Vestigingsmigratie voor en na 1900

Zuid-Holland heeft altijd al mensen van buiten de landsgrenzen getrokken. Wel verschilde de aard van deze vestigingsmigratie in de loop van de tijd.

Immigratie voor 1800


Tussen 1500 en 1800 besloten ongeveer 1,4 miljoen mensen definitief naar Holland te verhuizen. Tussen 1600 en 1800 kwam meer dan de helft van hen kwam van buiten de grenzen van de Republiek. De meeste immigranten kwamen naar Zuid-Holland om hun sociaaleconomische positie te verbeteren. Ze kwamen voornamelijk uit Duitsland, maar ook uit de Zuidelijke Nederlanden, Engeland en Frankrijk.

Frans gebedenboek (1680) Frans gebedenboek (1680)

Maar onder de nieuwkomers waren ook vluchtelingen: omstreeks 1600 calvinisten uit de Zuidelijke Nederlanden, rond 1700 protestantse hugenoten uit Frankrijk en in de loop van de zeventiende en achttiende eeuw joden uit heel Europa. Veel van hen vestigden zich in de grote steden als Den Haag, Leiden, Rotterdam en Delft.

Stagnatie


Begin negentiende eeuw stagneerde de vestigingsmigratie. Pas na het economisch herstel in de tweede helft van die eeuw vestigden zich weer buitenlanders in Zuid-Holland. Door de aantrekkende economie in hun vaderland waren daar relatief weinig Duitsers bij. Uitzondering vormde Rotterdam tussen 1870-1890. De havenstad bood veel mogelijkheden aan Duitse ondernemers die zich op de handel tussen Duitsland en Engeland wierpen.

Na 1900

Gastarbeiders (1965) Gastarbeiders (1965)


Tijdens de Eerste Wereldoorlog kwamen verschillende groepen vluchtelingen naar Zuid-Holland, onder wie veel Belgen. Na 1934 daalde de Duitse werkloosheid en nam het aantal immigranten daarvandaan af. Ook na de Tweede Wereldoorlog bleef Nederland een immigratieland. Eerst kwamen duizenden repatrianten uit Indië, vanaf de jaren zestig gastarbeiders uit Griekenland, Italië, Spanje, Turkije en Marokko, gevolgd door Surinamers, Antillianen en asielzoekers.

De naoorlogse migratie vormde een duidelijke breuk met het verleden. Het ging om grotere groepen, wier cultuur verder van de Nederlandse afstond. Het aantal asielzoekers steeg vanaf het einde van de jaren tachtig sterk; Hongaren en Tsjechen, gevolgd door kleine groepen Vietnamezen, Turkse Koerden, Chilenen en Irakezen. Midden jaren tachtig verschenen Ghanezen, Pakistanen, Tamils en Iraniërs en vanaf het einde van de jaren tachtig volgden grote groepen uit de Balkan.

Links

Literatuur

  • Jan Lucassen, ’Holland, een open gewest. Immigratie en bevolkingsontwikkeling’, in Th. De Nijs en E. Beukers, Geschiedenis van Holland II. 1572 tot 1795 (Hilversum 2002) 181-215
  • Jan Kok, ’Van achterblijver tot koploper. Bevolkingsgroei, gezondheid en gezin’, in idemIIIa. 1795-2000 (Hilversum 2003) 261-298.
  • Leo Lucassen, ’Herr Hagenbach en vele anderen. Migratie naar Holland na 1795’, in idem, 299-344.

Plaats een reactie


(Zonder naam wordt 'Anoniem' als afzender getoond)
(E-mailadres is niet zichtbaar op de site)

Bovenstaande tekst s.v.p. overtypen (anti-spam)

0 Reacties

x

Aanmelden



Wachtwoord vergeten?

Vul dan hieronder uw e-mailadres in. U ontvangt dan binnen enkele minuten een e-mail met instructies om uw wachtwoord opnieuw in te stellen.


Registreren





Profielafbeelding toevoegen