idem IIIa. 1795-2000 (Hilversum 2003) 261-298.
  • Leo Lucassen, ’Herr Hagenbach en vele anderen. Migratie naar Holland na 1795’, in idem, 299-344.

Plaats een reactie


(Zonder naam wordt 'Anoniem' als afzender getoond)
(E-mailadres is niet zichtbaar op de site)

Bovenstaande tekst s.v.p. overtypen (anti-spam)

0 Reacties

x

Aanmelden



Wachtwoord vergeten?

Vul dan hieronder uw e-mailadres in. U ontvangt dan binnen enkele minuten een e-mail met instructies om uw wachtwoord opnieuw in te stellen.


Registreren





Profielafbeelding toevoegen