Het Zuid-Hollandse handelsnetwerk in de middeleeuwen

De eerste graven van Holland verlosten de kuststreken van de Noormannen, zodat de handel kon terugkeren. Door tolheffing en het verlenen van handelsprivileges oefenden de graven grote invloed uit op de handelsstromen.

Stadsrechten en stapelrechten


Grotere nederzettingen als Dordrecht, Delft, Leiden, Gouda, Vlaardingen, Brielle en Rotterdam, kregen stadsrechten en soms ook andere privileges. Zo kreeg Dordrecht naast het stadsrecht ook het ‘stapelrecht’: passerende handelaren waren verplicht hun goederen in Dordrecht op te markt te brengen. Het stapelrecht maakte Dordrecht tot de belangrijkste handelsstad in zuidelijk Holland.

Onderlinge concurrentie

Octrooi voor een schip op schaatsen (1600) Octrooi voor een schip op schaatsen (1600)


Over de grote en kleinere rivieren rondom Dordrecht was veel handelsverkeer. De steden beconcurreerden elkaar hevig, en ruzieden constant over handelsroutes en -privileges, zoals het Dordtse stapelrecht en het tolrecht van Gouda. Deze stad lag aan de belangrijkste waterroute van zuidelijk Holland naar het noorden; schippers moesten hier belasting (tol) betalen aan de graaf. Dordrecht verloor haar overwicht vanaf de vijftiende eeuw. Het zwaartepunt van de handel verplaatste zich toen naar het westen van het Maasmondgebied.

Handelsroutes over water en land

Innovatief baggerschip (1761) Innovatief baggerschip (1761)


De aanleg van de Rotterdamse Schie, die vanaf de veertiende eeuw de steden Rotterdam en Delft met elkaar verbond, vormde een belangrijke verbetering van de lokale infrastructuur. Via deze Schie en de Vliet (het oorspronkelijk door de Romeinen aangelegde kanaal tussen Rijn en Maas) konden schepen via Delft en Den Haag naar Leiden opvaren. Er waren ook handelsroutes over land. De drukste daarvan liepen vanuit Vlaardingen langs de binnenrand van de duinen naar het Noorden, en vanuit Utrecht langs de Oude Rijn naar het westen.

Beurtvaart en trekvaart


De groeiende economie van Holland deed de behoefte ontstaan aan regelmatige verbindingen tussen de steden. Aldus ontstond de ‘beurtvaart’: zeilschepen die op gezette tijden over vaste vaarroutes voeren. In de zeventiende eeuw ontstond voor het vervoer van post en personen een alternatief dat minder weersafhankelijk was: door paardenkracht voortgetrokken trekschuiten.

Literatuur

  • Milja van Tielhof, ‘Een open economie, in voor- en tegenspoed’, in: Thimo de Nijs en Eelco Beukers (red.), Geschiedenis van Holland. Deel II. 1572 tot 1795 (Hilversum 2002).
  • J.G. Smit, ‘Inleiding’, in: Idem, Bronnen voor de economische geschiedenis van het Beneden-Maasgebied. Tweede deel. Rekeningen van de Hollandse tollen 1422-1534 (Den Haag 1997).
  • J.G. Smit, Miscellanea Neerlandica XII. Vorst en onderdaan. Studies over Holland en Zeeland in de late middeleeuwen (Leuven 1995).
  • Jan de Vries en Ad van der Woude, Nederland 1500-1815. De eerste ronde van moderne economische groei (Amsterdam 1995).

Plaats een reactie


(Zonder naam wordt 'Anoniem' als afzender getoond)
(E-mailadres is niet zichtbaar op de site)

Bovenstaande tekst s.v.p. overtypen (anti-spam)

0 Reacties

x

Aanmelden



Wachtwoord vergeten?

Vul dan hieronder uw e-mailadres in. U ontvangt dan binnen enkele minuten een e-mail met instructies om uw wachtwoord opnieuw in te stellen.


Registreren





Profielafbeelding toevoegen