De droogmakerijen van de achttiende eeuw

De meeste droogmakerijen in Zuid-Holland vonden plaats in de tweede helft van de achttiende eeuw. Het waren vrijwel uitsluitend verveningsplassen die werden drooggemalen, ontstaan door het afgraven van veen.

Plakkaat (1727) Plakkaat (1727)

Om een gebied droog te malen, werd in veel gevallen een ringvaart om de plas gegraven. Met de uitgegraven grond werd een dijk tussen het water en de ringvaart gelegd. Daarna werd het water uit de plas met behulp van molens in de ringvaart gepompt. Het nieuwe land werd voorzien van sloten, verkaveld en er kwamen boerderijen op.

Droogmakerijen


Er waren verschillende redenen om de verveningsplassen droog te maken. Een ervan was dat het als een goede belegging werd beschouwd. Door de groeiende bevolking nam de vraag naar akkerbouw- en veeteeltproducten toe. De droogmakerijen lagen dicht bij de grote steden, zodat investeren in landbouwgrond aantrekkelijk was.

Nieuwkoopse Plassen (1788) Nieuwkoopse Plassen (1788)

Toen in de tweede helft van de achttiende eeuw de graanprijzen weer stegen, nam het aantal droogmakerijen toe. Hierbij nam het gewest Holland voor het eerst het initiatief. De droogmakerijen bij Bleiswijk en Hilligersberg in 1772 en bij Zevenhuizen en Nieuwkoop in 1796 waren daarvan het resultaat. De in totaal dertig Zuid-Hollandse droogmakerijen waren goed voor meer dan negentig procent van het totale oppervlak dat in de achttiende-eeuwse Republiek werd drooggemaakt.

Ringvaarten

Een oplossing voor paalworm (1732) Een oplossing voor paalworm (1732)


Bij de droogmaking ontstonden problemen met de niet verveende dorpen in het gebied. Deze kwamen nu drie tot vier meter boven het maaiveld van het nieuwe land te liggen. Het gevaar dreigde dat de veengrond sterk zou inklinken en de fundamenten onder de huizen zouden wegrotten, waardoor ze zouden instorten. Om dit gevaar tegen te gaan werd rond zo’n oude nederzetting een ringvaart gegraven. Zo kreeg het dorp een eigen, hoger polderpeil. Dat het inklinken niet helemaal kon worden voorkomen, bleek in Hazerswoude, waar de deur van de kerk inmiddels twee meter boven het maaiveld 'hangt'.

Literatuur

  • Taeke Stol, Wassend water, dalend land. Geschiedenis van Nederland en het water (Utrecht z.j.).
  • G.P. van de Ven, Leefbaar Laagland. Geschiedenis van de waterbeheersing en landaanwinning in Nederland (Utrecht 1993).

Plaats een reactie


(Zonder naam wordt 'Anoniem' als afzender getoond)
(E-mailadres is niet zichtbaar op de site)

Bovenstaande tekst s.v.p. overtypen (anti-spam)

0 Reacties

x

Aanmelden



Wachtwoord vergeten?

Vul dan hieronder uw e-mailadres in. U ontvangt dan binnen enkele minuten een e-mail met instructies om uw wachtwoord opnieuw in te stellen.


Registreren





Profielafbeelding toevoegen