Geschiedenis van Zuid-Holland de verhalen en de collecties
De naam van de gemeente Liesveld in de Alblasserwaard is afgeleid van het Slot Liesvelt in Groot-Ammers, dat één van de grootste kastelen in Nederland was.
Het slot dankt zijn naam aan de omgeving waarin het stond: de drassige grond stond vol waterplanten als liezen en biezen. De gemeente ontstond in 1986 door samenvoeging van de gemeenten Groot-Ammers, Langerak, Nieuwpoort en Streefkerk. De ontwikkeling van deze nederzettingen aan de Lek werd sterk beïnvloed door het water. Door de vele overstromingen en ontginningen van het gebied werd de bodem te nat voor akkerbouw en werd het hoofdzakelijk voor grasland gebruikt. In de veertiende eeuw is een begin gemaakt met de waterbeheersing in het gebied, door de boezems uit te graven.
Om de wateroverlast zoveel mogelijk te beperken werden ook enkele windmolens geplaatst. Door de overvloedige aanwezigheid van water vormde visserij een belangrijke bron van inkomsten voor de bewoners. Op de drogere stukken land deed men pogingen tot hennep- en fruitteelt en het houden van vee.
In tegenstelling tot het landelijke karakter van Groot-Ammers, Langerak en Streefkerk, ontwikkelde Nieuwpoort zich van handelsplaats tot vestingstad. De nederzetting, met een haven aan de Lek, kreeg in 1283 stadsrechten. Door haar strategische positie had Nieuwpoort tot aan de zestiende eeuw regelmatig te lijden onder oorlogsgeweld. Zo werden in 1482 grote delen van de stad afgebrand door Dordtenaren. In de zeventiende eeuw werd deze kleinste vestingstad van Nederland onderdeel van de Hollandse Waterlinie.
In de negentiende en twintigste eeuw werd de invloed van handel en industrie steeds groter in deze omgeving. De ligging aan de Lek maakte het een gunstige vestigingsplaats voor industrie. Omstreeks 1900 was er in Groot-Ammers veel handel in kaas, dat geproduceerd werd in de polder. Ondanks de vestiging van onder meer een aantal metaalverwerkingsbedrijven in de huidige gemeente Liesveld, blijft het vooral een landelijke gemeente.
2 Reacties