De Verenigde Oostindische Compagnie (VOC)

In 1602 werden alle bestaande Nederlandse compagnieën samengevoegd en werd de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) opgericht. Het was de eerste multinational ter wereld.

Handel en oorlog

Overlevenden schipbreuk (1722) Overlevenden schipbreuk (1722)


De Staten-Generaal besloten tot oprichting van de VOC, omdat de Nederlandse compagnieën tot dan toe meer bezig waren met het beconcurreren van elkaar dan van buitenlandse compagnieën, zoals de Engelse East India Company.

Door deze bundeling van krachten groeide de VOC uit tot het grootste handelsbedrijf ter wereld op dat moment. De onderneming dreef handel met verschillende Aziatische landen als Oost-Indië, Ceylon en Japan en verhandelde de meest uiteenlopende producten, zoals specerijen, textiel, koffie en porselein. De VOC deed echter meer dan alleen handeldrijven. Het was door de Staten-Generaal gemachtigd om Nederlandse handelsposten te vestigen, voor de Republiek overzeese gebieden te koloniseren en oorlog te voeren.

Kamers


In de zes steden waar voorcompagnieën waren gevestigd (Amsterdam, Rotterdam, Delft, Hoorn, Enkhuizen en Middelburg) kwamen ‘kamers’ (bestuursafdelingen) van de VOC. Deze steden hadden het recht om van het gezamenlijke kapitaal van ruim 6,4 miljoen gulden tochten te maken naar Indië. De vertegenwoordigers van deze kamers, die de vergadering der Heeren Zeventien werd genoemd, zorgden ervoor dat de belangen van de kooplieden uit hun stad werden behartigd.

In dienst van de VOC (1776) In dienst van de VOC (1776)

Binnen de VOC had Amsterdam de meeste macht. Aangezien de stad verantwoordelijk was voor de helft van het beginkapitaal, had het maar liefst acht vertegenwoordigers in de Heeren XVII. Het aandeel van de Zuid-Hollandse steden was veel kleiner was: elk hadden ze één afgevaardigde. Toch mogen we hun belang niet onderschatten.

Zo zijn er vanuit Delft 111 handelsmissies vertrokken en werden er in de Rotterdamse stadswerven (aan de Scheepmakershaven en de Oostzeedijk) meer dan honderd schepen gebouwd. Beide steden profiteerden van de activiteiten van de VOC: er verrezen pakhuizen, werven en havens en de welvaart nam toe.

Links

Literatuur

  • Femme S. Gaastra, De geschiedenis van de VOC (Zutphen 1991).
  • P. Grimm (red.), Heeren in zaken. De Kamer Rotterdam van de Verenigde Oostindische Compagnie (Zutphen 1994).
  • Manon van der Heijden en Paul van de Laar (red.), Rotterdammers en de VOC. Handelscompagnie, stad en burgers (1600-1800) (Amsterdam 2002).
  • H.L. Houtzager (red.), Delft en de Oostindische Compagnie (Amsterdam 1987).

Plaats een reactie


(Zonder naam wordt 'Anoniem' als afzender getoond)
(E-mailadres is niet zichtbaar op de site)

Bovenstaande tekst s.v.p. overtypen (anti-spam)

0 Reacties

x

Aanmelden



Wachtwoord vergeten?

Vul dan hieronder uw e-mailadres in. U ontvangt dan binnen enkele minuten een e-mail met instructies om uw wachtwoord opnieuw in te stellen.


Registreren





Profielafbeelding toevoegen