Handel en nijverheid

Onder andere door de bloeiende handel en nijverheid kennen we de zeventiende eeuw ook wel als de Gouden Eeuw. Uit het Oostzeegebied werd goedkoop graan aangevoerd, zodat men zich in Zuid-Holland kon specialiseren op de verbouw van andere landbouwproducten (groenten, zuivelproducten) en de nijverheid.

Veel van deze gespecialiseerde bedrijfstakken waren gericht op export naar andere gebieden. Daardoor gaven ze een belangrijke impuls aan de handel.

Leidse laken


Een goed voorbeeld hiervan is het Leidse laken. De textielnijverheid was in de zeventiende eeuw van groot belang voor de Leidse economie. Door de omvang van zijn textielindustrie had Leiden een grote voorsprong op kleinere plaatsen, waar minder flexibel op de vraag van de consument kon worden ingespeeld. Bovendien kon men door een sterk doorgevoerde arbeidsdeling in Leiden efficiënt en dus goedkoop produceren. In 1640 liet de stad een prestigieuze lakenhal bouwen, als stapel- en handelsplaats voor laken. Op de wereldmarkt werden niet minder dan honderd verschillende Leidse stoffen verhandeld. De lakenindustrie floreerde tot omstreeks 1700; daarna stagneerde de vraag naar het Leidse product.

Haringbuizen


In steden als Rotterdam, Vlaardingen en Maassluis bloeide de haringvisserij. In de loop van de vijftiende en zestiende eeuw hadden de Hollanders voor de haringvaart een speciaal scheepstype ontwikkeld, de haringbuis, dat een soort drijvend fabriekje was. De vis werd onder meer geëxporteerd naar de Oostzee, Duitsland en het Middellandse Zeegebied. De rederij van haringbuizen bleef lange tijd van grote betekenis, totdat na 1750 door toenemende concurrentie uit andere landen verval optrad.

Kanonnen en ander wapentuig


Door de oorlog tegen Spanje was de vraag naar wapens groot geworden. In onder andere Rotterdam en Den Haag waren geschutgieterijen gevestigd om kanonnen te maken. Van 1605 tot in de jaren twintig van de zeventiende eeuw beleefde de Hollandse wapenindustrie een glorietijd. De wapenindustrie van de Republiek ontwikkelde zich tot een exportsector. Veel ambachtslieden verdienden hun brood met de fabricage van kanonnen en ander wapentuig.

Links

Literatuur

  • R. Daalder e.a. (red.), Goud uit graan. Nederland en het Oostzeegebied, 1600-1850 (Zwolle 1998).
  • J.I. Israel, Nederland als centrum van de wereldhandel, 1585-1740 (Franeker 1991).
  • A.G. Ligthart, De Vlaardingers en hun haringvisserij (Zaltbommel 1966).
  • J.K.S. Moes en B. de Vries (red.), Stof uit het Leidse verleden: zeven eeuwen textielnijverheid (Utrecht 1991).

Plaats een reactie


(Zonder naam wordt 'Anoniem' als afzender getoond)
(E-mailadres is niet zichtbaar op de site)

Bovenstaande tekst s.v.p. overtypen (anti-spam)

2 Reacties

Redactie | 8 december 2011 om 22:37
@Anoniemm! 'Nijverheid' kun je ook lezen als 'industrie' :-)
Anoniemm! X :D | 8 december 2011 om 19:59
wat betekend nijverheid ook al weer ik weet het niet meer! X :D
x

Aanmelden



Wachtwoord vergeten?

Vul dan hieronder uw e-mailadres in. U ontvangt dan binnen enkele minuten een e-mail met instructies om uw wachtwoord opnieuw in te stellen.


Registreren





Profielafbeelding toevoegen