Geschiedenis van Zuid-Holland de verhalen en de collecties
Vanaf de veertiende eeuw was er in zuidelijk Holland een steeds groter gebrek aan grondstoffen voor de groeiende economie. Steeds meer producten werden daarom geïmporteerd.
Uit het Oostzeegebied kwam graan en hout, uit Engeland wol en uit Frankrijk en van het Iberisch schiereiland ruw zout. Met deze grondstoffen werden producten gemaakt als bier, laken (wollen stoffen), fijn zout (en daarmee gekaakte haring) en schepen. Veel van deze producten werden vervolgens weer geëxporteerd.
De steden in Holland waren een belangrijke schakel in de internationale goederenstroom. In de late middeleeuwen was Dordrecht een tussenstation voor de handel van en naar het Duitse achterland. Rotterdam vervulde die functie voor het verkeer tussen Antwerpen en Amsterdam. Antwerpen was in de late vijftiende en zestiende eeuw de grootste havenstad van de Nederlanden. Nadat de Spanjaarden Antwerpen tijdens de Opstand hadden veroverd, nam Holland de stapelmarktfunctie over. Goederen van over de hele wereld kwamen nu naar Holland, waar zij verder werden verhandeld.
De internationale handel via Holland bloeide, ook dankzij investeringen door rijke vluchtelingen uit de zuidelijke Nederlanden. Binnen Holland waren Amsterdam en Rotterdam dominant. Rotterdam richtte zich met name op de handel met Engeland, Frankrijk, Spanje, Portugal en West-Indië. De handel met Azië en de Nieuwe Wereld werd gedomineerd door de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) en de West-Indische Compagnie (WIC). Hoewel de Amsterdammers in beide compagnieën het sterkst waren vertegenwoordigd, hadden Rotterdam en Delft ook de nodige invloed.
In de achttiende eeuw bleef de Hollandse economie achter bij die van andere landen; steeds meer internationale handel liep buiten Holland om. Na de Franse invasie van 1795 werd zuidelijk Holland helemaal afgesloten van overzees handelsverkeer.
0 Reacties