Spectators en genootschappen

In de achttiende eeuw, de eeuw van de Verlichting, groeide overal in de westerse wereld het geloof in wetenschappelijke vooruitgang, ook in Zuid-Holland.

Spectators


Veel mensen waren enthousiast over nieuwe ontdekkingen en wilden hierover goed geïnformeerd worden. Dit gebeurde door middel van tijdschriften en boeken, waaronder zogenaamde spectators, wekelijkse tijdschriften, die berichtten over de ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving.

Genootschappen

Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leyden (1772) Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leyden (1772)


Ook ontstond er een algemene behoefte om zich te verenigen in genootschappen, waar men zich met stadsgenoten verder kon ontwikkelen en bij kon dragen aan een betere maatschappij. In veel Zuid-Hollandse steden werden genootschappen opgericht die zich met een bepaald wetenschappelijk of maatschappelijk thema bezighielden. Zo werd in 1766 in Leiden de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde opgericht. De leden verrichtten belangrijk wetenschappelijk onderzoek naar literatuur en letterkunde. De maatschappij bracht een tijdschrift uit en ontwikkelde een enorme bibliotheek. Later, in de negentiende eeuw, werd de bibliotheek onderdeel van de Leidse Universiteitsbibliotheek.

Proefondervindelijke wijsbegeerte


Enkele jaren later, in 1769, werd in Rotterdam het Bataafsch Genootschap der Proefondervindelijke Wijsbegeerte opgericht. Het genootschap wilde een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van wetenschap en techniek en probeerde dit te bewerkstelligen door het ontwikkelen van cursussen en het uitschrijven van prijsvragen. Hiermee had het genootschap succes. Zo was het in 1785 verantwoordelijk voor het eerste werkende stoomgemaal, gemaakt door de Engelsman James Watt.

’t Nut van 't Algemeen


Een ander voorbeeld van een belangrijk genootschap uit de achttiende eeuw is de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen, dat in 1784 in Edam werd opgericht. Het hield zich bezig met zaken die het algemeen belang dienden, zoals opvoeding, onderwijs, ontwikkeling en maatschappelijke discussie. Het ontwikkelde zich al snel tot een landelijk genootschap, met diverse lokale afdelingen, zoals in 1785 in Rotterdam en in 1796 in Den Haag, waar het zeer actief was. De maatschappij stichtte lagere scholen, het Nutsziekenfonds en Nutsspaarbanken.

Zie ook de Maatschappij van Weldadigheid in het artikel Gorinchem en de proefkolonie, door Will Schackmann.

Links

Literatuur

  • D. Hillenius, Twee Nuts eeuwen in Den Haag 1796-1996 (Den Haag 1996).
  • F.K.H. Kossmann, Opkomst en voortgang van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden. Geschiedenis van een initiatief (Leiden 1966).
  • M.J. van Lieburg, Het Bataafsch Genootschap der Proefondervindelijke Wijsbegeerte te Rotterdam 1769-1984. Een bibliografisch en documenterend overzicht (Amsterdam 1985).

Plaats een reactie


(Zonder naam wordt 'Anoniem' als afzender getoond)
(E-mailadres is niet zichtbaar op de site)

Bovenstaande tekst s.v.p. overtypen (anti-spam)

0 Reacties

x

Aanmelden



Wachtwoord vergeten?

Vul dan hieronder uw e-mailadres in. U ontvangt dan binnen enkele minuten een e-mail met instructies om uw wachtwoord opnieuw in te stellen.


Registreren





Profielafbeelding toevoegen