Stedelijke politiek in de zeventiende eeuw

In de zeventiende eeuw was de stedelijke politiek in Zuid-Holland volledig in handen van regenten. Regenten waren burgers met een hoge sociale status en waren doorgaans afkomstig uit rijke koopmansfamilies of adellijke geslachten.

Hun uitgebreide familie- en vriendschapsrelaties zorgden ervoor dat zij keer op keer de belangrijkste bestuursfuncties konden bemachtigen. De families speelden elkaar bovendien voortdurend de bal toe, waardoor gewone burgers nauwelijks toegang hadden tot het stadsbestuur.

Stadsbestuur

Corrupte oud-burgemeester (1686) Corrupte oud-burgemeester (1686)


Het stadsbestuur bestond uit een aantal burgemeesters, de vroedschap, de schout en diens schepenen. Meestal waren er vier of zes burgemeesters die voor een periode van vier jaar zitting hadden. Zij waren belast met het dagelijkse bestuur van de stad en waren de vertegenwoordigers van de burgerij. Voor dit ambt werden uitsluitend regenten gekozen die lid waren van de vroedschap.

De vroedschap was een groep van maximaal veertig regenten die verantwoordelijk was voor de economische en financiële ontwikkelingen van de stad. Daarnaast was de vroedschap verantwoordelijk voor het aanstellen van de nieuwe burgemeesters. De leden werden voor het leven gekozen. Hiervoor moesten zij wel aan een tweetal voorwaarden voldoen: lid zijn van de gereformeerde (calvinistische) kerk en in het bezit van een eigen huis.

Rechtshandhaving

Rotterdamse Leuvehaven en Zalmhaven (1807) Rotterdamse Leuvehaven en Zalmhaven (1807)


Belangrijk voor het stadsbestuur waren ook de schout en schepenen. De schout hield zich bezig met de handhaving van de orde en sprak recht. Hij was tevens voorzitter van de schepenen, die de stedelijke rechtbank vormden en de stadseigendommen beheerden. De schout werd voor meerdere jaren aangesteld, de schepenen voor één jaar. Ten slotte was er de schutterij, een burgerwacht van de lagere burgerij, die verantwoordelijk was voor de bescherming van de stad bij een opstand, belegering of brand. Om toe te treden tot de schutterij moest men zelf een uitrusting, een wapen en uniform, betalen. Eén keer in de maand liepen de schutters onder leiding van een officier wacht.

Literatuur

  • M. Carasso-Kok en J. Levy van Halm (red.), Schutters in Holland. Kracht en zenuwen in de stad (Zwolle en Haarlem 1988).
  • Luuc Kooijmans, Vriendschap en de kunst van het overleven in de zeventiende en achttiende eeuw (Amsterdam 1997).
  • Paul Knevel, Schutters in het geweer. De schutterijen in Holland, 1550-1700 (Hilversum 1994).
  • H.F.K. van Nierop, Van ridders tot regenten. De Hollandse adel in de zestiende en de eerste helft van de zeventiende eeuw (Amsterdam 1990).

Plaats een reactie


(Zonder naam wordt 'Anoniem' als afzender getoond)
(E-mailadres is niet zichtbaar op de site)

Bovenstaande tekst s.v.p. overtypen (anti-spam)

0 Reacties

x

Aanmelden



Wachtwoord vergeten?

Vul dan hieronder uw e-mailadres in. U ontvangt dan binnen enkele minuten een e-mail met instructies om uw wachtwoord opnieuw in te stellen.


Registreren





Profielafbeelding toevoegen