Zuid-Holland wordt christelijk

In de zevende eeuw werd het huidige Zuid-Holland bewoond door Friezen. Deze mensen waren ‘polytheïstisch’: dat wil zeggen dat ze verschillende goden vereerden, zoals Donar, Wodan en Saxnot.

Over hun religieuze gebruiken is niet veel bekend: de informatie die we hebben, stamt uit christelijke bronnen als de Utrechtse doopbelofte (waarin de aanstaande gelovige uitdrukkelijk wordt gevraagd af te zien van bepaalde voorchristelijke riten) en de indiculus superstitionum (een lijst van bijgelovige praktijken, waarin die sterk worden veroordeeld).

Willibrord

Koperen gewichtje (630-670 na Chr.) Koperen gewichtje (630-670 na Chr.)


Al in 630 hadden christelijke Franken (uit het huidige Frankrijk) in Fries gebied een kerkje gebouwd, maar dat werd al snel weer verwoest. Na een nieuwe overwinning op de Friezen in 696 liet de Frankische machthebber Pepijn II op de plaats van de verwoeste kerk, Traiectum (het huidige Utrecht), een missiepost bouwen.

Ondertussen waren Willibrord (een uit Engeland afkomstige 'Angelsaks') en zijn twaalf metgezellen ook in deze contreien gearriveerd. Zij predikten het christelijk geloof, vernielden heidense heiligdommen en stichtten in Zuid-Holland de eerste kerkjes te Vlaardingen en Oegstgeest. Uiteindelijk werd Willibrord door de Friese koning Radbod, die niets van het nieuwe geloof moest hebben, het land uitgezet.

Bekering van de bevolking

Gouden hanger (600-700 na Chr.) Gouden hanger (600-700 na Chr.)


Pas in 719, na de dood van Radbod en nadat de Franken de Friezen hadden onderworpen, konden de bekeringswerkzaamheden worden voorgezet. Willibrord en Bonifatius (eveneens afkomstig uit Angelsaksisch Engeland) trokken wederom het Friese gebied in om de bevolking te bekeren. Dat dat succes had, blijkt wel uit het feit dat in de late achtste eeuw ook ene Liudger, de eerste 'Friese' missionaris (uit het latere Hollands-Utrechtse grensgebied), begon te prediken onder de bevolking.

De bekering van de bevolking van het latere Zuid-Holland was een langzaam proces. Nog eeuwen later werden er 'heidense' praktijken aangetroffen en combineerden veel mensen hun christelijke geloof met heidense gewoonten. Pas in 1133 werd het eerste (nonnen)klooster in Zuid-Holland opgericht, in Rijnsburg.

Links

Literatuur

  • A. van Berkum e.a., Liudger 742-809. De confrontatie tussen heidendom en christendom in de Lage Landen (Muiderberg 1984).
  • Elizabeth den Hartog, De oudste kerken van Holland. Van kerstening tot 1300 (Utrecht 2002).
  • F.W.N. Hugenholtz, De graven van Holland en de abdij van Rijnsburg (Zutphen 1980).
  • Marco Mostert, 754: Bonifatius bij Dokkum vermoord (Hilversum 1999).
  • Marco Mostert, ‘Veelkleurige devotie en zakelijk schriftgebruik. Religie en schrift in middeleeuws Holland’ in: Thimo de Nijs en Eelco Beukers, Geschiedenis van Holland. Deel 1 Tot 1572 (Hilversum 2002) 149-196.

Plaats een reactie


(Zonder naam wordt 'Anoniem' als afzender getoond)
(E-mailadres is niet zichtbaar op de site)

Bovenstaande tekst s.v.p. overtypen (anti-spam)

0 Reacties

x

Aanmelden



Wachtwoord vergeten?

Vul dan hieronder uw e-mailadres in. U ontvangt dan binnen enkele minuten een e-mail met instructies om uw wachtwoord opnieuw in te stellen.


Registreren





Profielafbeelding toevoegen