Geschiedenis van Zuid-Holland de verhalen en de collecties
De Nederlandse regering zetelt in Den Haag. De Hofstad vervult deze functie van bestuurlijke middelpunt al heel lang, ook al is de politieke omgeving inmiddels ingrijpend veranderd.
In veel landen is de grootste stad van het land tevens het regeringscentrum. Dat geldt bijvoorbeeld voor Londen, Rome, Madrid, Parijs en tegenwoordig ook weer Berlijn. In Nederland ligt dat anders. Amsterdam is onbetwist de 'hoofdstad'. Maar de regering zit in Den Haag, al sinds het einde van de zestiende eeuw.
De voornaamste reden is dat de graven van Holland in de dertiende en veertiende eeuw 'Die Haghe' uitbouwden tot hun belangrijkste residentie. De woeste gronden in de omgeving maakten deze plek tot een aantrekkelijke plaats om gasten te ontvangen: hier kon naar hartenlust worden gejaagd. Toen hier eenmaal een volwaardig hof was ontstaan - met de 'Grote Zaal' (Ridderzaal) als stralend middelpunt - was dit ook de logische vestigingsplaats voor allerlei Hollandse bestuursorganen.
In de jaren van de Opstand (1568-1648) groeide Holland uit tot de kern van de nieuwe Republiek. In Den Haag vergaderden niet alleen de Staten van Holland, maar ook de Staten-Generaal, het bestuurslichaam van alle zeven provinciën bij elkaar.
In de Franse tijd werd Nederland korte tijd bestuurd vanuit Utrecht en Amsterdam, maar toen in 1815 het Koninkrijk der Nederlanden tot stand kwam, kreeg Den Haag zijn oude functie van regeringscentrum weer terug. Tot de Belgische afscheiding van 1830 moest het die status overigens delen met Brussel.
Tussen 1848 en 1919 ontwikkelde de Nederlandse monarchie zich tot een volwaardige democratie, met stemrecht voor alle mannen en vrouwen. Tijdens de Duitse bezetting (1940-1945) werd deze democratische staatsvorm vervangen door een autoritair systeem. Maar ook toen bleef Den Haag regeringscentrum.
0 Reacties