Geschiedenis van Zuid-Holland de verhalen en de collecties
De totstandkoming van de Haringvlietsluizen in 1970 betekende voor de Biesbosch het einde als zoetwatergetijdengebied. Deze waterstaatkundige ingreep vergrootte de veiligheid in het gebied aanmerkelijk, maar stuitte toch op hevig verzet. Velen betreurden de opoffering van dit typerende landschap en de bijbehorende bedrijvigheid.
De Biesbosch is ontstaan na de Sint-Elisabethsvloed van 1421, toen de Groote of Zuidhollandsche Waard veranderde in een grote binnenzee. Zestien dorpen werden door het water opgeslokt. Latere dijkdoorbraken bij Werkendam zorgden ervoor dat het zoute water door het zoete rivierwater werd teruggedrongen. In het samenspel tussen water, natuur en mensenhanden ontstond in de daarop volgende eeuwen een gebied waar talloze mensen hun brood verdienden. De oorspronkelijke naam Bergsche Veld veranderde in Biesbosch (bos van biezen).
Achtereenvolgens ontwikkelden zich in de Biesbosch een biezencultuur, rietcultuur, griendcultuur en landbouw. Ook waren hier jagers, vissers en eendenkooikers actief.
De biezen werden gesneden en gebruikt voor de vervaardiging van matten en stoelen. Toen de biezenvelden door aanslibbing hoger kwamen te liggen verdwenen de biezen en begon spontaan riet te groeien. Het riet werd gebruikt voor dakbedekking, matten en zinkstukken die bij de aanleg van dijken werden gebruikt.
Door verdere ophoging van het gebied maakte het riet plaats voor de aanplant van wilgen in grienden. Dit hout werd gehakt en gebruikt voor manden, korven, hoepels en zinkstukken. Uiteindelijk werd het land zo hoog dat de grienden werden gerooid en vanaf het midden van de negentiende eeuw een groot deel van de Biesbosch werd omgevormd tot wei- en bouwland.
In het hart van de Biesbosch kwamen spaarbekkens voor de levering van drinkwater. Sinds 2005 probeert men het zoetwatergetijdengebied enigszins te herstellen door de Haringvlietsluizen op een kier te zetten. De vispopulatie breidt uit waarvan visetende vogels profiteren. De bevers vormen een toeristische attractie. Duizenden ganzen en eenden zoals pijlstaart, krakeend, pijlstaart en wintertaling overnachten in de Biesbosch. Tot 2020 zal 21.000 hectare aan de landbouw worden onttrokken en worden toegevoegd aan het natuurgebied Nationaal Park de Biesbosch.
1 Reacties
ik ben een voorstander van sluiten van de haringvlietsluizen omdat de bollenteelt op goeree-overflakkee anders voorbij is
endaardoor de regionale economie geschaad wordt.Evenzo mogen de cultuurgronden in de biesbosch niet verdwijnen
in deze tijden ,waar mensen van honger omkomen en de voedselprijzen steeds stijgen.